Een 19-inch wandkast is er in verschillende dieptes, doorgaans van ongeveer 450 tot 600 mm. Kies de diepte op basis van je diepste apparaat plus ruimte voor kabels; de maten staan op de productpagina.
Monteer een wandkast met de meegeleverde of geschikte bevestiging aan een stevige, dragende muur. Gebruik pluggen en schroeven die het gewicht van de kast plus apparatuur dragen, en zet de kast waterpas.
Het draagvermogen van een wandkast hangt af van de uitvoering en de muur waaraan hij hangt. Het maximale gewicht staat in de productspecificaties; zorg dat de muur dat gewicht aankan.
Ja, een 19-inch wandkast is geschikt voor een meterkast of bijkeuken, mits er genoeg ruimte is voor de kast en de deur. Kies een diepte en hoogte die in de beschikbare ruimte passen, hou er rekening mee dat een te kleine ruimte zonder ventilatie warmer zal worden.
Een 19-inch wandkast is doorgaans van plaatstaal met een poedercoating, vaak met een deur van glas of plaatstaal. Dat geeft een stevige, beschermende behuizing.
Een 19-inch wandkast gebruik je om netwerkapparatuur en bekabeling aan de muur te monteren waar geen vloermodel past, bijvoorbeeld in een meterkast, kantoor of winkel.
Een 19-inch wandkast is een netwerkkast die je aan de muur hangt. Hij biedt 19-inch montageruimte voor patchpanelen en switches en is geschikt waar je geen vloermodel kwijt kunt.
Een 19-inch wandkast is er in verschillende U-hoogtes (bijvoorbeeld 6U tot 22U) en dieptes. Kies de maat op basis van je apparatuur en de beschikbare muurruimte.
19-inch wandkasten worden vaak inclusief montagemateriaal geleverd en zijn er in verschillende hoogtes, dieptes en deuruitvoeringen. Op de productpagina zie je per uitvoering wat is meegeleverd.
19-inch wandkasten met glazen deur zijn er in verschillende hoogtes en dieptes. Op de productpagina kies je de gewenste maat en deuruitvoering.
Een wandkast met geperforeerde deur biedt passieve ventilatie die voor lichte apparatuur vaak volstaat. Bij meerdere of warme actieve apparaten is een ventilator of ventilatie-unit aan te raden.
Voor een switch, router en patchpaneel volstaat doorgaans een compacte wandkast van enkele U's. Tel de hoogtes op, reserveer ruimte voor kabelmanagement, en kies een diepte die bij je apparatuur past.
Veel uitvoeringen van een 6U wandpatchkast hebben een zijwand die open kan, dat kan zowel afneembaar zijn of te openen met scharnieren. Of dit het geval is, staat in de productspecificaties. Bij Grayle gebruiken we uitneembare zijwanden.
Een 6U wandpatchkast is voldoende voor kleine netwerken, een praktische indeling is met 24 aansluitingen waarbij een patchpaneel, switch en kabelmanagement van toepassing is. Daarmee heb je nog ruimte voor een router, een pdu of glasvezelaansluiting.
Een 6U wandpatchkast heeft 6 hoogte-eenheden. Eén hoogte-eenheid (1U) komt overeen met 44,45 mm inbouwhoogte. Als accessoires (bijvoorbeeld een patchpaneel, kabelmanagement of een switch) één hoogte eenheid vereisen zou je in principe 6 accessoires kunnen installeren.
Een 19-inch patchpaneel neemt doorgaans 1U in beslag. In een 6U wandpatchkast passen dus 6 patchpanelen,maar als we rekening houden met ander apapratuur en het verwerken van de kabel dan zouden 1 of 2 patchpanelen logischer zijn.
Het leeggewicht van een 6U wandpatchkast hangt af van de uitvoering en het materiaal. Het exacte gewicht vind je in de productspecificaties op de betreffende pagina. Bij Grayle hebben we twee verschillende diepte maten, in zowel 450mm en 600mm, het gewicht hangt af van de uitvoering.
Ja, een 6U wandpatchkast biedt ruimte voor een glasvezelmodem en een switch, mits hun gezamenlijke hoogte samen met randapparatuur en bekabeling binnen 6 hoogte-eenheden past. Normaliter is dat genoeg.
Voor een switch en enkele patchpanelen is een 6U wandpatchkast ruim voldoende: die nemen elk ongeveer 1U in. Plan je veel uitbreiding, kies dan een maat hoger. Het is altijd fijn om een aantal exta hoogte eenheden te hebben voor toekomstige uitbreidingen.
Ja, een 6U wandpatchkast is met een slot af te sluiten, zodat alleen bevoegden toegang hebben tot de apparatuur. Veel modellen hebben standaard een afsluitbare deur. Bij Grayle komt de wandkast standaard geleverd met een zwenkhevelslot.
Een 6U serverkast is geschikt voor een klein netwerk, het belangrijkste is om te kijken naar het aantal aansluitingen die je nodig hebt, gemiddeld gezien is een omgeving waar 24 aansluitingen nodig zijn goed geschikt.
Een 6U wandpatchkast gebruik je om netwerkapparatuur zoals switches, patchpanelen en servers veilig en overzichtelijk te monteren in een 19-inch rack.
De inbouwhoogte van een 6U wandpatchkast is ongeveer 267 mm (6 × 44,45 mm). Dan hebben we het alleen over de 6HE stijlen hoogte, daarnaast hebben we nog aan de boven kant en onderkant extra marge voor luchttoevoer en onderdelen, bij een Grayle Prestaq Wandpatchkast 6HE is dit aan zowel de onder als bovenkant 38mm aan extra ruimte.
De maximale belasting van een 6U wandpatchkast hangt af van de uitvoering en staat vermeld in de productspecificaties. Verdeel het gewicht gelijkmatig over de rails en plaats zware apparatuur onderin voor stabiliteit. Bij Grayle hebben we liever een veilig marge, zeker bij montage op de muur, daarom houden we standaard een maximale belasting aan van 60 kilo.
Een 6U wandpatchkast is doorgaans verkrijgbaar in breedtes van 600 mm en 800 mm. Bij Grayle bieden we 19 inch wandpatchkasten aan in 600mm breedte.
De buitenafmetingen van een 6U wandpatchkast zijn groter dan de 6u stijlen van 267 mm, doordat het frame, de deuren en eventuele wielen meetellen. We hebben meerdere varianten van 6U wandpatchkasten maar de meest voorkomende versies zijn 600mm breed x 450mm diep of 600mm breed x 600mm diep.
Een 6U wandpatchkast is in verschillende dieptes verkrijgbaar. Bij Grayle bieden we standaard totaaldieptes aan van 450 mm en 600 mm. Let er wel op dat dit de buitenmaten van de kast zijn; de werkelijke inbouwdiepte is iets kleiner. Beoordeel daarom per product de beschikbare inbouwdiepte op de productpagina.
Een 6U wandpatchkast heeft kabelinvoeren in het dak en/of de bodem, vaak met borstels die de kabels netjes doorlaten. De exacte invoeropties zijn terug te vinden op de productpagina's.
Een 6U wandpatchkast wordt vaak zonder deze accessoires geleverd, dat gezegd hebbende zijn ze zeker wel beschikbaar, bij Grayle zijn ze te vinden onder het kopje patchkast accessoires waar legborden, ventilatoren en stroomonderdelen te vinden zijn.
Een 6U wandpatchkast is in verschillende uitvoeringen verkrijgbaar in de webshop, de accessoires zoals ventilatoren en PDU's zijn appart beschikbaar.
Patchkastdeuren zijn er in verschillende types, standaard leveren wij de patchkasten altijd met een glazen deur, mocht er een andere deur gewenst zijn dan kan die altijd nog appart besteld worden.
Een 6U wandpatchkast is bij ons een standaard voorraadartikel, zowel de 450mm als de 600mm diepe versie, bij orders voor 3 uur leveren wij de volgende dag al. Dat lijkt ons een vrij snelle levering!
Een patchpaneel en een switch nemen doorgaans elk 1U in beslag. Het is verstandig om ook 1U voor kabelmanagement te reserveren, bij een 6U wandpatchkast houd je daarna nog 3U ruimte over voor overige accessoires.
Dat is lastig te beantwoorden wat lichte groei betekend, als het aantal aansluitingen van 24 naar 40 gaat, en je hebt nog 3U ruimte over, dan kan het nog net. In dit geval hebben we 2 switches, 2 patchpanelen en wat ruimte voor kabelmanagement over, maar heb je in dit voorbeeld ook andere apparturen dan is het verstandig om alvast te kijken naar een grotere kast.
Dit hangt meer af van de ruimte die je beschikbaar hebt, bij een ondiepe kamer of ruimte zou je eerder voor een 450mm diepe kast gaan, heb je wat meer ruimte dan adviseren wij om eerder voor een 600mm diepe kast te gaan zodat het apparatuur wat meer ruimte heeft.
Een 18U wandpatchkast is in verschillende uitvoeringen en dieptes verkrijgbaar in de webshop, de wandpatchkast bij Grayle wordt niet standaard geleverd met legborden en stroom, deze zijn wel appart te bestellen onder het kopje accessoires.
Een 18U wandpatchkast is in verschillende uitvoeringen en dieptes verkrijgbaar in de webshop, de wandpatchkast bij Grayle wordt niet standaard geleverd met ventilatoren en PDU, deze zijn wel appart te bestellen onder het kopje accessoires en worden vaak bijbesteld
Standaard bij Grayle leveren we de 18U wandpatchkast met een glazen deur, de geperforeerde deuren zijn appart te bestellen.
De 18U wandpatchkast is een standaard artikel die op voorraad ligt in Soesterberg, orders voor 3 uur verwerken wij dezelfde dag nog en worden de volgende dag geleverd. Mocht dat alsnog niet snel genoeg zijn dan kunnen we altijd meedenken met een spoedzending.
Een 22U wandpatchkast lever je naar wens in: legborden en stroomverdeling horen niet standaard bij de kast, maar zijn los bij te bestellen onder de accessoires. Op de productpagina stel je de configuratie samen.
Ja, bij een 22U wandpatchkast kies je los een ventilator en PDU bij onder de accessoires. Zo stel je op de productpagina een complete kast samen die bij je opstelling past.
Onze wandpatchkasten 22U komen standaard met een rookglazen deur waardoor je de apparatuur van buitenaf kan bekijken.
De 22U wandpatchkast is doorgaans uit voorraad leverbaar. Op de productpagina zie je de actuele beschikbaarheid en levertijd per uitvoering.
Een 15U wandpatchkast richt je zelf in: legborden en stroomverdeling bestel je los bij onder de accessoires. De beschikbare opties vind je op de productpagina.
Ja, een ventilator en PDU horen bij een 15U wandpatchkast tot de losse accessoires. Op de productpagina voeg je ze toe om een complete opstelling te maken.
De 15U wandpatchkast is met glazen deur leverbaar. Op de productpagina kies je de gewenste deuruitvoering en de overige opties.
De 15U wandpatchkast is een standaard artikel bij ons, dat betekend dat die op voorraad ligt. Normaliter verwerken wij orders voor 3 uur en worden ze de werkdag erna geleverd. Snel genoeg om projecten door te laten stromen.
Onze 12U wandpatchkasten worden zonder accessoires in de 19 inch rails opgeleverd, daardoor heb je flexibiliteit om je eigen patchkast in te richten. Wel zijn accessoires zoals legborden en stroomvoorziening appart te bestellen onder de accessoires pagina bij Grayle.
Ja, bij een 12U wandpatchkast voeg je los een ventilator en PDU toe vanuit de accessoires. Op de productpagina stel je zo een complete kast samen.
De 12U wandpatchkast is met glazen deur te bestellen. Op de productpagina kies je de deuruitvoering en de verdere configuratie.
De 12U wandpatchkast is doorgaans uit voorraad leverbaar. De actuele beschikbaarheid en levertijd staan per uitvoering op de productpagina.
Een 9U wandpatchkast richt je zelf in: legborden en stroomverdeling bestel je los bij onder de accessoires. De opties staan op de productpagina.
Ja, een ventilator en PDU voeg je bij een 9U wandpatchkast los toe vanuit de accessoires. Op de productpagina maak je zo een complete opstelling.
Alle patchkasten bij Grayle zijn te bestellen met glazen deuren, ook de 9U wandpatchkast, mocht je een andere type deur nodig hebben dan is dat ook mogelijk!
De 9U wandpatchkast is leverbaar in een paar dieptes en deurtypes. Op de productpagina stel je de variant samen die je nodig hebt.
De minimale diepte hangt af van je diepste apparaat plus ruimte voor kabels en connectoren achterin. Voor patchpanelen en switches volstaat vaak een ondiepere kast; reken op minimaal de lengte van je diepste component plus marge.
Het draagvermogen van een staande patchkast hangt af van de uitvoering en staat in de specificaties. Verdeel het gewicht gelijkmatig en plaats zware apparatuur onderin voor stabiliteit.
Hoeveel switches er passen, hangt af van hun hoogte (vaak 1U elk) en de U-hoogte van de kast, minus ruimte voor patchpanelen, kabelmanagement, stroom en ander appartuur wat in de kast verwerkt moet worden. Tel de benodigde U's op en houd altijd extra buffer over voor toekomstige benodigdheden.
Een staande patchkast gebruik je voor grotere netwerkopstellingen die niet in een wandkast passen, met ruimte voor meerdere patchpanelen, switches en kabelmanagement.
Een staande patchkast kies je wanneer je meer hoogte, diepte of draagvermogen nodig hebt dan een wandkast biedt, bijvoorbeeld bij veel apparatuur of zwaardere componenten.
Een staande 19-inch patchkast is een vloermodel netwerkkast die meer hoogte en draagvermogen biedt dan een wandkast. Je gebruikt hem voor grotere netwerkopstellingen met veel apparatuur en bekabeling.
Staande patchkasten zijn er in uiteenlopende U-hoogtes, doorgaans van 12U tot 47U. Kies de hoogte op basis van je apparatuur en gewenste uitbreidingsruimte.
Ja, een staande patchkast vul je aan met een PDU en legborden vanuit de accessoires. Op de productpagina stel je de gewenste configuratie samen, in verschillende hoogtes, dieptes en breedtes.
Een staande patchkast met wielen is verkrijgbaar in verschillende hoogtes, dieptes en breedtes. Op de productpagina kies je de uitvoering met wielen die bij je opstelling past.
Voor een opstelling met veel bekabeling biedt 800 mm breedte extra ruimte voor kabelmanagement aan de zijkant. Bij een compacte opstelling met weinig kabels volstaat 600 mm.
Verwacht je flinke groei, kies dan een staande patchkast met ruime U-hoogte en bij voorkeur 800 mm breedte, zodat je later apparatuur en bekabeling kunt toevoegen zonder een nieuwe kast.
Ja, een 47U staande patchkast heeft verstelbare 19-inch rails. Daarmee stel je de montagediepte af op je apparatuur.
In een 47U staande patchkast plaats je passieve apparatuur (zoals patchpanelen) bij elkaar en actieve apparatuur (zoals switches) daar vlakbij, met kabelmanagement ertussen. Zo houd je de bekabeling kort en overzichtelijk.
In een 47U staande patchkast passen apparaten met een gezamenlijke hoogte tot 47 hoogte-eenheden. Houd rekening met ruimte voor kabelmanagement en stroomverdeling, zodat je in de praktijk iets minder dan 47U volledig benut.
Een 47U staande patchkast heeft 47 hoogte-eenheden. Eén hoogte-eenheid (1U) komt overeen met 44,45 mm inbouwhoogte.
Een 47U staande patchkast heeft kabelinvoeren in het dak en/of de bodem, vaak met borstelpanelen die de kabels netjes doorlaten en stof tegenhouden. Het exacte aantal staat in de specificaties.
Een 19-inch patchpaneel neemt doorgaans 1U in beslag. In een 47U staande patchkast passen dus meerdere patchpanelen, mits je ruimte overhoudt voor switches, kabelmanagement en stroom.
Hoeveel switches en patchpanelen je in een 47U staande patchkast plant, hangt af van hun hoogte (meestal 1U elk) en de ruimte die je voor kabelmanagement reserveert. Tel de benodigde U-hoogtes op en houd marge over.
Het leeggewicht van een 47U staande patchkast hangt af van de uitvoering en het materiaal. Het exacte gewicht vind je in de productspecificaties op de betreffende pagina.
Voor een switch en enkele patchpanelen is een 47U staande patchkast ruim voldoende: die nemen elk ongeveer 1U in. Plan je veel uitbreiding, kies dan een maat hoger.
Ja, een 47U staande patchkast is met optionele wielen verrijdbaar. Zo verplaats je de kast eenvoudig; met stelpoten zet je hem daarna weer stabiel.
Een 47U staande patchkast is bedoeld voor grotere netwerken met veel patchpanelen, switches en accessoires, bijvoorbeeld in serverruimtes en bedrijfsnetwerken.
Een 47U staande patchkast biedt ruimte voor een uitgebreide opstelling: meerdere patchpanelen, switches, kabelmanagement en stroomverdeling in één 19-inch vloermodel.
De inbouwhoogte van een 47U staande patchkast is ongeveer 2089 mm (47 × 44,45 mm).
De maximale belasting van een 47U staande patchkast hangt af van de uitvoering en staat vermeld in de productspecificaties. Verdeel het gewicht gelijkmatig over de rails en plaats zware apparatuur onderin voor stabiliteit.
De buitenafmetingen van een 47U staande patchkast zijn groter dan de inbouwmaat van 2089 mm, doordat het frame, de deuren en eventuele wielen meetellen. De exacte buitenmaten staan in de productspecificaties.
Een 47U staande patchkast is in meerdere dieptes leverbaar. Kies de diepte op je diepste apparaat plus ruimte achterin voor kabels en connectoren; de beschikbare maten staan op de productpagina.
De inbouwdiepte van een 47U staande patchkast verschilt per uitvoering en ligt iets onder de totale kastdiepte. Beoordeel per product de werkelijke inbouwdiepte op de productpagina.
Legborden en stroomverdeling horen niet standaard bij de 47U staande patchkast; je bestelt ze los bij onder de accessoires en monteert ze zelf in de rails. Op de productpagina vind je de passende legborden en PDU's.
Een ventilator en PDU zijn voor de 47U staande patchkast los verkrijgbaar als accessoire. Zo stem je de koeling en stroomvoorziening af op je apparatuur; de opties staan op de productpagina.
De 47U staande patchkast met glazen deur toont de volledige opbouw. Op de productpagina kies je breedte, diepte en deurtype.
De 47U staande patchkast is er in uiteenlopende dieptes en breedtes. Op de productpagina kies je de configuratie die bij je apparatuur past.
Reserveer in een 47U staande patchkast bij voorkeur enkele hoogte-eenheden voor toekomstige uitbreiding. Een marge van 20 tot 30 procent vrije ruimte voorkomt dat je snel een grotere kast nodig hebt.
een 47U patchkast beschikt over veel ruimte, bij een 24 poorts paneel, een switch en dan 1 hoogte reservering voor kabelmanagement blijfven er 44 hoogte eenheden over voor de rest van het apparatuur en bekabeling.
Voor een klein kantoornetwerk met een switch en een patchpaneel is een compacte 47U staande patchkast doorgaans ruim voldoende. Kies een maat hoger als je uitbreiding verwacht.
De 12U staande patchkast in 600x600 is een compacte vierkante maat. Op de productpagina kies je deze uitvoering met de gewenste opties.
Nee de kasten komen niet standaard met legbord en stroom, maar we beschikken wel over accessoires, die kunnen los besteld worden om zo een complete kast te maken.
Een ventilator en PDU zijn voor de 12U staande patchkast los verkrijgbaar als accessoire. Zo stem je de koeling en stroomvoorziening af op je apparatuur; de opties staan op de productpagina.
De 12U staande patchkast bestel je met glazen deur via de productpagina, waar je ook de diepte en breedte kiest.
Van de 12U staande patchkast kies je op de productpagina de gewenste diepte en breedte; het is een compact vloermodel voor kleinere opstellingen.
Legborden en stroomverdeling horen niet standaard bij de 18U staande patchkast; je bestelt ze los bij onder de accessoires en monteert ze zelf in de rails. Op de productpagina vind je de passende legborden en PDU's.
Een ventilator en PDU zijn voor de 18U staande patchkast los verkrijgbaar als accessoire. Zo stem je de koeling en stroomvoorziening af op je apparatuur; de opties staan op de productpagina.
De 18U staande patchkast is er in verschillende dieptes en breedtes. Op de productpagina kies je de uitvoering die bij je opstelling past.
Bij de 18U staande patchkast kies je op de productpagina voor een glazen deur, samen met de gewenste diepte en breedte.
Jazeker, we bieden de kasten aan wanneer ze op voorraad staan hier in Soesterberg, dus we kunnen normaliter ervoor zorgen dat de kast binnen 1 a 2 werkdagen geleverd wrodt.
We bieden zowat alle mogelijke accessoires aan voor patchkasten, de accessoires kunnen appart besteld worden, legborden en stroom accessoires worden niet standaard bij de kast geleverd.
Een ventilator en PDU zijn voor de 22U staande patchkast los verkrijgbaar als accessoire. Zo stem je de koeling en stroomvoorziening af op je apparatuur; de opties staan op de productpagina.
De 22U staande patchkast is met glazen deur leverbaar; op de productpagina stel je daarnaast de diepte en breedte in.
De 22U staande patchkast is leverbaar in meerdere dieptes en breedtes. Op de productpagina selecteer je de passende uitvoering.
Legborden en stroomverdeling horen niet standaard bij de 27U staande patchkast; je bestelt ze los bij onder de accessoires en monteert ze zelf in de rails. Op de productpagina vind je de passende legborden en PDU's.
Onze staande patchkasten komen niet standaard met accessoires die op de 19 inch rails gemonteerd zijn, maar zijn wel beschikbaar als losse artikelen om bij te bestellen, zo ook de PDU's, ventilatoren en legborden.
Voor de 27U staande patchkast selecteer je op de productpagina een glazen deur en de bijbehorende kastmaten.
De 27U staande patchkast is er in diverse dieptes en breedtes. Op de productpagina stel je de variant samen die je zoekt.
Legborden en stroomverdeling horen niet standaard bij de 32U staande patchkast; je bestelt ze los bij onder de accessoires en monteert ze zelf in de rails. Op de productpagina vind je de passende legborden en PDU's.
Een ventilator en PDU zijn voor de 32U staande patchkast los verkrijgbaar als accessoire. Zo stem je de koeling en stroomvoorziening af op je apparatuur; de opties staan op de productpagina.
Ja, alle staande kasten beschikken standaard over de mogelijkheid om de patchkast te bestellen met een rookglazen deur.
De 32U staande patchkast komt in verschillende dieptes en breedtes. Via de productpagina kies je de gewenste configuratie.
Legborden en stroomverdeling horen niet standaard bij de 37U staande patchkast; je bestelt ze los bij onder de accessoires en monteert ze zelf in de rails. Op de productpagina vind je de passende legborden en PDU's.
Een ventilator en PDU zijn voor de 37U staande patchkast los verkrijgbaar als accessoire. Zo stem je de koeling en stroomvoorziening af op je apparatuur; de opties staan op de productpagina.
Bij de 37U staande patchkast kies je een glazen deur op de productpagina, naast de gewenste diepte en breedte.
Ja, alle patchkasten van Grayle zijn standaard voorraadartikelen en dus staan we garant voor een snelle levering. Mocht je een uniekere vraag voor een patchkast hebben dan kan het zijn dat er een langere levertijd is.
Legborden en stroomverdeling horen niet standaard bij de 42U staande patchkast; je bestelt ze los bij onder de accessoires en monteert ze zelf in de rails. Op de productpagina vind je de passende legborden en PDU's.
Een ventilator en PDU zijn voor de 42U staande patchkast los verkrijgbaar als accessoire. Zo stem je de koeling en stroomvoorziening af op je apparatuur; de opties staan op de productpagina.
De 42U staande patchkast bied je met glazen deur aan; op de productpagina kies je verder de diepte en breedte.
Ja ook de staande patchkast 42 hoogte eenheden is standaard op voorraad bij Grayle in Soesterberg en te leveren binnen 1 werkdag bij orders die voor 3 uur s'middags binnenkomen.
In een buitenkast houd je apparatuur koel met ventilatie die past bij de beschermingsklasse, bijvoorbeeld gefilterde of afgedichte ventilatie, en door directe zon te vermijden. Een thermostaatgestuurde ventilator schakelt alleen bij warmte.
Een 19-inch outdoor patchkast met IP55 is bestand tegen spatwater uit alle richtingen, genoeg voor regen langs een gevel. Voor zwaardere omstandigheden, zoals straalwater, kies je een hogere klasse zoals IP65. Lees onze blog hierover.
Een IP55-kast is stofbeschermd, niet volledig stofdicht. Stof dringt in beperkte mate niet door tot een schadelijke hoeveelheid. Voor volledige stofdichtheid is IP65 nodig.
Ja, een outdoor patchkast is gemaakt om buiten aan een gevel te monteren. De afgedichte, weerbestendige behuizing beschermt de apparatuur tegen stof en water.
Een outdoor patchkast is bestand tegen een breed temperatuurbereik dat past bij buitengebruik. Het exacte bereik staat in de productspecificaties; bij actieve apparatuur kan extra ventilatie of verwarming nodig zijn.
Een outdoor IP55 patchkast gebruik je om netwerkapparatuur buiten onder te brengen, bijvoorbeeld aan een gevel of op een terrein, beschermd tegen stof en spatwater.
IP55 geeft de beschermingsklasse aan: de eerste 5 staat voor bescherming tegen stof, de tweede 5 voor bescherming tegen spatwater uit alle richtingen. Een IP55-kast is daarmee geschikt voor buiten en stoffige omgevingen.
Outdoor IP55-patchkasten zijn weerbestendig en afsluitbaar met slot, geschikt voor montage buiten. Op de productpagina kies je de uitvoering die bij je locatie past.
De outdoor IP55 patchkast met slot is weerbestendig en afsluitbaar voor gebruik buiten. Op de productpagina kies je de gewenste uitvoering.
Een weerbestendige patchkast met slot (IP55) is geschikt voor buitenmontage en afsluitbaar. Op de productpagina kies je de uitvoering die je nodig hebt.
Voor blootstelling aan regen en stof is minimaal IP55 nodig (stofbeschermd en bestand tegen spatwater). Staat de kast bloot aan zwaardere omstandigheden, kies dan IP65 voor volledige stofdichtheid en bescherming tegen straalwater.
Richt een patchkast in door onderin zware apparatuur en de PDU te plaatsen, patchpanelen en switches met kabelmanagement ertussen te monteren, en ongebruikte ruimte met blindpanelen af te dichten. Zo houd je de bekabeling en luchtstroom overzichtelijk.
Een patchkast is doorgaans gemaakt van plaatstaal, vaak met een poedercoating. Dat geeft een stevige, duurzame behuizing die de apparatuur beschermt.
Plaats een patchkast op een centrale, droge en goed geventileerde plek, bijvoorbeeld een meterkast, technische ruimte of bergkast. Houd ruimte vrij voor de deur en voor de luchtstroom.
Een patchkast gebruik je om netwerkapparatuur en bekabeling overzichtelijk te bundelen op één plek, bijvoorbeeld patchpanelen, switches en kabelmanagement voor een gebouw of verdieping.
19 inch is de standaardbreedte voor de montagerails in een netwerk- of serverkast. Apparatuur met een 19-inch front past daardoor in vrijwel elke 19-inch kast.
Een hoogte-eenheid (U) is de standaardmaat voor de hoogte van rackapparatuur. Eén U komt overeen met 44,45 mm; de hoogte van een kast druk je uit in het aantal U's.
Een patchkast is een 19-inch behuizing waarin je netwerkapparatuur zoals patchpanelen, switches en kabelmanagement monteert. De kast houdt de bekabeling overzichtelijk en beschermt de apparatuur.
In een patchkast monteer je 19-inch apparatuur zoals patchpanelen, switches, kabelmanagement, een PDU voor de stroom en eventueel ventilatie. Alles wordt in de rails geschroefd.
Patchkasten zijn er in wandmodellen en staande modellen, in hoogtes van enkele U's tot tientallen U's en in breedtes van 600 of 800 mm. Kies de maat op basis van je apparatuur en uitbreidingsruimte.
Patchkast-accessoires zoals patchpanelen, kabelmanagement, kooimoeren, blindpanelen, legborden, een PDU en ventilatie maken een kast compleet en overzichtelijk. Welke je nodig hebt, hangt af van je opstelling.
Een patchkast met glazen deur is er als wand- en als staand model. Op de productpagina kies je eerst het model en daarna de deuruitvoering.
Tel de hoogte-eenheden van al je apparatuur op (patchpanelen, switches, PDU), tel ruimte voor kabelmanagement en reserve erbij, en kies een kast met die U-hoogte of iets meer. Houd ook rekening met de benodigde diepte.
Een 10-inch wandkast is er in lage U-hoogtes, vaak van enkele U's. Het exacte aantal hoogte-eenheden staat op de productpagina; bij Grayle bieden we ze aan als 4, 6 of 9 hoogte eenheden.
Een 10-inch wandkast is compact en geschikt voor kleine opstellingen zoals een modem, een kleine switch en een patchpaneel. Voor iets grotere netwerken waar ook meer ruimte nodig is gaat men sneller over naar een 19 inch wandkast.
Een 10-inch patchkast is smaller dan een 19-inch model en bedoeld voor 10-inch apparatuur. De exacte afmetingen verschillen per model en staan op de productpagina. Bij Grayle bieden we ze standaard aan met 370mm breedte en 300mm diepte.
In een 10-inch wandkast past compacte 10-inch apparatuur, zoals een klein patchpaneel, een kleine switch en een legbord voor een modem of router. In onderstaande link kan je al onze accessoires inzien.
De 10-inch wandkast met glazen deur is compact en met diverse deuropties leverbaar. Op de productpagina kies je de gewenste variant.
Voor een glasvezelmodem, een kleine switch en een compact patchpaneel kan een 10-inch wandkast volstaan, mits de apparatuur 10-inch is of op een legbord past. Heb je 19-inch apparatuur of meer ruimte nodig, kies dan 19 inch.
Een 10-inch wandkast is smaller en compact, geschikt voor kleine opstellingen en 10-inch apparatuur. Een 19-inch wandkast biedt de standaardbreedte voor professionele apparatuur en meer montageruimte. De 10 inch wandkast is bij Grayle te bestellen in zowel 4, 6 en 9 hoogte eenheden, de 19 inch wandkasten beginnen bij 6 hoogte eenheden.
Een 10-inch wandkast is smaller en compact, geschikt voor kleine opstellingen en 10-inch apparatuur. Een 19-inch wandkast biedt de standaardbreedte voor professionele apparatuur en meer montageruimte. Bij Grayle bieden we beide aan en zijn de maatvoeringen bij de producten te vinden.
Een 10-inch wandkast is smaller en compact, geschikt voor kleine opstellingen en 10-inch apparatuur, ook de accessoires voor de 10inch patchkast zijn bij Grayle beschikbaar, wel is over het algemeen meer keuze beschikbaar voor accessoires bij een 19inch patchkast versus een 10inch patchkast.
Bij een 12U staande patchkast biedt 800 mm breedte meer ruimte voor kabelmanagement aan de zijkant dan 600 mm. Kies 800 mm als je veel bekabeling of verticale PDU's wilt wegwerken; 600 mm volstaat voor een compacte opstelling.
Een 12U staande patchkast is groot genoeg zolang je apparatuur binnen 12 hoogte-eenheden past, inclusief ruimte voor kabels en stroom. Verwacht je groei, dan is een maat hoger verstandig.
Het verschil zit in de hoogte: een 12U staande patchkast biedt 12 hoogte-eenheden, een grotere maat biedt er meer en dus ruimte voor extra apparatuur. De breedte en diepte blijven gelijk; je kiest puur meer montageruimte.
Een demokast is bedoeld om opstellingen te tonen of te oefenen, vaak met transparante deur. Een gewone patchkast is voor de daadwerkelijke, vaste netwerkopstelling.
IP55 beschermt tegen stof en spatwater, IP65 is volledig stofdicht en bestand tegen straalwater. Voor zwaardere buitenomstandigheden kies je IP65.
Een binnenkast heeft geen bescherming tegen weer en is voor gebruik binnen. Een outdoor patchkast is afgedicht (bijvoorbeeld IP55) tegen stof en vocht en geschikt voor buiten.
Een patchkast is vooral bedoeld voor bekabeling en netwerkapparatuur en is meestal minder diep. Een serverkast is dieper en steviger en geschikt voor servers en zwaardere apparatuur.
Tel de hoogte-eenheden van je apparatuur plus ruimte voor kabelmanagement en reserve op. Een beperkte opstelling past in 12U tot 18U; voor veel apparatuur kies je een hogere staande kast tot 47U.
Een 19-inch wandkast hangt aan de muur en is compact, geschikt voor weinig apparatuur. Een staande patchkast staat op de vloer en biedt meer hoogte en draagvermogen.
Een wandkast kies je bij beperkte ruimte en weinig apparatuur. Een vloermodel kies je wanneer je meer hoogte, diepte of draagvermogen nodig hebt.
Of een 12U wandpatchkast diep genoeg is, hangt af van je diepste apparaat plus ruimte voor connectoren en kabels achterin. Kies de diepte daarom op basis van dat apparaat; de beschikbare dieptes staan op de productpagina.
Een 12U wandpatchkast is groot genoeg zolang je apparatuur binnen 12 hoogte-eenheden past, inclusief ruimte voor kabels en stroom. Verwacht je groei, dan is een maat hoger verstandig.
Het verschil zit in de hoogte: een 12U wandpatchkast biedt 12 hoogte-eenheden, een grotere maat biedt er meer en dus ruimte voor extra apparatuur. De breedte en diepte blijven gelijk; je kiest puur meer montageruimte.
Kies 10 inch voor kleine, compacte opstellingen met weinig apparatuur, zoals een thuisnetwerk of een modem met kleine switch. Kies 19 inch zodra je professionele rackapparatuur of meer ruimte nodig hebt.
Ookal zijn het twee verschillende termen bedoelen ze min of meer hetzelfde, een serverkast is in principe altijd meer een diepe en bredere kast dan een patchkast maar de termen worden vaak door elkaar gehaald, in beide gevallen is het bedoeld voor het juist monteren van alle data benodigdheden en randaccessoires.
Een 12U wandpatchkast hangt aan de muur en is compact; een 12U staande patchkast staat op de vloer en draagt meer gewicht. Bij gelijke hoogte kies je het wandmodel bij ruimtegebrek en het staande model bij zwaardere apparatuur.
In een 12U serverkast scheid je warme en koude lucht door apparatuur dezelfde kant op te laten blazen (voor koud, achter warm) en open ruimtes met blindpanelen af te dichten. Geperforeerde deuren en eventueel ventilatie voeren de warme lucht af.
In een 12U serverkast passen apparaten met een gezamenlijke hoogte tot 12 hoogte-eenheden. Houd rekening met ruimte voor kabelmanagement en stroomverdeling, zodat je in de praktijk iets minder dan 12U volledig benut.
Een 12U serverkast heeft 12 hoogte-eenheden. Eén hoogte-eenheid (1U) komt overeen met 44,45 mm inbouwhoogte.
Een 12U serverkast heeft kabelinvoeren in het dak en/of de bodem, vaak met borstelpanelen die de kabels netjes doorlaten en stof tegenhouden. Het exacte aantal staat in de specificaties.
De luchtdoorlaat van de deuren van een 12U serverkast wordt bepaald door de perforatiegraad. Geperforeerde deuren bieden een hoge luchtdoorlaat voor passieve koeling van actieve apparatuur.
Een 19-inch patchpaneel neemt doorgaans 1U in beslag. In een 12U serverkast passen dus meerdere patchpanelen, mits je ruimte overhoudt voor switches, kabelmanagement en stroom.
Hoeveel rackservers er in een 12U serverkast passen, hangt af van de hoogte per server (vaak 1U of 2U). Reserveer daarnaast ruimte voor switches, PDU's en kabelmanagement.
Het leeggewicht van een 12U serverkast hangt af van de uitvoering en het materiaal. Het exacte gewicht vind je in de productspecificaties op de betreffende pagina.
Voor een switch en enkele patchpanelen is een 12U serverkast ruim voldoende: die nemen elk ongeveer 1U in. Plan je veel uitbreiding, kies dan een maat hoger.
Ja, een 12U serverkast kun je met meerdere PDU's uitrusten, bijvoorbeeld verticaal aan de zijkant zodat ze geen hoogte-eenheden innemen. Zo voorzie je alle apparatuur van stroom.
Een 12U serverkast is geschikt voor een klein netwerk, bijvoorbeeld een kantoor met een switch, een patchpaneel en enkele servers of randapparaten.
Een 12U serverkast gebruik je om netwerkapparatuur zoals switches, patchpanelen en servers veilig en overzichtelijk te monteren in een 19-inch rack.
De inbouwhoogte van een 12U serverkast is ongeveer 533 mm (12 × 44,45 mm).
De maximale belasting van een 12U serverkast hangt af van de uitvoering en staat vermeld in de productspecificaties. Verdeel het gewicht gelijkmatig over de rails en plaats zware apparatuur onderin voor stabiliteit.
De buitenafmetingen van een 12U serverkast zijn groter dan de inbouwmaat van 533 mm, doordat het frame, de deuren en eventuele wielen meetellen. De exacte buitenmaten staan in de productspecificaties.
Een 12U serverkast is er in meerdere dieptes, doorgaans tussen 450 en 800 mm. Een ondiepere kast past bij switches en patchpanelen; een diepe kast bij servers met lange behuizing. De beschikbare maten staan op de productpagina.
De inbouwdiepte van een 12U serverkast is de bruikbare ruimte tussen de rails, iets kleiner dan de totale kastdiepte. Reken op je diepste apparaat plus ruimte achterin voor kabels en luchtstroom.
De 12U serverkast in 800 mm diepte biedt achter de apparatuur ruimte voor kabels en luchtstroom, geschikt voor servers met diepe behuizing. Op de productpagina kies je deze diepte met de gewenste deuren.
De 12U serverkast met glazen deur geeft zicht op de apparatuur en houdt hem afgesloten. Op de productpagina kies je de diepte en de deuruitvoering.
Een patchpaneel en een switch nemen doorgaans elk 1U in beslag. In een 12U serverkast houd je daarna nog ruimte over voor kabelmanagement, extra apparatuur of toekomstige uitbreiding.
Voor een klein kantoornetwerk met een switch en een patchpaneel is een compacte 12U serverkast doorgaans ruim voldoende. Kies een maat hoger als je uitbreiding verwacht.
Voor servers met een diepe behuizing en kabelmanagement achterin kies je bij een 12U serverkast een diepte van 800 mm of meer. Zo houd je achter de server genoeg ruimte voor kabels en luchtstroom.
Een serverkast is dieper dan een patchkast, doorgaans van ongeveer 600 tot 1200 mm, om ruimte te bieden aan servers met diepe behuizing en kabelmanagement achterin. De beschikbare dieptes staan op de productpagina.
Zorg voor koeling met geperforeerde voor- en achterdeuren, een nette voor-naar-achter luchtstroom, blindpanelen die warme en koude lucht scheiden, en eventueel ventilatie. Plaats de kast niet in directe zon of een afgesloten ruimte.
Het draagvermogen van een serverkast hangt af van de uitvoering en staat in de specificaties. Plaats zware servers onderin en verdeel het gewicht voor stabiliteit.
Hoeveel servers er passen, hangt af van hun hoogte (vaak 1U of 2U) en de U-hoogte van de kast, minus ruimte voor switches, PDU en kabelmanagement. Tel de benodigde U's op en houd marge over.
Een serverkast heeft geperforeerde deuren omdat servers veel warmte afgeven. De perforatie laat koele lucht voor in en warme lucht achter uit, wat passieve koeling ondersteunt.
Een serverkast gebruik je om servers, switches en bijbehorende apparatuur veilig en gekoeld te monteren. De diepe, stevige behuizing is geschikt voor zwaardere apparatuur dan een patchkast.
Een 19-inch serverkast is een vloermodel rack waarin je servers, switches en andere apparatuur monteert. De kast is dieper en steviger dan een patchkast en geschikt voor zwaardere apparatuur.
Een kleine 19-inch serverkast is een laag vloermodel of een compacte kast voor een beperkt aantal servers, een switch en een patchpaneel, bijvoorbeeld in een kantoor of werkkast.
Een patchkast is vooral bedoeld voor bekabeling en netwerkapparatuur en is meestal minder diep. Een serverkast is dieper en steviger en geschikt voor servers en zwaardere apparatuur.
Serverkasten zijn er in uiteenlopende U-hoogtes, doorgaans van 12U tot 47U, en in lage modellen voor kleine opstellingen. Kies de hoogte op basis van je apparatuur en uitbreidingsruimte.
Een serverkast met geperforeerde voor- en achterdeuren ondersteunt de koeling van actieve apparatuur. Op de productpagina kies je de gewenste hoogte, diepte en deuruitvoering.
Voor één server, een switch en een patchpaneel is een kleine 19-inch serverkast doorgaans genoeg. Tel de hoogtes op en kies een model met wat reserveruimte en voldoende diepte.
Ja, doorgaans wel: servers hebben een langere behuizing dan netwerkapparatuur, dus een serverkast is dieper dan een patchkast om de server plus kabels en luchtstroom achterin te kunnen herbergen.
Voor meerdere rackservers met hoge warmteafgifte kies je een ruime, diepe serverkast (vaak 800 tot 1000 mm diep) met geperforeerde deuren en actieve ventilatie. Reserveer hoogte voor kabelmanagement en koeling.
De 15U serverkast in 1000 mm diepte geeft achter de apparatuur ruimte voor kabels en luchtstroom. Op de productpagina kies je deze diepte met de gewenste deuren
Dit is inderdaad een standaard serverkast uitvoering en een product die wij als wandkast versie op voorraad hebben liggen. Bekijk de mogelijjkheden op de productenpagina.
De 18U serverkast in 1000 mm diepte geeft achter de apparatuur ruimte voor kabels en luchtstroom, geschikt voor servers met diepe behuizing. Op de productpagina kies je deze diepte met de gewenste deuren.
De 18U serverkast met glazen deur toont de opstelling en houdt hem afgesloten. Op de productpagina kies je de diepte, breedte en deuruitvoering.
Ja, de 18U serverkast is een standaard serverkast die bij Grayle op voorraad ligt. Kijk rond op de website voor de mogelijkheden of kom in contact met ons.
De 42U serverkast in 1000 mm diepte geeft achter de apparatuur ruimte voor kabels en luchtstroom, geschikt voor servers met diepe behuizing. Op de productpagina kies je deze diepte met de gewenste deuren.
De patchkasten worden niet geleverd met PDU, ventilatie op legborden, dit zijn apparte accessoires die wel te bestellen zijn onder het kopje patchkast accessoires.
De 42U serverkast met glazen deur toont de opstelling en houdt hem afgesloten. Op de productpagina kies je de diepte, breedte en deuruitvoering.
De 22U serverkast in 1000 mm diepte geeft achter de apparatuur ruimte voor kabels en luchtstroom, geschikt voor servers met diepe behuizing. Op de productpagina kies je deze diepte met de gewenste deuren.
Ook dit is een standaard versie die bij Grayle op voorraad ligt, de glazen deur is altijd van te voren al gemonteerd in de kast, de kast wordt ook geankerd in de pallet opgeleverd om schade te voorkomen.
De 27U serverkast in 1000 mm diepte geeft achter de apparatuur ruimte voor kabels en luchtstroom, geschikt voor servers met diepe behuizing. Op de productpagina kies je deze diepte met de gewenste deuren.
De legborden en stroom zijn ook als accessoires bescikbaar bij de 27U serverkast, normaliter bieden we die appart aan, aangezien het aantal en versie voor iedere installatie anders is.
De 27U serverkast met glazen deur toont de opstelling en houdt hem afgesloten. Op de productpagina kies je de diepte, breedte en deuruitvoering.
De 32U serverkast in 1000 mm diepte geeft achter de apparatuur ruimte voor kabels en luchtstroom, geschikt voor servers met diepe behuizing. Op de productpagina kies je deze diepte met de gewenste deuren.
De serverkast met glazen deur is een standaard voorraad artikel die we verkopen en kan ook standaard besteld worden, de glazen deur bieden we in een rook glazen versie aan, dat geeft hem een strakke uitstraling.
De 37U serverkast in 1000 mm diepte geeft achter de apparatuur ruimte voor kabels en luchtstroom, geschikt voor servers met diepe behuizing. Op de productpagina kies je deze diepte met de gewenste deuren.
De 37U serverkast is standaard te bestellen met een glazen deur, de artikelcodes hiervoor eindigen altijd met 002.
De 47U serverkast in 1000 mm diepte geeft achter de apparatuur ruimte voor kabels en luchtstroom, geschikt voor servers met diepe behuizing. Op de productpagina kies je deze diepte met de gewenste deuren.
De 47U serverkast met glazen deur toont de opstelling en houdt hem afgesloten. Op de productpagina kies je de diepte, breedte en deuruitvoering.
Een serverkast kan dieper dan een patchkast zijn, doorgaans zijn serverkasten 800 tot 1200 mm, om ruimte te bieden aan servers met diepe behuizing en kabelmanagement achterin. Bij Grayle bieden we verschillende opties voor 800 en 1000 diepe kasten en hebben we ook een kleine selectie van 1200 diepe kasten, kijk voor de verschillen op de productpagina's.
Koel een serverkast door koele lucht aan de voorzijde binnen te laten en warme lucht achter af te voeren. Geperforeerde deuren, blindpanelen tegen luchtmenging en zo nodig actieve ventilatie houden de temperatuur onder controle.
Het aantal servers volgt uit de U-hoogte van de kast gedeeld door de hoogte per server (1U of 2U), nadat je ruimte hebt afgetrokken voor switches, PDU en kabelmanagement. Houd altijd wat reserve aan.
Plaats een serverkast in een koele, droge en goed geventileerde ruimte met genoeg vrije ruimte rond de kast voor de deuren en de luchtstroom. Vermijd directe zon en stoffige plekken.
Een serverkast bundelt servers, switches en randapparatuur in één afsluitbaar 19-inch rack, met koeling via geperforeerde deuren en bescherming tegen stof en aanraking.
Een server rack is een 19-inch kast of frame waarin je servers en netwerkapparatuur monteert. De term wordt gebruikt voor het staande rack waarin apparatuur in hoogte-eenheden wordt geschroefd.
Een serverkast is een afsluitbare 19-inch behuizing op de vloer waarin servers en netwerkapparatuur in hoogte-eenheden worden gemonteerd. De diepe, stevige opbouw maakt hem geschikt voor zwaardere apparatuur.
Serverkasten lopen qua hoogte uiteen van 12U tot 47U, met daarnaast lage en compacte modellen. Daarnaast verschillen ze in diepte en breedte, zodat er voor elke opstelling een passende maat is.
Bepaal de hoogte door de U's van al je apparatuur plus reserve op te tellen, en de diepte op basis van je diepste server plus ruimte voor kabels en luchtstroom achterin. Kies daarna de dichtstbijzijnde maat erboven.
Bij meerdere rackservers met veel warmteafgifte kies je een diepe kast met geperforeerde voor- en achterdeuren en actieve koeling. Reken op 800 tot 1000 mm diepte en reserveer hoogte voor kabelmanagement.
Een kleine serverkast is vaak een aanduiding naar een minder diepe, minder breede of minder hoge serverkast. Ook deze verschillende versies bieden we aan, dat kan onder de noemer patchkast of serverkast zijn. Kijk bij de producten en filter vooral op de kleine lengtematen om het juiste product te vinden.
Ja, een kleine serverkast is geschikt voor een kantoor of werkkast: hij biedt ruimte voor een beperkt aantal servers, een switch en een patchpaneel in een compacte vorm.
Een kleine 19-inch serverkast gebruik je voor een beperkte opstelling: een enkele server, een switch en een patchpaneel op een plek waar een hoog vloermodel te groot is, zoals een kantoor of werkkast.
Lage serverkasten zijn er in compacte uitvoeringen met een beperkt aantal hoogte-eenheden, geschikt voor kleine opstellingen. De precieze lage hoogtes vind je op de productpagina.
Een 10-inch serverkast is er in lage U-hoogtes; Wij bieden bij Grayle hem aan in 3 verschillende versies, namelijk 4, 6, en 9 hoogte eenheden.
Een 10-inch serverkast is geschikt voor compacte apparatuur zoals een mini-server of NAS, mits die in de breedte en diepte past. Controleer de afmetingen tegen je apparaat.
Een 10-inch serverkast is smaller dan een 19-inch model. De exacte afmetingen verschillen per uitvoering en staan op de productpagina.
Een korte server of NAS past in een 10-inch serverkast als de behuizing binnen de breedte en diepte van de kast valt. Controleer vooral de diepte tegen de opgegeven inbouwmaat.
Een 10-inch serverkast is compact en bedoeld voor kleine apparatuur zoals een mini-server of NAS. Een 19-inch serverkast biedt de standaardbreedte en ruimte voor reguliere rackservers en switches. Beide hebben op hun eigen manier voordelen
Het verschil zit in de breedte en het toepassingsgebied: een 10-inch serverkast is smal en bedoeld voor compacte apparatuur zoals een NAS of mini-server, terwijl een 19-inch serverkast de standaardmaat is voor reguliere rackservers, switches en patchpanelen.
Bij een 12U serverkast geeft 1000 mm diepte meer ruimte achter de apparatuur voor kabels en connectoren dan 800 mm. Kies 1000 mm voor servers met diepe behuizing; 800 mm is geschikt voor switches en patchpanelen.
Een 12U serverkast is groot genoeg zolang je apparatuur binnen 12 hoogte-eenheden past, inclusief ruimte voor kabels en stroom. Verwacht je groei, dan is een maat hoger verstandig.
Het verschil zit in de hoogte: een 12U serverkast biedt 12 hoogte-eenheden, een grotere maat biedt er meer en dus ruimte voor extra apparatuur. De breedte en diepte blijven gelijk; je kiest puur meer montageruimte.
Serverkasten zijn in verschillende hoogtes, dieptes en deuruitvoeringen verkrijgbaar in de webshop, ook compleet met ventilatie en stroomverdeling. Kies de gewenste configuratie op de productpagina voor de actuele prijs.
Tel de hoogte-eenheden van je servers (vaak 1U of 2U elk) plus switches, PDU en kabelmanagement op, en reserveer marge. Een klein netwerk past in 12U tot 18U; voor veel servers kies je 27U tot 47U.
Serverkasten zijn in verschillende hoogtes, dieptes en deuruitvoeringen verkrijgbaar in de webshop, ook compleet met ventilatie en stroomverdeling. Kies de gewenste configuratie op de productpagina voor de actuele prijs.
Een patchkast is vooral bedoeld voor bekabeling en netwerkapparatuur en is meestal minder diep. Een serverkast is dieper en steviger en geschikt voor servers en zwaardere apparatuur.
Voor servers kies je doorgaans de 12U serverkast: die is dieper en steviger en biedt achter de server ruimte voor kabels en koeling. Een 12U staande patchkast is ondieper en meer op bekabeling en netwerkapparatuur gericht.
Houd de bekabeling achter een patchpaneel overzichtelijk met kabelmanagement: geleid de patchkabels via horizontale geleiders en verticale goten, bundel ze met klittenband en houd de lengtes net passend. Zo blijft alles geordend en eenvoudig te traceren.
Kabelmanagement is belangrijk omdat het de bekabeling ordent, de luchtstroom vrijhoudt en onderhoud vereenvoudigt. Nette kabels voorkomen fouten en maken het makkelijker om aansluitingen te traceren, nummering van kabels helpt om dat te eenvoudigen en kabelmanagement panelen houden de kabels samengeslagen bij elkaar.
Een kabelgeleider of opruimbeugel is een 19-inch paneel met ringen of kammen dat patchkabels netjes geleidt en bundelt. Het houdt de bekabeling overzichtelijk tussen patchpanelen en switches.
Een verticale kabelgoot loopt langs de zijkant van een staande kast en geleidt patchkabels over meerdere hoogte-eenheden. Zo voer je veel kabels netjes van boven naar beneden zonder dat ze voor de apparatuur hangen.
Voor kabelmanagement en stroom gebruik je horizontale en verticale kabelgeleiders, kabelgoten, klittenband en een PDU. Samen houden ze de bekabeling overzichtelijk en voorzien ze de apparatuur van stroom.
Voor een patchkast zijn er onder meer horizontale en verticale kabelgeleiders, kabelgoten, beugels met ringen, klittenband en borstelpanelen. Vaak combineer je horizontale geleiding tussen apparaten met verticale geleiding langs de zijkant.
Een horizontale kabelgeleider van 1U met ringen leidt patchkabels netjes voor de panelen langs. Op de productpagina kies je deze uitvoering met het gewenste aantal ringen.
Een 19-inch kabelgeleider ordent de patchkabels tussen je apparatuur. Op de productpagina kies je tussen uitvoeringen met ringen of kammen, in de gewenste hoogte.
Kabelmanagement voor een patchkast omvat geleiders, goten en beugels. Op de productpagina kies je de onderdelen die bij je opstelling passen.
Een verticale kabelgoot van 42U geleidt kabels over de volle hoogte van een staande kast. Op de productpagina kies je deze hoogte met de passende breedte.
Verticale kabelgoten zijn er voor staande kasten in verschillende U-hoogtes. Op de productpagina kies je de hoogte die bij je kast past.
Voor 48 patchkabels in een staande kast gebruik je een combinatie van horizontale kabelgeleiders bij de patchpanelen en een verticale kabelgoot langs de zijkant. Bundel de kabels met klittenband voor een net resultaat.
Horizontale kabelgeleiding ordent kabels tussen apparaten op dezelfde hoogte. Verticale kabelgeleiding leidt kabels langs de zijkant over meerdere hoogte-eenheden; vaak combineer je beide.
Verbind een switchpoort met een poort op het patchpaneel via een korte patchkabel. De installatiekabel zit vast op de achterkant van het patchpaneel; de patchkabel maakt de flexibele verbinding naar de switch.
Een 24-poorts patchpaneel neemt doorgaans 1U in beslag. Een 48-poorts paneel is vaak 1U of 2U, afhankelijk van de uitvoering.
Een 19-inch patchpaneel heeft doorgaans 24 of 48 poorten, in 1U of 2U. Het aantal kies je op basis van het aantal aansluitingen dat je nu en in de toekomst nodig hebt.
Ja, een switch en een patchpaneel monteer je samen in een 19-inch wandkast, mits hun gezamenlijke hoogte plus kabelmanagement binnen de U-hoogte past. Houd ruimte vrij voor de bekabeling ertussen.
Een patchpaneel scheidt de vaste installatiekabel van de verplaatsbare patchkabels. Daardoor hoef je de vaste bekabeling nooit los te koppelen en pas je verbindingen aan met patchkabels, wat netter en betrouwbaarder is.
Een patchpaneel gebruik je om vaste installatiekabel centraal af te monteren en flexibel met patchkabels door te verbinden naar actieve apparatuur. Zo blijft de bekabeling ordelijk en aanpasbaar.
Een doorvoer-patchpaneel heeft vaste koppelingen waarop je patchkabels doorverbindt. Een keystone- of gemonteerd paneel vul je zelf met losse keystones, wat flexibeler is in categorie en kleur.
Een patchpaneel is een 19-inch paneel met genummerde poorten waarop je installatiekabel afmonteert. Vanaf het paneel verbind je met patchkabels naar switches, wat de bekabeling overzichtelijk houdt.
Patchpanelen zijn er als doorvoer-paneel (met vaste koppelingen) en als keystone-paneel (met losse, zelf in te vullen keystones), in verschillende poortaantallen (zoals 24 of 48) en categorieën (Cat5e, Cat6, Cat6a).
Een 19-inch patchpaneel is er als doorvoer- en keystone-uitvoering, in 24 of 48 poorten. Op de productpagina kies je het type en de categorie die bij je bekabeling passen.
Een 24-poorts Cat6a patchpaneel is geschikt voor afgeschermde of onafgeschermde Cat6a-bekabeling. Op de productpagina kies je de doorvoer- of keystone-uitvoering.
Een 24-poorts patchpaneel neemt doorgaans 1U in en past bij kleinere tot middelgrote opstellingen. Op de productpagina kies je het type en de categorie.
Een 48-poorts doorvoer-patchpaneel bundelt veel aansluitingen in 1U of 2U. Op de productpagina kies je de categorie die bij je bekabeling past.
Een Cat6a patchpaneel ondersteunt de hogere snelheden van Cat6a-bekabeling. Op de productpagina kies je het poortaantal en de doorvoer- of keystone-uitvoering.
Voor 48 dataposten kies je een 48-poorts patchpaneel (vaak 1U of 2U), of twee 24-poorts panelen. Stem de categorie (bijvoorbeeld Cat6a) af op je bekabeling.
Voor een switch, patchpaneel en router volstaat doorgaans een compacte patchkast van enkele U's. Tel de hoogtes op, reserveer ruimte voor kabelmanagement, en kies een diepte die bij je apparatuur past.
Monteer een legbord door het met kooimoeren en schroeven (of de bijgeleverde bevestiging) in de 19-inch rails vast te zetten. Een vast legbord schroef je op de juiste hoogte eenheid; een uittrekbaar legbord schuift naar voren, een vaste versie zal niet bewegen.
Het draagvermogen van een vast legbord hangt af van de uitvoering en de diepte. Een vast legbord draagt doorgaans meer dan een uittrekbaar model; het exacte maximale draaggewicht staat in de productspecificaties.
Ja, een legbord is juist bedoeld voor apparatuur zonder 19-inch beugel. Je legt het apparaat op de plank in plaats van het in de rails te schroeven.
Een legbord gebruik je om losse apparatuur zonder 19-inch beugel toch netjes in een kast te plaatsen. Je legt het apparaat op de plank in plaats van het in de rails te schroeven.
Een legbord is een plank die je in de 19-inch rails van een kast monteert om apparatuur zonder rackmontage op te plaatsen, zoals een modem, router of NAS.
Een uittrekbaar legbord schuift op geleiders naar voren uit de kast, zodat je makkelijk bij de apparatuur erop kunt voor onderhoud. Het is handig voor apparaten die je regelmatig moet bedienen.
Voor een 10-inch rack gebruik je 10-inch legborden, die smaller zijn dan 19-inch modellen. Kies een legbord dat past bij de breedte en diepte van je 10-inch kast.
Legborden zijn er als vast legbord (stevig en voordelig) en uittrekbaar legbord (schuift naar voren voor makkelijk onderhoud), in 19-inch en 10-inch uitvoering en verschillende dieptes.
Legborden voor een patchkast zijn er vast en uittrekbaar, in 19-inch en 10-inch uitvoering. Op de productpagina kies je het type en de diepte die bij je kast passen.
Een uittrekbaar 19-inch legbord schuift naar voren voor makkelijk onderhoud. Op de productpagina kies je de gewenste diepte.
Een uittrekbaar legbord met geleiders schuift soepel naar voren uit de kast. Op de productpagina kies je de uitvoering en diepte.
Een vast 19-inch legbord van 1U is een stevige, voordelige plank voor apparatuur zonder rackbeugel. Op de productpagina kies je de gewenste diepte.
Een vast legbord voor een serverkast is in diepere uitvoeringen leverbaar, passend bij de grotere kastdiepte. Op de productpagina kies je de diepte die bij je serverkast past.
Voor een zwaar, niet-rackmontabel apparaat kies je een stevig vast legbord met voldoende draagvermogen en de juiste diepte. Controleer het maximale draaggewicht in de specificaties.
Richt een 10-inch kast in door zwaardere apparatuur onderop te plaatsen, een compact patchpaneel en eventueel een switch te monteren, en losse apparatuur op een 10-inch legbord te leggen. Houd de kabels kort en gebundeld voor een net resultaat.
10-inch accessoires gebruik je om een 10-inch kast in te richten, zoals een klein patchpaneel, een legbord en kabelmanagement passend bij de smallere 10-inch breedte. Bekijk onze 10 inch accessoires om alle opties in te zien.
Voor een 10-inch kast zijn er compacte patchpanelen, legborden, kabelmanagement en blindpanelen, afgestemd op de smallere 10-inch breedte.
In een 10-inch kast passen 10-inch patchpanelen, vaak met een beperkt aantal poorten (zoals 12). Kies een paneel dat bij de breedte en je aansluitingen past.
10-inch accessoires omvatten patchpanelen, legborden en kabelmanagement op de smallere 10-inch maat. Op de productpagina kies je de onderdelen voor je kast.
Een 10-inch legbord is smaller dan een 19-inch model en past in een 10-inch kast. Op de productpagina kies je de gewenste diepte.
Een 10-inch legbord biedt plek voor losse apparatuur in een compacte kast. Op de productpagina kies je het vaste of uittrekbare type.
Een 10-inch patchpaneel met 12 poorten past bij compacte opstellingen in een 10-inch kast. Op de productpagina kies je de gewenste uitvoering.
Een 10-inch patchpaneel is smaller dan een 19-inch model en heeft doorgaans minder poorten. Op de productpagina kies je het poortaantal dat bij je kast past.
Voor een complete 10-inch thuisnetwerkkast gebruik je doorgaans een klein patchpaneel, een legbord voor modem of router, kabelmanagement en eventueel een stekkerdoos en ventilatie.
Bevestig eerst een DIN-rail op een 19-inch montagebeugel in de kast en schroef die in de rails. Klik daarna de DIN-componenten zoals voedingen of relais op de rail; ze klemmen vast met hun standaard klikbevestiging.
Een DIN-rail in een patchkast gebruik je om DIN-componenten te monteren die geen 19-inch front hebben, zoals kleine voedingen, relais of glasvezelmodules.
Een DIN-rail montagebeugel is een 19-inch beugel waarop je een DIN-rail bevestigt. Zo plaats je DIN-componenten, zoals kleine voedingen of relais, in een 19-inch kast. Een Din rail neemt vaak tussen de 1 en 3 hoogte eenheden aan ruimte in beslag.
Een DIN-rail is een gestandaardiseerde metalen rail waarop je componenten klikt, gangbaar in schakel- en verdeelkasten. In een 19-inch kast monteer je een DIN-rail op een beugel om DIN-componenten te plaatsen.
Voor een 19-inch kast zijn er DIN-rails, DIN-rail montagebeugels en montageplaten, waarmee je DIN-componenten in het rack plaatst. De beschikbare opties staan op de productpagina.
Een DIN-rail voor 19-inch montage plaats je op een beugel in de kast. Op de productpagina kies je de rail met de bijbehorende beugel.
Een DIN-rail beugel is de 19-inch drager waarop je de rail bevestigt. Op de productpagina kies je de beugel die bij je kast past.
Een 19-inch DIN-rail beugel monteer je in de rails om er een DIN-rail op te plaatsen. Op de productpagina kies je de gewenste uitvoering.
Een DIN-rail montageplaat biedt een vlak montagevlak voor DIN-componenten in de kast. Op de productpagina kies je de passende maat.
Plaats eerst een DIN-rail op een 19-inch beugel in het rack. Druk de voeding of het relais daarna met de klikvoet op de rail; door de standaardmaat van de rail klemmen de componenten stevig vast.
Lege rackruimte dek je af met blindpanelen. Die sluiten ongebruikte hoogte-eenheden af, verbeteren de luchtstroom door warme en koude lucht te scheiden en geven de kast een strakke uitstraling. Bij Grayle bieden we die op 1 HE, 2HE of 4HE standaard aan. Wist je dat Grayle ook gepersonaliseerde blindpanelen maakt? Neem contact op voor de opties!
Blindpanelen verbeteren de luchtstroom door ongebruikte openingen af te dichten, zodat warme en koude lucht niet ongewenst mengen. Zo blijft de koeling van de apparatuur effectief.
Een blindpaneel gebruik je om ongebruikte ruimte in een kast af te dekken. Dat houdt warme en koude lucht gescheiden voor een betere koeling en maakt de kast netjes.
Een blindpaneel is een dicht of geperforeerd 19-inch paneel dat ongebruikte ruimte in een kast afdekt. Het verbetert de luchtstroom en geeft de kast een verzorgde aanblik.
Een geponst of geperforeerd blindpaneel heeft openingen die lucht doorlaten, wat passieve koeling ondersteunt. Een dicht blindpaneel sluit de ruimte volledig af voor strikte luchtscheiding.
Blindpanelen zijn er in verschillende U-hoogtes, van 1U tot meerdere U's, in dichte en geperforeerde uitvoering. Kies de maat die de open ruimte in je kast afdekt.
Een 1U blindpaneel dekt één hoogte-eenheid open ruimte af. Op de productpagina kies je tussen een dichte en geperforeerde uitvoering, los of per set.
Een set 1U blindpanelen is handig als je meerdere open hoogte-eenheden wilt afdekken. Op de productpagina kies je de gewenste uitvoering en setgrootte.
Een 19-inch blindpaneel dekt ongebruikte ruimte in de rails af. Op de productpagina kies je de U-hoogte en de dichte of geperforeerde uitvoering.
Een gereedschapsloos blindpaneel klik je zonder schroeven in de rails. Op de productpagina kies je de gewenste U-hoogte.
Een set blindpanelen dekt in één keer meerdere open hoogte-eenheden af. Op de productpagina kies je de uitvoering en de setgrootte.
Ja, blindpanelen houden warme en koude lucht gescheiden door open ruimte in de rails af te dichten. Daardoor wordt warme lucht niet teruggezogen langs de voorkant en blijft de koeling efficiënt.
Met een korte powercord-jumper (bijvoorbeeld C13 naar C14) verbind je apparatuur kort en netjes met de PDU. Dat voorkomt overtollige kabellengte in een vol rack.
Stroom verdeel je in een serverkast met een PDU: een 19-inch of verticale stekkerstrip met meerdere uitgangen. Verticaal gemonteerd kost een PDU geen hoogte-eenheden en bereik je alle apparatuur.
Tel het aantal apparaten dat stroom nodig heeft plus wat reserve; voor een vol rack kies je vaak een PDU met 8 tot 12 of meer uitgangen. Houd rekening met de totale belasting die de PDU aankan.
Een 19-inch PDU heeft doorgaans tussen de 6 en 12 uitgangen, afhankelijk van het model. Kies het aantal uitgangen op basis van de apparatuur die je van stroom moet voorzien. Let daarnaast op wat voor type stekkers je apparatuur heeft.
Een PDU monteer je horizontaal in de rails (kost 1U of meer) of verticaal aan de zijkant (kost geen hoogte-eenheden). In een volle kast is verticale montage handig om ruimte te besparen.
Een PDU (Power Distribution Unit) gebruik je om de stroom in een kast te verdelen over meerdere apparaten. Je sluit de PDU aan op het net en de apparatuur op de PDU.
Een PDU met overspanningsbeveiliging vangt spanningspieken op voordat ze de aangesloten apparatuur bereiken. Zo bescherm je servers en switches tegen schade door bijvoorbeeld blikseminslag of schakelpieken.
Een PDU (Power Distribution Unit) is een 19-inch of verticale stroomverdeler met meerdere uitgangen. Hij verdeelt de netvoeding over de apparatuur in een kast.
Een PDU is gemaakt voor montage in een 19-inch kast, met een passende vorm, bevestiging en vaak meer uitgangen of beveiliging. Een gewone stekkerdoos is voor algemeen gebruik en niet op rackmontage afgestemd.
Een 19-inch PDU verdeelt de stroom over je rackapparatuur. Op de productpagina kies je tussen horizontale en verticale uitvoeringen, met of zonder overspanningsbeveiliging.
Een PDU voeg je los toe om je serverkast van stroomverdeling te voorzien. Op de productpagina kies je een horizontale of verticale PDU met het gewenste aantal uitgangen.
Een PDU met schakelaar laat je de aangesloten apparatuur in één keer in- en uitschakelen. Op de productpagina kies je de horizontale of verticale uitvoering.
Een PDU stekkerdoos verdeelt de netvoeding over meerdere uitgangen in de kast. Op de productpagina kies je het model en het aantal uitgangen.
Voor meerdere switches en servers kies je een PDU met genoeg uitgangen en voldoende belastbaarheid, bij voorkeur met overspanningsbeveiliging. Verticale montage bespaart hoogte-eenheden in de kast.
Een dichte patchkast koel je met een ventilator of ventilatie-unit, bij voorkeur thermostaatgestuurd, eventueel aangevuld met geperforeerde panelen. Zo voer je de warme lucht actief af.
Laat in een 12U wandpatchkast boven warmteproducerende apparatuur enige ruimte vrij voor luchtstroom, en dicht ongebruikte openingen af met blindpanelen. Zo voer je warme lucht effectief af.
Het benodigde aantal ventilatoren bepaal je aan de hand van de warmtelast en de grootte van de kast. Bij weinig apparatuur volstaat één ventilator; bij meerdere warme apparaten kies je een ventilatie-unit met twee of meer ventilatoren.
Plaats ventilatoren zo dat ze de warme lucht bovenin of achterin afvoeren en koele lucht voorin binnenlaten. Een dakventilatie-unit zuigt warme lucht via het dak naar buiten.
Een patchkast heeft ventilatie nodig omdat actieve apparatuur warmte afgeeft. Zonder afvoer loopt de temperatuur op, dat kan voor meerdere soorten problemen zorgen zoals overbespanning en een kortere levensduur van componenten.
Een thermostaatgestuurde ventilatie-unit schakelt automatisch in zodra de temperatuur in de kast een ingestelde waarde overschrijdt, en weer uit als het koeler is. Zo koel je alleen wanneer nodig en bespaar je energie en slijtage.
Het luchtdebiet van een kastventilator geeft aan hoeveel lucht hij per tijdseenheid verplaatst, vaak uitgedrukt in kubieke meter per uur. Een hoger debiet voert meer warmte af; de waarde staat in de specificaties.
Voor een patchkast zijn er dakventilatie-units, inschuifventilatoren voor de rails en losse ventilatoren, vaak met thermostaat. Kies op basis van de warmtelast en de montageplek.
Een dakventilatie-unit met 4 ventilatoren voert veel warme lucht via het dak af, geschikt voor warm beladen kasten. Op de productpagina kies je de uitvoering met of zonder thermostaat.
Een dakventilator met thermostaat schakelt automatisch op temperatuur. Op de productpagina kies je het aantal ventilatoren dat bij je warmtelast past.
Een ventilator voor een patchkast voert warme lucht actief af. Op de productpagina kies je tussen losse ventilatoren, inschuifmodellen en dakunits, met of zonder thermostaat.
Een PDU en ventilatoren voeg je los toe om je serverkast compleet te maken. Op de productpagina kies je de ventilatie-uitvoering en stroomverdeling die bij je opstelling passen.
Een serverkast vul je aan met ventilatie passend bij de warmtelast. Op de productpagina kies je de ventilatie-unit en de overige uitrusting.
Een thermostaatgestuurde 19-inch ventilatie schakelt automatisch op temperatuur. Op de productpagina kies je de uitvoering en het aantal ventilatoren.
Een 19-inch ventilatie-unit monteer je in de rails of in het dak om warme lucht af te voeren. Op de productpagina kies je de uitvoering met of zonder thermostaat.
Bij een serverkast met meerdere warme switches reken je op een ventilatie-unit met minstens twee ventilatoren, afgestemd op de totale warmteafgifte. Meet of schat de warmtelast en kies de unit met voldoende luchtdebiet.
Knijp de kooimoer met de veerklem in een vierkant gat van de rail, zodat de klemmen achter de randen grijpen. De kooimoer bevestig je aan de achterkant van het rail, daarna schroef je de bout aan de voorkant vast.
Kooimoeren gebruik je om een verwisselbaar schroefdraad in de vierkante gaten van de 19-inch rails te plaatsen. Daarin schroef je apparatuur, patchpanelen en legborden vast.
Kooimoeren plaats je los per gat en vervang je eenvoudig, ideaal voor flexibel monteren. Schroefdraadstrips hebben een vast schroefdraad in de rail en zijn minder flexibel bij wisselende maten.
Kooimoeren zijn moeren in een veerklem die je in de vierkante gaten van 19-inch rails plaatst. Ze geven een verwisselbaar schroefdraad waarin je apparatuur, patchpanelen en legborden vastschroeft.
De bout moet bij de maat van de kooimoer passen: M5-bouten bij M5-kooimoeren, M6 bij M6. Controleer wat je rails en apparatuur voorschrijven en gebruik bij voorkeur de bijbehorende set.
M5 en M6 verwijzen naar de schroefmaat van de kooimoer. Gebruik de maat die bij je rails en montagemateriaal hoort; M6 is iets grover dan M5. Controleer wat je apparatuur en rails voorschrijven.
Kooimoeren voor 19-inch rails zijn er in M5 en M6, vaak in sets met schroeven. Op de productpagina kies je de maat die bij je rails past.
M6-kooimoeren passen in rails met M6-montage en komen vaak met bijpassende bouten. Op de productpagina kies je de gewenste setgrootte.
Een set van 50 M6-kooimoeren is handig voor het volledig inrichten van een kast. Op de productpagina kies je de set met of zonder bouten.
Een set kooimoeren met bouten en ringen bevat alles voor een vaste montage. Op de productpagina kies je de maat M5 of M6.
Een set kooimoeren met bouten bevat de bijbehorende schroeven in dezelfde maat. Op de productpagina kies je M5 of M6 en de setgrootte.
Voor een zwaar patchpaneel gebruik je de kooimoermaat die je rails voorschrijven (vaak M6) met passende bouten, en zet je het paneel op meerdere punten vast. Zo verdeel je het gewicht veilig over de rails.
Een patchkast maak je compleet met de juiste accessoires: kooimoeren en schroeven voor de montage, een patchpaneel, kabelmanagement, een PDU voor de stroom en blindpanelen voor ongebruikte ruimte. Eventueel vul je aan met ventilatie en verlichting.
Patchkast-accessoires gebruik je om een kast werkbaar en overzichtelijk te maken: ze zorgen voor montage, bekabeling, stroom, koeling en het afdekken van lege ruimte. Welke je inzet, hangt af van de apparatuur in je kast.
De koeling verbeter je met geperforeerde deuren, blindpanelen die warme en koude lucht scheiden, en ventilatie zoals een dakventilatie-unit of thermostaatgestuurde ventilator.
Voor een patchkast zijn er patchpanelen, kabelmanagement, kooimoeren met schroeven, legborden, blindpanelen, een PDU en ventilatie. Samen vormen ze de complete uitrusting van een ingerichte kast.
Om een patchkast in te richten heb je montagemateriaal (kooimoeren en schroeven), een patchpaneel en kabelmanagement nodig, aangevuld met een PDU voor de stroom. Blindpanelen en ventilatie maken het geheel af.
19-inch toebehoren omvatten patchpanelen, kabelmanagement, kooimoeren, blindpanelen, legborden, een PDU en ventilatie. Op de productpagina kies je de onderdelen die je kast compleet maken.
Een accessoireset voor een patchkast combineer je uit kooimoeren, een patchpaneel, kabelmanagement, een PDU en blindpanelen. Op de productpagina kies je de onderdelen die bij je opstelling passen.
Patchkast-accessoires omvatten patchpanelen, kabelmanagement, kooimoeren, blindpanelen, legborden, een PDU en ventilatie. Op de productpagina kies je wat je kast compleet maakt.
Om een lege patchkast werkklaar te maken heb je minimaal kooimoeren met schroeven, een patchpaneel, kabelmanagement en een PDU voor de stroom nodig. Blindpanelen en eventueel ventilatie maken het af.
Ja, een geperforeerde deur helpt bij de koeling: de openingen laten koele lucht voorin binnen en warme lucht achterin naar buiten. Voor warme actieve apparatuur is dat de betere keuze. Let wel op dat de ruimte ook de warme lucht kan verplaatsen, naast de kast is ook de ruimte van belang om temperaturen juist te reguleren.
Bij veel kasten kun je de draairichting van de deur omkeren, zodat hij links of rechts opent. Of dat kan, hangt van het model af en staat in de specificaties.
Je vervangt een patchkastdeur bijvoorbeeld om over te stappen op een geperforeerde deur voor betere koeling, een glazen deur voor uitstraling, of om een beschadigde of niet-afsluitbare deur te vervangen door een afsluitbare.
Een glazen deur oogt strak, houdt stof tegen en laat de opstelling zien, maar beperkt de luchtstroom. Een (geperforeerde) stalen deur voert warmte beter af en is robuuster. Kies op basis van koeling en uitstraling.
De deurmaat moet passen bij de breedte en U-hoogte van de kast. Controleer de afmetingen en het type bevestiging tegen je kast; de maatvoering staat op de productpagina.
Patchkastdeuren zijn er als glazen deur, geperforeerde stalen deur en dichte stalen deur. Een glazen deur oogt strak en houdt stof tegen; een geperforeerde deur voert warmte beter af.
Een cilinderslot vervangt of vult de standaardvergrendeling van een patchkastdeur aan. Op de productpagina kies je het slot dat bij je deur past.
Een geperforeerde patchkastdeur van 22U voert warmte af bij actieve apparatuur. Op de productpagina kies je de deur passend bij de breedte van je kast.
Een glazen patchkastdeur oogt strak en houdt stof tegen. Op de productpagina kies je de deur in de juiste U-hoogte en breedte.
Een patchkastdeur is er als glazen, geperforeerde of dichte uitvoering, met diverse sloten. Op de productpagina kies je het type en de maat die bij je kast passen.
Een vervangende kastdeur met slot komt van pas bij een beschadigde of niet-afsluitbare deur. Op de productpagina kies je het type deur en het bijbehorende slot.
Voor een patchkast met warmteproducerende actieve apparatuur kies je een geperforeerde deur. Die voert warme lucht af en houdt de apparatuur koeler dan een glazen of dichte deur.
Ja, een plint helpt bij kabelinvoer van onderaf: de ruimte onder de kast laat je kabels netjes vanuit de vloer of een kabelgoot naar binnen leiden. Wil je kabels van onderaf invoeren, dan is een plint met kabelinvoer praktisch.
Een plint of sokkel zorgt voor een nette opstelling, standaard staan de kasten bij Grayle al stevig op pootjes en kan kabelinvoer al onder de kast plaatsvinden maar plitnen geven de kast wel een afgemaakte uitstraling.
Een plint of sokkel onder een staande kast geeft ruimte voor kabelinvoer van onderaf, houdt de kast vrij van de vloer en zorgt voor een stabiele, nette opstelling.
Een plint (sokkel) is een verhoging onder een staande kast. Hij tilt de kast iets op, biedt ruimte voor kabelinvoer van onderaf en geeft een stabiele, afgewerkte basis.
Plinten zijn er in verschillende hoogtes, vaak rond 100 mm, passend bij de breedte en diepte van de kast. De beschikbare maten staan op de productpagina.
Een plint van 100 mm tilt de serverkast op en biedt ruimte voor kabelinvoer van onderaf. Op de productpagina kies je de plint passend bij de breedte en diepte van je kast.
Een plint voor een serverkast geeft een afgewerkte basis en ruimte voor onderkabelinvoer. Op de productpagina kies je de hoogte en maat die bij je kast passen.
Een sokkel voor een 19-inch kast tilt de kast op en biedt ruimte voor kabelinvoer. Op de productpagina kies je de hoogte en maat.
Een sokkel met kabelinvoer laat kabels netjes van onderaf de kast in lopen. Op de productpagina kies je de uitvoering passend bij je kast.
Voor kabelinvoer vanuit de vloer is een plint met onderdoorvoer praktisch: hij tilt de kast op en laat de kabels netjes van beneden naar binnen lopen. Strikt noodzakelijk is het niet, maar het geeft een nettere en stabielere opstelling.
Verplaats een staande kast op wielen voorzichtig over een vlakke ondergrond, bij voorkeur leeg of licht beladen en met zware apparatuur onderin. Zet daarna de remmen of stelpoten vast voor stabiliteit.
Dat kan, de wielen zijn los te bestellen en te monteren en bij veel kasten zal dit mogelijk zijn. Bij Grayle worden staande serverkasten standaard geleverd met wielen.
Een slot op een patchkast voorkomt dat onbevoegden bij de apparatuur kunnen. Zo bescherm je gevoelige netwerkapparatuur tegen ongewenste toegang of aanpassingen.
Een zwenkwiel met rem is een draaibaar wiel met een vergrendeling. Daarmee verrijd je de kast eenvoudig en zet je hem op de plek van bestemming stevig vast.
Onder een staande kast passen zwenkwielen met voldoende draagvermogen, bij voorkeur met rem. Kies een wielenset die het gewicht van de kast plus apparatuur draagt.
Voor een patchkast zijn er onder meer cilindersloten met sleutel en codesloten. Een codeslot is handig als meerdere mensen toegang nodig hebben zonder sleutels te delen.
Een slot voor een patchkast is er als cilinderslot met sleutel of als codeslot. Op de productpagina kies je het slot dat bij je kast en toegangswens past.
Een wielenset voor een serverkast maakt de kast verrijdbaar. Op de productpagina kies je een set met voldoende draagvermogen voor het gewicht van je kast.
Zwenkwielen met rem maken een kast verrijdbaar en zetten hem stevig vast. Op de productpagina kies je een set met het juiste draagvermogen.
Een set van 4 zwenkwielen met rem draagt een complete staande kast. Op de productpagina kies je de set met voldoende draagvermogen.
Voor een volle serverkast die je af en toe wilt verrijden, kies je zwenkwielen met voldoende draagvermogen, bij voorkeur met rem. Combineer ze eventueel met uitdraaibare stelpoten om de kast stabiel te zetten.
Een dichte patchkast verlicht je met een vaste 19-inch LED-verlichtingsunit, eventueel met schakelaar of bewegingssensor. Zo heb je bij onderhoud altijd licht zonder een losse lamp.
Verlichting in een serverkast maakt de apparatuur en bekabeling goed zichtbaar bij onderhoud, daarnaast zorgt licht voor een mooie afwerking van je kast.
Een 19-inch verlichtingsunit is een paneel met (LED-)verlichting dat je in de kast monteert. Het verlicht de apparatuur en bekabeling bij installatie en onderhoud.
Een LED-kastverlichting met schakelaar is een verlichtingsunit die je handmatig in- en uitschakelt. Zo heb je licht bij onderhoud en laat je het daarna eenvoudig uit.
Voor een patchkast zijn er 19-inch LED-verlichtingsunits, vaak met schakelaar of sensor. Ze monteren in de rails en verlichten de hele kast.
Een 19-inch verlichtingsunit monteer je in de rails om de kast te verlichten. Op de productpagina kies je de uitvoering met schakelaar of sensor.
LED-verlichting voor een serverkast maakt de apparatuur zichtbaar bij onderhoud. Op de productpagina kies je de verlichtingsunit die bij je kast past.
LED-kastverlichting met schakelaar laat je het licht handmatig bedienen. Op de productpagina kies je de gewenste uitvoering.
Verlichting voor een patchkast is er als 19-inch LED-unit, met schakelaar of sensor. Op de productpagina kies je de uitvoering die bij je kast past.
Een 19-inch LED-verlichtingsunit, bij voorkeur over de volle hoogte of met meerdere punten, helpt je kabels achter in een volle staande kast te vinden. Een uitvoering met sensor schakelt automatisch bij het openen.
10-inch accessoires zijn smaller en passen alleen in 10-inch kasten; 19-inch accessoires volgen de standaardbreedte voor professionele racks. Stem de accessoires altijd af op de breedte van je kast.
Een blindpaneel dicht ongebruikte ruimte af voor een betere luchtstroom. Een kabelmanagementpaneel geleidt en ordent juist de kabels. Vaak gebruik je beide in dezelfde kast.
Een dicht blindpaneel sluit ruimte volledig af voor luchtscheiding. Een geperforeerd blindpaneel laat lucht door en helpt bij passieve koeling.
DIN-railmontage klikt apparatuur op een rail en is gangbaar in schakelkasten. Rackmontage schroeft apparatuur in 19-inch rails en is standaard in netwerk- en serverkasten.
Een dichte deur sluit de kast af maar beperkt de luchtstroom; gebruik dan ventilatie. Een open of geperforeerde deur voert warmte passief af en is geschikt voor actieve apparatuur.
Patchkastdeuren, in glas, geperforeerd of dicht en met diverse sloten, zijn verkrijgbaar in de webshop. Kies de gewenste uitvoering op de productpagina voor de actuele prijs.
Horizontale kabelgeleiding ordent kabels tussen apparaten op dezelfde hoogte. Verticale kabelgeleiding leidt kabels langs de zijkant over meerdere hoogte-eenheden; vaak combineer je beide.
Een open kabelbeugel is snel toegankelijk en makkelijk bij te werken. Een gesloten kabelgoot werkt de kabels netjes weg en beschermt ze beter.
Een kooimoer plaatst een verwisselbaar schroefdraad in de rail, ideaal voor herhaald monteren. Een zelftappende schroef snijdt zijn eigen draad en is minder geschikt voor frequent (de)monteren.
M5 en M6 verwijzen naar de schroefmaat van de kooimoer. Gebruik de maat die bij je rails en montagemateriaal hoort; M6 is iets grover dan M5. Controleer wat je apparatuur en rails voorschrijven.
Een legbord is een plank voor apparatuur zonder rackmontage. Een rackmount beugel schroeft een apparaat direct in de 19-inch rails. Kies een legbord voor losse apparaten zonder beugel.
Legborden, vast en uittrekbaar, in 19-inch en 10-inch uitvoering, zijn verkrijgbaar in de webshop. Kies het gewenste type op de productpagina voor de actuele prijs.
Een horizontale PDU neemt hoogte-eenheden in de rails in. Een verticale PDU monteer je aan de zijkant, zodat hij geen hoogte-eenheden kost; handig in volle kasten.
Een PDU met overspanningsbeveiliging beschermt apparatuur tegen spanningspieken. Een PDU zonder is voordeliger, maar biedt die bescherming niet; kies met beveiliging voor gevoelige apparatuur.
Essentieel voor een patchkast zijn patchpanelen, kabelmanagement en stroomverdeling (PDU). Optioneel zijn extra's zoals ventilatie, legborden, verlichting en blindpanelen, afhankelijk van je opstelling.
Een 24-poorts patchpaneel neemt doorgaans 1U in, een 48-poorts paneel biedt dubbel zoveel aansluitingen, vaak in 1U of 2U. Kies op basis van het aantal aansluitingen dat je nodig hebt.
Een plint geeft een vaste, stabiele opstelling. Wielen maken de kast verrijdbaar, handig als je hem wilt kunnen verplaatsen; veel kasten bieden beide opties.
Een cilinderslot werkt met een sleutel, een codeslot met een cijfercode. Een codeslot is handig als meerdere mensen toegang nodig hebben zonder sleutels te delen.
Vaste stelpoten zetten de kast stabiel waterpas. Wielen maken de kast verrijdbaar. Sommige kasten combineren wielen met uitdraaibare stelpoten.
Een dakventilatie-unit voert warme lucht via het dak af voor meerdere apparaten. Een losse ventilator achterin koelt gerichter. Kies dakventilatie voor algehele afvoer, een losse ventilator voor een hotspot.
Dakventilatie zit in het dak van de kast en voert warmte naar boven af. Inschuifventilatie monteer je in de rails. Dakventilatie houdt hoogte-eenheden vrij.
Ventilatoren en ventilatie-units, met of zonder thermostaat, zijn verkrijgbaar in de webshop. Kies de gewenste uitvoering op de productpagina voor de actuele prijs.
Verlichtingsunits voor netwerk- en serverkasten, doorgaans LED, zijn verkrijgbaar in de webshop. Kies de gewenste uitvoering op de productpagina voor de actuele prijs.
Datakabel op haspel of in een uitrijdoos is meestal per meter, 305 of 500 meter lang. 305 meter (1000 ft) is een veelgebruikte standaardlengte voor installatiekabel.
Ja, massieve installatiekabel is bedoeld voor vaste bekabeling in muren, plafonds en kabelgoten. De massieve kern geeft een stabiele verbinding over lange, vaste trajecten.
Ja, massieve installatiekabel monteer je af op keystones of patchpanelen met een punch-downtool. Voor losse RJ45-connectoren aan een verplaatsbare kabel gebruik je beter soepele kabel.
Een datakabel haspel gebruik je om installatiekabel op maat uit te rollen voor vaste bekabeling, bijvoorbeeld bij het bekabelen van meerdere dataposten in een gebouw.
Een massieve kern betekent dat elke ader uit één stuk massief koper bestaat. Dat geeft een stabiele verbinding over lange afstanden en is ideaal voor vaste installatiekabel.
Een datakabel haspel is een rol installatiekabel waarvan je de gewenste lengte afrolt. Zo leg je in één keer de bekabeling voor meerdere aansluitingen aan.
U/UTP-kabel heeft geen afscherming en is geschikt voor de meeste binnentoepassingen. S/FTP-kabel heeft een algehele afscherming plus afscherming per paar, wat overspraak en externe storing onderdrukt.
Installatiekabel heeft een massieve kern voor vaste bekabeling in muren en goten. Patchkabel heeft soepele aders voor verplaatsbare verbindingen tussen apparatuur, switch en patchpaneel.
Datakabel op haspel is er in verschillende categorieën, zoals Cat5e, Cat6, Cat6a, Cat7a (F/FTP, F/UTP, S/FTP en U/UTP). De categorie bepaalt de maximale snelheid en frequentie van je bekabeling.
Ja, Cat6 installatiekabel is onder meer per doos van 305 meter te kiezen, praktisch voor vaste bekabeling. De beschikbare verpakkingen staan op de productpagina.
Datakabel op haspel is in verschillende categorieën en lengtes verkrijgbaar in de webshop. Kies de gewenste uitvoering op de productpagina.
Ja, Cat6a installatiekabel is per haspel te kiezen voor vaste bekabeling van meerdere posten. De beschikbare haspellengtes staan op de productpagina.
Voor het vast bekabelen van meerdere dataposten kies je massieve installatiekabel in de categorie die bij je gewenste snelheid past — Cat6 of Cat6a voor moderne netwerken. Een uitrijdoos van 305 meter is daarbij praktisch.
Je herkent Cat5e aan de opdruk op de mantel, waarop de categorie en vaak de aderdoorsnede en norm staan.
Ja, Cat5e is voldoende voor een gigabit-netwerk (1 Gbps over 100 meter). Voor 10 Gbps later is Cat6 of Cat6a toekomstbestendiger.
Ja, je kunt Cat5e gebruiken voor PoE; de kabel transporteert data en voeding over dezelfde aders, mits geschikt voor het PoE-vermogen.
Cat5e werkt betrouwbaar tot 100 meter bij 1 Gbps; dat is de maximale kanaallengte voor koper.
Een Cat5e kabel gebruik je om netwerkapparatuur te verbinden, bijvoorbeeld tussen werkplek, switch en patchpaneel.
Een Cat5e kabel is een netwerkkabel die een snelheid van 1 Gbps ondersteunt over 100 meter, met een frequentie tot 100 MHz.
Cat5e gebruikt doorgaans 24 AWG kopergeleiders.
Bij Cat5e hoort een RJ45-connector (8P8C). Dezelfde RJ45-connector wordt gebruikt van Cat5e tot en met Cat8.1.
Cat5e ondersteunt een frequentie tot 100 MHz.
Cat5e haalt een snelheid van 1 Gbps over 100 meter.
Ja, Cat5e is achterwaarts compatibel; de verbinding draait dan op de snelheid van het traagste apparaat.
De Cat5e patchkabel is er in vaste lengtes zoals 0,5, 1, 2 en 5 meter. Selecteer op de productpagina de lengte die bij je opstelling past.
De Cat5e patchkabel is los en per set verkrijgbaar in de webshop. Op de productpagina kies je tussen een enkele kabel of een voordeelset.
De Cat5e patchkabel is leverbaar in kleuren zoals rood, blauw en grijs, handig om je aansluitingen te kleurcoderen. De kleurkeuze maak je op de productpagina.
Ja, een set Cat5e patchkabels bevat meerdere kabels in één bestelling. De setopties staan klaar op de productpagina.
Voor een gigabit-verbinding (1 Gbps) is Cat5e nog voldoende. Wil je je bekabeling toekomstvast maken of later naar 10 Gbps, dan is het verstandig nu al Cat6 of Cat6a te leggen.
Ja, een Cat5e patchkabel past bij die switch en benut de volledige snelheid van de poort.
Ja, Cat6a levert 10 Gbps over 100 meter en is daarmee toekomstvast voor 10-gigabit netwerken.
Ja, Cat6a is uitstekend geschikt voor PoE++ (4PPoE volgens IEEE 802.3bt); de kabel transporteert data en voeding over dezelfde aders. De ruime aderdoorsnede en afscherming beperken warmteontwikkeling bij hoog vermogen.
Cat6a haalt 10 Gbps over de volledige 100 meter kanaallengte.
Cat6a is dikker dan Cat6 door extra afscherming en grotere aderscheiding, wat overspraak onderdrukt en 10 Gbps over 100 meter mogelijk maakt.
Ja, de afgeschermde Cat6a patchkabel onderdrukt overspraak en storing en is geschikt voor omgevingen met veel elektrische ruis. De afgeschermde uitvoeringen vind je op de productpagina.
De Cat6a patchkabel is er in vaste lengtes zoals 0,5, 1, 2 en 5 meter. Selecteer op de productpagina de lengte die je zoekt.
De Cat6a patchkabel is los en per set verkrijgbaar en geschikt voor 10 Gbps over 100 meter. Op de productpagina kies je de juiste uitvoering.
Patchkabels zijn los en per set in verschillende categorieën en lengtes verkrijgbaar in de webshop. Kies de gewenste uitvoering op de productpagina voor de actuele prijs.
De Cat6a patchkabel is leverbaar in kleuren zoals rood, blauw en grijs. De kleurkeuze maak je op de productpagina.
Ja, voor 10 Gbps over de volledige 100 meter is Cat6a de juiste keuze. Cat6 redt die snelheid alleen op kortere afstand, dus voor lange trajecten op vol vermogen pak je Cat6a.
Ja, dan benut de Cat6a patchkabel de poort volledig. De kabel haalt 10 Gbps over de hele lengte van 100 meter, dus je verbinding draait op topsnelheid.
Cat6 haalt 10 Gbps op korte afstand (tot circa 55 meter); voor 10 Gbps over 100 meter kies je Cat6a.
Ja, je kunt Cat6 gebruiken voor PoE; de kabel transporteert data en voeding over dezelfde aders, mits geschikt voor het PoE-vermogen.
De Cat6 patchkabel is er in vaste lengtes zoals 0,5, 1, 2 en 5 meter en bij Grayle tot maximaal 30 meter. Op de productpagina selecteer je de gewenste lengte.
De Cat6 patchkabel is los en per set verkrijgbaar in de webshop. Kies op de productpagina de uitvoering die bij je netwerk past.
Patchkabels zijn los en per set in verschillende categorieën en lengtes verkrijgbaar in de webshop. Kies de gewenste uitvoering op de productpagina voor de actuele prijs.
De Cat6 patchkabel is verkrijgbaar in kleuren zoals rood, blauw en grijs. Op de productpagina kies je de kleur die je nodig hebt.
De Cat6 patchkabel loopt van korte tot langere uitvoeringen. Bekijk op de productpagina welke lengtes beschikbaar zijn.
Met een Cat6 patchkabel haal je 10 Gbps op korte afstand (tot circa 55 meter). Wil je 10 Gbps over de volledige 100 meter, dan heb je Cat6a nodig.
Ja, dan past de Cat6 patchkabel bij die switch. Op een korte afstand tot circa 55 meter haalt de kabel 10 Gbps; daarboven zakt hij terug naar 1 Gbps.
Ja, Cat8.1 is bedoeld voor datacenters en serverruimtes: het levert 25 tot 40 Gbps over korte afstanden tussen switches en servers.
Cat8.1 is voor korte afstanden: 25 tot 40 Gbps tot 30 meter als volledig kanaal, inclusief de patchkabels aan beide zijden.
25 of 40 Gbps heb je nodig bij zeer veeleisende verbindingen in datacenters en serverruimtes, bijvoorbeeld tussen switches onderling of naar opslagsystemen. Cat8.1 levert die snelheid over korte afstand.
De Cat8 patchkabel is verkrijgbaar in korte lengtes voor snelle verbindingen in datacenters en serverruimtes. De uitvoeringen vind je op de productpagina.
Patchkabels houd je netjes met kabelmanagement, zoals kabelgeleiders, klittenband en patchpanelen. Zo blijft je kast overzichtelijk en houd je de luchtstroom vrij.
Een tule schuif je over de patchkabel vóórdat je de RJ45-connector krimpt. De tule beschermt daarna de connector tegen breuk en houdt het lipje op zijn plek.
Een patchkabel gebruik je om netwerkapparatuur onderling te verbinden, bijvoorbeeld tussen een switch en een patchpaneel of tussen een wandcontactdoos en een computer.
Een patchkabel is een netwerkkabel met soepele aders en een connector aan beide uiteinden, bedoeld om apparatuur te verbinden met een switch, patchpaneel of wandcontactdoos.
UTP-kabel heeft geen afscherming en is geschikt voor de meeste kantooromgevingen. SFTP-kabel heeft afscherming die overspraak en storing onderdrukt, handig in omgevingen met veel elektrische ruis.
Patchkabels zijn er in onder meer Cat5e, Cat6, Cat6a, Cat7a en Cat8.1. Elke categorie ondersteunt een eigen maximale snelheid en frequentie; hoe hoger de categorie, hoe sneller de verbinding.
Patchkabels zijn er in vaste lengtes, van enkele decimeters tot meerdere meters. Op haspel maak je daarnaast zelf de gewenste lengte op maat.
Patchkabels zijn er in vaste lengtes, van enkele decimeters tot meerdere meters. Op haspel maak je daarnaast zelf de gewenste lengte op maat. Grayle biedt de lengtes (vanaf 0.25m t/m 60m) voor patchkabels, en (500m) voor patchkabel op haspel.
Kies de categorie op je netwerksnelheid: Cat5e voor 1 Gbps, Cat6 of Cat6a voor 10 Gbps, en Cat8.1 voor 25 tot 40 Gbps op korte afstand. Voor 10 Gbps over 100 meter heb je Cat6a nodig.
De Cat8.1 patchkabel is er in korte vaste lengtes zoals 0,5, 1, 2 en 5 meter, passend bij verbindingen in een rack. Selecteer de lengte op de productpagina.
De Cat8.1 patchkabel is los en per set verkrijgbaar en geschikt voor 25 tot 40 Gbps over korte afstand. Op de productpagina kies je de gewenste uitvoering.
De Cat8.1 patchkabel is verkrijgbaar in kleuren zoals rood, blauw en grijs. De kleur kies je op de productpagina.
Ja, voor verbindingen tussen apparatuur in hetzelfde rack zijn er korte Cat8.1 patchkabels. De korte lengtes vind je op de productpagina.
In de webshop staan netwerk patchkabels in onder andere Cat5e, Cat6, Cat6a en Cat8.1. Open de productpagina om de juiste categorie en lengte te kiezen.
Patchkabels vind je in de webshop als losse kabel en als set, in meerdere categorieën en lengtes. Op de productpagina kies je de uitvoering die bij je verbinding past.
Ja, patchkabels zijn ook per set te bestellen, handig als je in één keer meerdere poorten wilt aansluiten. De beschikbare sets vind je op de productpagina.
Ja. Een RJ45-tule vangt de buigkrachten bij de connector op, zodat de kabel daar niet knikt en het lipje niet afbreekt. In kleuren helpt de tule bovendien om verbindingen overzichtelijk te kleurcoderen.
Voor korte, snelle verbindingen in een serverruimte is een Cat8.1 patchkabel zinvol (25 tot 40 Gbps). Voor langere afstanden of zeer hoge capaciteit is glasvezel meestal de betere keuze.
Ja, een Cat8.1 patchkabel past bij die switch en benut de volledige snelheid van de poort.
Voor 10 Gbps op korte afstand volstaat Cat6, tot ongeveer 55 meter. Wil je 10 Gbps over de hele 100 meter, dan heb je Cat6a nodig. Cat8.1 ga je pas gebruiken bij 25 tot 40 Gbps in een serverruimte.
Een netwerk grondkabel leg je op voldoende diepte om beschadiging te voorkomen, bij voorkeur minstens 60 cm. Gebruik bij voorkeur een mantelbuis waar gegraven kan worden.
Ja, grondkabel is gemaakt voor ondergrondse verbindingen. De waterdichte opbouw met gelvulling beschermt de aders tegen vocht in de bodem.
Ja, grondkabel is waterdicht dankzij een gelvulling die binnendringend vocht tegenhoudt. Daardoor blijft de verbinding ook in vochtige grond betrouwbaar.
Grondkabel met gelvulling mag je rechtstreeks ingraven. Voor extra bescherming tegen graafschade leg je de kabel bij voorkeur in een mantelbuis.
De gel in een grondkabel houdt vocht tegen. Raakt de mantel ergens beschadigd, dan voorkomt de gel dat water langs de aders naar binnen trekt.
Een grondkabel met gel gebruik je voor ondergrondse netwerkverbindingen, bijvoorbeeld tussen twee gebouwen. De gelvulling beschermt tegen vocht in de bodem.
Een netwerk grondkabel met gel is een datakabel met een waterdichte, gelgevulde opbouw die geschikt is om ondergronds te leggen.
Ja, Cat6 grondkabel met gel kun je op maat per meter afnemen, bijvoorbeeld 100 meter. De lengtekeuze maak je op de productpagina.
Ja, Cat6 grondkabel is per meter af te nemen, handig als je precies de benodigde lengte wilt. Geef de gewenste lengte op via de productpagina.
Ja, grondkabel met gel is ook per rol van 500 meter verkrijgbaar voor grotere trajecten. De roluitvoering vind je op de productpagina.
Netwerk grondkabel met gel is per meter of 500m per rol verkrijgbaar in de webshop. Kies de gewenste categorie en lengte op de productpagina voor de actuele prijs.
Voor een ondergrondse verbinding tussen twee gebouwen kies je een grondkabel met gelvulling in de categorie die bij je snelheid past, bijvoorbeeld Cat6. De gel beschermt tegen vocht.
Ja, soepele kabel is uitstekend voor patching tussen kast en werkplek. De flexibele aders maken de kabel makkelijk te leggen en bestand tegen herhaald buigen.
Ja, soepele kabel van een haspel kun je zelf op lengte krimpen met RJ45-connectoren die geschikt zijn voor soepele aders. Zo maak je patchkabels precies op maat.
Soepele kabel is makkelijker te trekken doordat de aders uit meerdere dunne koperdraadjes bestaan. Dat maakt de kabel flexibel en bestand tegen veelvuldig buigen.
Soepele patchkabel van een haspel gebruik je om verbindingen op maat te maken tussen apparatuur, switch en patchpaneel, vooral waar de kabel vaak verplaatst of gebogen wordt.
Een soepele kern betekent dat elke ader uit meerdere dunne koperdraadjes bestaat in plaats van één massieve draad. Dat maakt de kabel flexibel en geschikt voor verplaatsbare verbindingen.
Een soepele patchkabel op haspel is een rol flexibele netwerkkabel waarvan je zelf patchkabels op maat maakt. De soepele aders maken de kabel makkelijk te leggen en af te monteren.
Ja, soepele Cat6 kabel is per meter verkrijgbaar voor flexibele verbindingen op maat. De lengtekeuze maak je op de productpagina.
Ja, soepele Cat6a kabel is per haspel te kiezen, bijvoorbeeld 100 meter, voor verplaatsbare verbindingen. De beschikbare haspellengtes staan op de productpagina.
Soepele patchkabel op haspel is per meter of per rol van 500 meter verkrijgbaar in meerdere categorieën. Op de productpagina kies je de gewenste uitvoering.
Ja, soepele UTP kabel kun je per meter afnemen, zodat je zelf patchkabels op maat maakt. Geef de lengte op via de productpagina.
Soepele kabel van een haspel kies je voor flexibele, verplaatsbare verbindingen, bijvoorbeeld tussen kast en werkplek. Voor vaste bekabeling in muren en goten kies je massieve installatiekabel.
Ja, buitenkabel is geschikt voor een verbinding tussen twee gebouwen. De weerbestendige mantel beschermt tegen UV-straling en vocht.
Ja, je kunt buitenkabel langs een gevel leggen. De UV-bestendige mantel zorgt dat de kabel bij blootstelling aan zon en weer betrouwbaar blijft.
Buitenkabel is UV-bestendig omdat de mantel anders door zonlicht zou verharden en scheuren. De UV-bestendige mantel houdt de kabel jarenlang flexibel en waterdicht.
Netwerk buitenkabel gebruik je voor verbindingen die buiten lopen, bijvoorbeeld langs een gevel of tussen gebouwen. De weerbestendige mantel beschermt tegen UV en vocht.
Netwerk buitenkabel is een datakabel met een weerbestendige, UV-bestendige mantel die geschikt is voor gebruik buiten.
Buitenkabel heeft een UV-bestendige en weerbestendige buitenmantel, vaak in zwart. Die beschermt de aders tegen zonlicht, vocht en temperatuurwisselingen.
Ja, Cat6 buitenkabel kun je op maat per meter afnemen, bijvoorbeeld 100 meter. De gewenste lengte stel je in op de productpagina.
Ja, Cat6 buitenkabel is ook per rol van 500 meter verkrijgbaar voor langere buitentrajecten. De roluitvoering vind je op de productpagina.
Netwerk buitenkabel is per meter of per rol van 500 meter verkrijgbaar in de webshop. Op de productpagina kies je de categorie en lengte.
Ja, de UV-bestendige UTP buitenkabel heeft een weerbestendige mantel voor gebruik buiten langs gevels en tussen gebouwen. De uitvoeringen staan op de productpagina.
Voor een verbinding tussen twee gebouwen langs de gevel kies je een UV-bestendige buitenkabel in de categorie die bij je snelheid past, bijvoorbeeld Cat6 of Cat6a.
Een telefoonconnector (RJ11/RJ12) is smaller en heeft minder contacten dan een netwerkconnector (RJ45/8P8C). Voor datanetwerken gebruik je altijd de RJ45-netwerkconnector.
Een enkelvoudige data-aansluiting heeft één poort, een dubbele heeft er twee op één plek. Een dubbele aansluiting is handig waar je bijvoorbeeld een computer en een IP-telefoon naast elkaar aansluit.
Voor digitaal beeld kies je HDMI (tv en schermen) of DisplayPort (computers); voor oudere apparatuur VGA (analoog). Via USB C met DisplayPort Alt Mode of Thunderbolt stuur je ook beeld. Kies op basis van de aansluitingen van bron en scherm.
USB 2.0 haalt tot 480 Mbps; USB 3.0 (type A) is veel sneller en herkenbaar aan de blauwe connector. Voor snelle dataoverdracht kies je USB 3.0; voor toetsenbord of muis volstaat USB 2.0.
VGA is een analoge beeldverbinding met beperkte resolutie. Digitale aansluitingen zoals HDMI of DisplayPort geven een scherper beeld en ondersteunen hogere resoluties; kies digitaal waar het scherm dat toelaat.
Buitenkabel heeft een UV- en weerbestendige mantel en kan tegen zon, regen en kou. Gewone installatiekabel is gemaakt voor binnen en zou buiten door zonlicht en vocht snel verouderen.
Buitenkabel is UV-bestendig en bedoeld voor bovengronds gebruik, bijvoorbeeld langs een gevel. Grondkabel heeft een gelvulling tegen vocht en is juist gemaakt om in de grond te leggen.
Massieve installatiekabel heeft per ader één doorlopende koperdraad en is bedoeld voor vaste bekabeling in muren en goten. Soepele patchkabel bestaat uit aders van meerdere dunne koperdraadjes en buigt makkelijk, ideaal voor verbindingen die je verplaatst.
Grondkabel met gel is waterdicht en mag je ingraven. Gewone buitenkabel is wel UV-bestendig voor bovengronds gebruik, maar niet geschikt om rechtstreeks in vochtige grond te leggen.
Binnenkabel is bedoeld voor gebruik binnen en heeft geen bescherming tegen zonlicht. Buitenkabel heeft een weerbestendige mantel die tegen zon, vocht en temperatuurwisselingen kan.
Installatiekabel heeft een massieve kern voor vaste bekabeling in muren en goten. Patchkabel heeft soepele aders en verbindt apparatuur met een switch of patchpaneel, ook als je de kabel vaak verplaatst.
Cat5e haalt 1 Gbps over 100 meter. Cat6 haalt 1 Gbps over 100 meter en 10 Gbps tot circa 55 meter, en heeft een hogere frequentie (250 MHz tegenover 100 MHz). Voor nieuwe bekabeling is Cat6 toekomstbestendiger.
Voor 1 Gbps is Cat5e voldoende. Plan je op termijn 10 Gbps, leg dan nu al Cat6 of Cat6a.
Cat5e is genoeg voor netwerken die 1 Gbps draaien. Kies Cat6 wanneer je 10 Gbps op korte afstand wilt of je bekabeling toekomstvast wilt maken.
Voor nieuwe bekabeling is Cat6 de slimmere keuze. Waar Cat5e blijft steken op 1 Gbps, haalt Cat6 ook 10 Gbps op korte afstand en werkt hij op een hogere frequentie van 250 MHz. Zo ben je beter voorbereid op de toekomst.
Voor 10 Gbps op korte afstand is Cat6 voldoende, tot ongeveer 55 meter. Moet je verder dan dat op 10 Gbps, kies dan Cat6a die het over de volle 100 meter trekt.
Ja, Cat8.1 is gemaakt voor 25 tot 40 Gbps over korte afstand (tot 30 meter). Voor zulke snelheden in een serverruimte of datacenter is het de juiste koperkeuze.
Soepele kabel dankt zijn flexibiliteit aan aders van meerdere fijne koperdraadjes en doorstaat veelvuldig buigen goed. Massieve installatiekabel gebruikt één stevige kern per ader en is bedoeld voor bekabeling die je eenmaal aanlegt en niet meer beweegt.
Een afgeschermde patchkabel (zoals S/FTP) houdt overspraak en externe storing tegen en is handig in omgevingen met veel elektrische ruis. Een niet-afgeschermde kabel (U/UTP) is flexibeler en voldoet in de meeste kantoren.
Cat5e past bij 1 Gbps, Cat6 en Cat6a bij 10 Gbps (Cat6 op korte afstand, Cat6a over 100 meter) en Cat8.1 bij 25 tot 40 Gbps op korte afstand.
Een patchkast is vooral bedoeld voor bekabeling en netwerkapparatuur en is meestal minder diep. Een serverkast is dieper en steviger en geschikt voor servers en zwaardere apparatuur.
Een 19-inch wandkast hangt aan de muur en is compact, geschikt voor weinig apparatuur. Een staande patchkast staat op de vloer en biedt meer hoogte en draagvermogen.
Voor lange ondergrondse trajecten is glasvezel de betere keuze: het haalt grote afstanden zonder storingsgevoeligheid. Een koperen grondkabel blijft bruikbaar tot 100 meter en is dan goedkoper en makkelijker af te monteren.
Cat6a haalt 10 Gbps over 100 meter en is gangbaar voor reguliere bekabeling. Cat8.1 haalt 25 tot 40 Gbps maar slechts tot circa 30 meter, bedoeld voor korte verbindingen in een datacenter. Kies Cat8.1 alleen waar je die extra snelheid op korte afstand nodig hebt.
Een goed gekrimpte connector test je met een kabeltester: die controleert of alle acht aders op de juiste positie doorverbonden zijn. Visueel zie je of alle aders tot tegen het eind van de connector zitten en het lipje voor de trekontlasting de mantel vast klemt.
Je krimpt een RJ45-connector volgens T568B door de acht aders in de vaste kleurvolgorde te leggen (wit-oranje, oranje, wit-groen, blauw, wit-blauw, groen, wit-bruin, bruin), ze recht af te knippen, in de connector te schuiven en ze tegen het eind van de connector te duwen, en vervolgens met de juiste krimptang aan te krimpen.
Een RJ45-connector heeft acht contacten. De aanduiding 8P8C staat voor acht posities met acht contacten; alle vier de aderparen worden zo aangesloten.
Er bestaan RJ45-connectoren voor massieve aders (contact gaat wel door de mantel, maar glijd om de kern heen), voor soepele aders (doorspiest de mantel en de kern) en universele uitvoeringen. Let bij aanschaf op het type ader, want de contactvinnen verschillen; een universele connector werkt op beide. Maar een connector voor soepele kabel werkt niet op een massieve kabel (contacten kunnen de massieve kabel niet doorspiesen - en dus geen goed contact)
Een Cat5e kabel gebruik je om de apparaten in je netwerk met elkaar te verbinden, bijvoorbeeld op de kabel tussen je pc/laptop/printer en wandcontactdoos, en tussen het patchpaneel en de switch.
Dit is het kleine transparante deel waarin de aders van de kabel afgemonteerd is aan de contacten die al in de connector zitten. De connector is het mannelijke deel van de verbinding.
Een RJ45-connector is geschikt voor de gangbare aderdiktes van netwerkkabel, doorgaans 22 tot 24 AWG. Controleer dat de connector past bij de aderdikte en het type (massief of soepel) van je kabel.
De contacten van een Cat5e RJ45-connector zijn verguld om corrosie te voorkomen en een stabiel contact te houden. Een dikkere goudlaag, uitgedrukt in micro-inch, blijft bij veelvuldig in- en uitpluggen langer betrouwbaar.
Een Cat5e doorsteek-connector laat de aders aan de voorkant uitsteken, zodat je de volgorde controleert voordat je krimpt. Op de productpagina kies je de losse of setverpakking.
Een Cat5e RJ45-connector is er voor massieve, soepele en universele kabel, los of per set. Op de productpagina kies je het type dat bij je kabel past.
ja het kan wel, maar de gehele installatie is zo goed als de zwakste schakel (in dit geval de Cat.5e connector in een Cat.6 netwerk). Wanneer het netwerk gecertificeerd moet zijn zal deze dan ook niet door de test komen. (en dus geen certificaat)
Voor zowel massieve als soepele kabel kies je een universele Cat5e RJ45-connector die voor beide adertypes geschikt is. Controleer op de verpakking dat de connector voor massief én soepel bedoeld is.
Strip de mantel circa 5 cm van de kabel af, ontdoe de paren van de twisting en leg ze in de juiste kleurvolgorde (T568B), knip de aders recht af, schuif ze tot het eind in de connector. Plaats vervolgens de kabel met connector in je krimptang en knijp de krimptang stevig dicht. Controleer daarna of alle aders contact maken.
Strip de mantel circa 5 cm van de kabel af, ontdoe de paren van de twisting en leg ze in de juiste kleurvolgorde (T568B), knip de aders recht af, schuif ze tot het eind in de connector. Plaats vervolgens de kabel met connector in je krimptang en knijp de krimptang stevig dicht. Controleer daarna of alle aders contact maken.
Ja, maar niet de traditionele RJ45 type connectoren. De dikkere aders van een Cat.7 kabel passen niet in de traditionele transparante RJ45 connectoren. Om een RJ45 connector op een Cat.7 kabel te monteren zijn zogenaamde "Field connectoren" ontwikkeld, deze zijn veel groter en steviger om een Cat.7 kabel te verwerken.
Een RJ45-connector gebruik je om een netwerkkabel af te monteren tot een stekker, bijvoorbeeld voor een patchkabel of om apparatuur aan te sluiten op een switch of wandcontactdoos.
Een RJ45-connector is de standaard netwerkstekker met acht contacten (8P8C) waarmee je een netwerkkabel aansluit op apparatuur, een patchpaneel of een wandcontactdoos.
Een doorsteek-RJ45-connector (ook wel pass-through) laat de aders aan de voorkant uitsteken, zodat je makkelijk kunt controleren of ze in de juiste volgorde zitten. Bij het krimpen snijdt een speciale doorsteek-krimptang de uitstekende aders gelijk af.
Een afgeschermde RJ45-connector (STP/FTP) heeft een metalen behuizing die de kabelafscherming doorverbindt en zo storing tegengaat. Een onafgeschermde connector (UTP) mist die afscherming en is bedoeld voor reguliere kantooromgevingen.
Kies de connector op de kabelcategorie: een Cat5e-connector voor Cat.5e kabel, een Cat6-connector (vaak met geleidingsplaatje) voor een Cat. 6 kabel, Etc etc. RJ45 is officieel gestandaardiseerd tot en met Cat.6a.
RJ45-connectoren zijn er in Cat5e, Cat6, Cat6a en Cat7 in onafgeschermde (UTP) en afgeschermde (FTP) uitvoering. De categorie en afscherming kies je passend bij je kabel.
RJ45-connectoren zijn er in Cat5e, Cat6 en Cat6a, onafgeschermd en afgeschermd, los of per set. Op de productpagina kies je de categorie en uitvoering die bij je kabel passen.
Voor afgeschermde Cat.6a-installatiekabel heb je een afgeschermde (S/FTP of FTP) Cat.6a RJ45-connector nodig, waarvan de metalen behuizing contact maakt met de kabelafscherming. Zo blijft de afscherming over de hele verbinding doorlopen.
Een telefoonconnector (RJ11/RJ12) krimp je net als een netwerkconnector: strip de kabel, leg de aders in de juiste volgorde, schuif ze in de connector en krimp aan met een passende krimptang voor telefoonconnectoren.
Een RJ11-connector gebruikt doorgaans vier aders (twee paren), een RJ12 gebruikt er zes. RJ12 biedt dus meer aders binnen dezelfde behuizing.
RJ11- en RJ12-connectoren gebruik je voor telefoon- en faxaansluitingen. RJ11 is de standaard telefoonconnector; RJ12 heeft meer aders voor toepassingen die extra lijnen nodig hebben.
RJ11- en RJ12-connectoren gebruik je voor telefoon- en faxaansluitingen. RJ11 is de standaard telefoonconnector; RJ12 heeft meer aders voor toepassingen die extra lijnen nodig hebben.
RJ10, RJ11 en RJ12 zijn telefoonconnectoren met verschillende aantallen aders: RJ10 (vaak voor de hoorn) heeft er vier in een kleine behuizing, RJ11 gebruikt er doorgaans vier en RJ12 zes. Voor data gebruik je altijd RJ45.
Op een telefoontoestel zit doorgaans een RJ45-aansluiting; de krulsnoer naar de hoorn gebruikt vaak de kleinere RJ10. Oudere telefoontoestellen kunnen nog voorzien zijn van een RJ11.
RJ10-, RJ11- en RJ12-telefoonconnectoren zijn los verkrijgbaar, elk met een eigen aantal aders. Op de productpagina kies je het type dat bij je telefoonkabel past.
Voor een telefoonkabel met vier aders gebruik je een RJ11-connector, voor zes aders een RJ12-connector. Kies de connector op het aantal aders van je kabel.
Een Cat7-kabel monteer je af op een afgeschermde connector door de algehele afscherming en de afscherming per paar netjes terug te vouwen en contact te laten maken met het metalen huis. Let op: er is geen gecertificeerde Cat7 RJ45-standaard; GG45 en TERA zijn de officiële Cat7-connectoren, al wordt vaak afgeschermde RJ45 op Cat6a-niveau gebruikt.
Cat7 is volledig afgeschermd (elk paar én de hele kabel), dus de connector moet die afscherming doorzetten om mogelijke storingsinvloeden tegen te gaan. Daarom werk je Cat7 altijd af met een afgeschermde connector.
Een afgeschermde connector voor Cat7-kabel zet de volledige afscherming door. Op de productpagina kies je de uitvoering die bij je Cat7-installatie past.
Wanneer Cat.7 kabel afgemonteerd moet worden met RJ45 connectoren hebben wij het artikel ZN63022 voor.
Strip de mantel, schuif de aders in het geleidingsplaatje in T568B-volgorde, knip ze recht af en steek het geheel in de connector. Krimp daarna de connector aan met de krimptang en test de verbinding.
Een Cat6-connector heeft vaak een geleidingsplaatje (load bar) dat de acht aders op hun plek houdt. Doordat Cat6-aders dikker zijn, zorgt dat plaatje voor een nette, betrouwbare uitlijning in de connector.
Een Cat6-connector met load bar lijnt de dikkere Cat6-aders netjes uit voor een betrouwbare krimp. Op de productpagina kies je de losse of setverpakking.
Een Cat6 RJ45-connector heeft vaak een geleidingsplaatje voor de dikkere aders. Op de productpagina kies je de uitvoering die bij je Cat6-kabel past.
Voor dikke Cat6-installatiekabel werkt een connector met een los geleidingsplaatje het prettigst: je rijgt de aders eerst door het plaatje en schuift dat dan in de connector, wat netter en betrouwbaarder krimpt.
Bij een afgeschermde Cat6a-connector vouw je de folie- of vlechtafscherming van de kabel terug en klem je die onder het metalen huis van de connector. Zo maakt de afscherming rondom contact en loopt hij door over de verbinding.
Een afgeschermde Cat6a-connector is belangrijk omdat Cat.6a 10Gbps over 100 meter draait; de doorlopende afscherming onderdrukt overspraak en externe storing die anders de hoge snelheid kunnen verstoren.
Een afgeschermde Cat6a-connector zet de kabelafscherming door voor storingsvrije 10 Gbps. Op de productpagina kies je de uitvoering die bij je afgeschermde Cat6a-kabel past.
Daarvoor hebben wij de ZN63022 en de ZN63048 in het assortiment.
Monteer eerst de aders op de keystone met een punch-downtool volgens het kleurschema, klik de keystone daarna vast in de wandcontactdoos en plaats het afdekraam. Zo krijg je een afgewerkt aansluitpunt.
Leg de aders in de gekleurde sleuven van de keystone volgens T568B en druk ze met een punch-downtool de aders in de LSA/IDC-contacten. Het mesje van de tool snijdt meteen het overtollige uiteinde af. Daarna kan je kan je de keystone dichtmaken volgens de handleiding van de fabrikant.
Een RJ45-keystone gebruik je om installatiekabel netjes af te monteren op een vast aansluitpunt, bijvoorbeeld in een wandcontactdoos of patchpaneel op de werkplek.
Een RJ45-keystone is een inbouwmodule (de vrouwlijke kant van een rj45 connector als het ware) waarop je een netwerkkabel afmonteert voor gebruik in een wandcontactdoos of een patchpaneel.
Bij een punch-down-keystone druk je de aders met een tool in de contacten. Een toolless keystone klem je zonder gereedschap dicht via een scharnierende kap. Toolless is sneller; punch-down geeft veel monteurs een vertrouwde, stevige aansluiting.
Keystone-jacks zijn er in Cat5e, Cat6 en Cat6a, in onafgeschermde en afgeschermde uitvoering. Kies de categorie passend bij je installatiekabel.
Een RJ45-keystone is er in Cat5e, Cat6 en Cat6a, onafgeschermd en afgeschermd, los of per set. Op de productpagina kies je de categorie die bij je installatiekabel past.
Daarvoor hebben wij onze hardloper in het assortiment, met artikelcode ZN62322229
Strip de Cat5e-installatiekabel, leg de aders in de gekleurde sleuven volgens T568B en punch ze met een punch-downtool in de contacten. Klik daarna de afdekkap dicht.
Over het algemeen meestal wel echter zit er soms een verschil in maatvoering van het draagframe. Controleer daarom altijd de maten van het draagframe & van de keystone.
Over het algemeen meestal wel echter zit er soms een verschil in maatvoering van het draagframe. Controleer daarom altijd de maten van het draagframe & van de keystone.
Een RJ45-keystone gebruik je om installatiekabel netjes af te monteren op een vast aansluitpunt, bijvoorbeeld in een wandcontactdoos of patchpaneel op de werkplek.
Een RJ45-keystone is een inbouwmodule waarop je een netwerkkabel afmonteert met een punch-downtool. Je klikt de keystone in een wandcontactdoos of patchpaneel voor een nette, vaste aansluiting.
Op een Cat5e-keystone gebruik je het T568B-aansluitschema. Houd binnen één installatie steeds hetzelfde schema aan beide zijden aan.
Onze Cat.5e keystone is alleen leverbaar in het zwart
Cat5e haalt een snelheid van 1 Gbps over 100 meter.
Een Cat5e keystone-jack monteer je met een punch-downtool af op installatiekabel. Op de productpagina kies je de losse of setverpakking.
Voor nieuwe data aansluitingen is het vaak verstandiger meteen Cat.6 te monteren: dat is toekomstvaster en ondersteunt 10 Gbps op korte afstand. Cat.5e blijft logisch bij uitbreiding van een bestaande Cat.5e-installatie.
Daarvoor kan je het beste ons artikel 010.04.701450 gebruiken.
Strip de Cat6-kabel, houd de paren zo lang mogelijk getwist, leg de aders in het kleurschema en punch ze in de contacten. Klik de kap dicht; bij Cat.6 helpt het de aders kort en strak te houden voor goede prestaties.
Een Cat6 keystone-jack is afgestemd op de dikkere Cat6-aders en haalt gigabit netjes door. Op de productpagina kies je de losse of setverpakking.
Daarvoor kan je het beste ons artikel ZN500KS122229 gebruiken.
Bij een afgeschermde Cat6a-keystone vouw je de kabelafscherming terug en klem je die tegen het metalen huis van de keystone, zodat de afscherming doorloopt. Punch daarna de aders in de contacten.
Een afgeschermde Cat6a-keystone houdt de afscherming doorlopend, wat nodig is om 10 Gbps over 100 meter storingsvrij te halen. Zonder die afscherming neemt de kans op overspraak en storing toe.
Een afgeschermde Cat6a-keystone zet de kabelafscherming door voor storingsvrije 10 Gbps. Op de productpagina kies je de uitvoering die bij je afgeschermde Cat6a-kabel past.
Voor 10 Gbps op een Cat6a-datapost heb je een afgeschermde Cat6a-keystone nodig die de kabelafscherming doorzet. Zo haal je de volle 10 Gbps over 100 meter storingsvrij.
Monteer een Cat7-keystone door de algehele afscherming en de afscherming per paar contact te laten maken met het metalen huis, en punch daarna de aders in de contacten. Cat7 wordt afgewerkt op afgeschermde keystones; let op dat een echte Cat7-aansluiting GG45/TERA is.
Cat7 is volledig afgeschermd, dus ook de keystone moet die afscherming doorzetten om storing tegen te gaan. Daarom zijn Cat7-keystones altijd afgeschermd.
Een Cat7-keystone heeft een afgeschermde aansluiting met punch-downcontacten. Voor volledige Cat7-prestaties zijn GG45/TERA de officiële aansluitingen; veel keystones werken Cat7-kabel af tot Cat6a-niveau.
Een afgeschermde keystone voor Cat7-kabel zet de volledige afscherming door. Op de productpagina kies je de uitvoering die bij je Cat7-installatie past.
Voor 10 Gbps over 100 meter volstaat een afgeschermde Cat6a-keystone. Een Cat7-keystone biedt vooral meerwaarde bij een volledig afgeschermde Cat7-installatie of extra reserve tegen storing; qua snelheid maakt het voor 10 Gbps geen verschil.
Ja. Een RJ45-tule vangt de buigkrachten bij de connector op, zodat de kabel daar niet knikt en het lipje niet afbreekt. In kleuren helpt de tule bovendien om verbindingen overzichtelijk te kleurcoderen.
Een RJ45-tule beschermt de connector tegen breuk en de kabel tegen knikken bij de overgang naar de stekker. Daarnaast helpt een gekleurde tule om kabels te kleurcoderen.
Een RJ45-tule schuif je over de kabel vóór het krimpen. Hij geeft de kabel knikbescherming bij de stekker en beschermt het lipje van de connector; in kleuren helpt hij bovendien bij het kleurcoderen van verbindingen.
Een RJ45-tule is een rubberen of kunststof huls die je over de kabel schuift voordat je de connector krimpt. De tule beschermt het lipje van de connector tegen afbreken en geeft de kabel knikbescherming.
RJ45-tules zijn er in diverse kleuren, zodat je kabels en poorten visueel kunt ordenen. De kleur heeft geen invloed op de werking.
Een RJ45-tule geeft knikbescherming bij de connector en helpt bij kleurcodering. Op de productpagina kies je de losse of setverpakking in de gewenste kleur.
Monteer de aders op een keystone met een punch-downtool, klik de keystone in de wandcontactdoos en bevestig de doos op de muur met het afdekraam. Zo krijg je een afgewerkt aansluitpunt.
Een data-aansluitdoos heeft doorgaans één of twee poorten, soms meer. Kies het aantal op basis van hoeveel aansluitingen je op die plek nodig hebt.
De meeste wandcontactdozen en afdekramen werken met het standaard keystone-formaat, maar niet alle. Controleer dat de doos geschikt is voor keystones en hoeveel poorten hij biedt.
Een blindplaat dekt een ongebruikte keystone-opening in een afdekraam netjes af. Zo houd je de wandcontactdoos stofvrij en verzorgd waar nog geen aansluiting zit.
Een netwerk wandcontactdoos gebruik je om installatiekabel netjes af te monteren op een werkplek, zodat je daar met een patchkabel apparatuur aansluit.
Een blindplaat voor een keystone is een dicht plaatje dat een ongebruikte keystone-opening in een afdekraam of patchpaneel afsluit. Zo blijft de plek stofvrij en verzorgd tot er een aansluiting komt.
Een netwerk wandcontactdoos is een afgewerkt aansluitpunt in de muur met een of meer RJ45-keystones. Je sluit er met een patchkabel je apparatuur op aan.
Een connector zit aan het uiteinde van een kabel (de stekker). Een keystone is een inbouwmodule waarop je de kabel vast afmonteert. Een wandcontactdoos is de behuizing waarin de keystone klikt voor een afgewerkt aansluitpunt.
Een blindplaat sluit een ongebruikte keystone-opening af. Op de productpagina kies je de blindplaat die bij je afdekraam of patchpaneel past.
Een netwerk wandcontactdoos neemt een of meer RJ45-keystones op voor een afgewerkte werkplekaansluiting. Op de productpagina kies je het aantal poorten en de uitvoering.
Voor twee Cat6a-keystones kies je een wandcontactdoos met twee poorten en een afdekraam dat het standaard keystone-formaat opneemt. Controleer dat de doos geschikt is voor afgeschermde Cat6a-keystones.
Koperbekabeling werk je netjes af door installatiekabel op keystones of patchpanelen te punchen volgens T568A of T568B, en werkplekken af te monteren met wandcontactdozen. Gebruik kabelmanagement om de patchkabels te ordenen.
Koper netwerk accessoires gebruik je om koperbekabeling af te monteren en aan te sluiten: connectoren, keystones, wandcontactdozen, patchpanelen en het bijbehorende montagegereedschap.
Om datakabel af te monteren heb je connectoren of keystones, een wandcontactdoos of patchpaneel, en montagegereedschap (krimptang of punch-downtool) nodig. Voor een Cat6a-datapost gebruik je afgeschermde Cat6a-keystones en een passende wandcontactdoos.
Bij koperbekabeling horen RJ45-connectoren, keystones, wandcontactdozen, patchpanelen, tules en montagegereedschap zoals krimptangen en punch-downtools.
Koper netwerk accessoires lopen uiteen van RJ45-connectoren en keystones tot wandcontactdozen, patchpanelen, tules en blindplaten, aangevuld met montagegereedschap. Samen vormen ze alles om koperbekabeling af te werken.
Connectoren en keystones zijn er in Cat5e, Cat6 en Cat6a, onafgeschermd en afgeschermd. Op de productpagina kies je per artikel de categorie die bij je kabel past.
Koper netwerk accessoires omvatten connectoren, keystones, wandcontactdozen, patchpanelen en montagegereedschap. Op de productpagina kies je de artikelen die je nodig hebt.
Voor een complete Cat6a-datapost gebruik je afgeschermde Cat6a-keystones, een wandcontactdoos met afdekraam en een punch-downtool. Aan de kabelzijde sluit je de afscherming rondom aan zodat 10 Gbps storingsvrij blijft.
Een Cat5e-keystone ondersteunt 1 Gbps; een Cat6-keystone is afgestemd op de dikkere Cat6-aders en haalt 10 Gbps op korte afstand. Voor nieuwe dataposten is een Cat6-keystone toekomstvaster.
Een Cat5e-connector is geschikt voor 1 Gbps; een Cat6-connector heeft vaak een geleidingsplaatje voor de dikkere Cat6-aders en betere prestaties op hogere snelheden. Kies de connector passend bij de kabel.
RJ11 en RJ12 zijn telefoonconnectoren: RJ11 gebruikt vier aders, RJ12 zes. RJ45 is de netwerkconnector met acht contacten (8P8C). Voor data gebruik je altijd RJ45; RJ11 en RJ12 zijn voor telefoon- en faxlijnen.
Een keystone-jack monteer je af op de kabel (je punch de aders erin). Een doorvoer-koppeling verbindt twee reeds afgemonteerde kabels met connectoren. Kies een keystone om kabel af te monteren, een koppeling om twee patchkabels door te verbinden.
Een connector maak je aan het kabeluiteinde voor een verplaatsbare stekker; een keystone monteer je af op een vast aansluitpunt zoals een wandcontactdoos of patchpaneel. Voor vaste werkplekaansluitingen kies je een keystone.
Een afgeschermde RJ45-connector (STP/FTP) heeft een metalen huis dat de kabelafscherming doorzet en storing tegengaat. Een onafgeschermde connector (UTP) is bedoeld voor reguliere kantooromgevingen zonder veel elektrische ruis.
Bij een doorsteekconnector steken de aders door de voorkant zodat je de volgorde kunt controleren; een doorsteek-krimptang snijdt ze daarna af. Een standaard RJ45-connector knip je vooraf op lengte. Doorsteek is makkelijker netjes te krijgen.
Een tule met clipbescherming beschermt het lipje van de RJ45-connector extra tegen afbreken. Een eenvoudige tule geeft knikbescherming maar zonder die clip. Voor kabels die vaak in- en uitgaan is de clipversie steviger.
Een opbouw-wandcontactdoos monteer je op de muur, zonder hak- of breekwerk. Een inbouwdoos verwerk je in de muur voor een vlak resultaat. Kies opbouw bij bestaande wanden, inbouw bij nieuwbouw of een strakke afwerking.
Cat6 haalt 1 Gbps over 100 meter en 10 Gbps tot circa 55 meter (250 MHz). Cat6a haalt 10 Gbps over de volledige 100 meter (500 MHz) en is beter afgeschermd. Voor 10 Gbps over langere afstand kies je Cat6a.
Ja, Cat6a levert 10 Gbps over 100 meter en is daarmee toekomstvast voor 10-gigabit netwerken.
Een doorvoer-patchpaneel heeft vaste koppelingen waarop je patchkabels doorverbindt. Een keystone-patchpaneel heeft losse keystone-openingen die je zelf invult. Een keystone-paneel is flexibeler in categorie en kleur.
Een toolless keystone klem je zonder gereedschap dicht, wat vaak makkelijker is om mee te werken. Een punch-down keystone monteer je met een punch-downtool waardoor de aders al op de juiste plek zitten voordat de keystone afgemonteerd wordt, de keerzeide is dat dit vaak extra tijd kost.
Een eenvoudige tester controleert of de aders goed zijn aangesloten (doorverbinding). Een gecertificeerde meter test daarnaast of de verbinding voldoet aan de normwaarden voor snelheid en demping, wat nodig is voor een gecertificeerde oplevering.
Een aparte schaar knipt netjes, terwijl een combitang knippen, strippen en krimpen in één gereedschap combineert. Voor incidenteel werk volstaat een combitang; voor veel werk is los gereedschap vaak prettiger.
Een ronde stripper snijdt de mantel rondom op een instelbare diepte zonder de aders te raken. Een messtripper is veelzijdiger maar vraagt meer handigheid om de aders niet te beschadigen.
Losse glasvezel tools koop je gericht per taak; een complete set bevat stripper, cleaver, reiniging en meer bij elkaar, voordelig als je in één keer alles nodig hebt om te prepareren en te lassen.
Ja, OS2 is uitstekend geschikt voor lange afstanden tussen gebouwen dankzij de lage demping van singlemode glasvezel.
Ja, OS2 is in simplex (één vezel) en duplex (twee vezels) verkrijgbaar. Duplex gebruik je voor verbindingen die gelijktijdig zenden en ontvangen.
OS2 singlemode werkt over lange afstanden, afhankelijk van de apparatuur tot tientallen kilometers.
OS2 gebruik je voor singlemode glasvezel met lage demping, geschikt voor lange afstanden.
OS2 is een singlemode glasvezel met lage demping, geschikt voor lange afstanden, bij single mode gaat het lichtsignaal recht door de buis. OS2 is de opvolger van OS1 maar werkt ook voor omstandigheden waar OS1 gevraagd wordt.
OS2 singlemode heeft een lage demping van ongeveer 0,4 dB/km bij 1310 nm en 0,3 dB/km bij 1550 nm. Door die lage waarde overbrugt OS2 lange afstanden zonder dat het signaal te veel verzwakt
Een prefab OS2 singlemode glasvezel haspel is een voorgemonteerde singlemode kabel op haspel, op lengte geleverd met fabrieksconnectoren. Je rolt hem uit en sluit aan, zonder zelf te lassen op locatie.
Singlemode glasvezel (OS1/OS2) heeft een dunne kern van circa 9 µm waardoor het licht één recht pad volgt, ideaal voor lange afstanden. Multimode (OM3/OM4/OM5) heeft een dikkere kern van 50 µm met meerdere lichtpaden en is bedoeld voor kortere trajecten.
De afstand en snelheid hangen af van de SFP-module: multimode-modules halen doorgaans enkele honderden meters, singlemode-modules tientallen kilometers. De exacte waarden staan in de specificaties van de module.
Voor OS2 singlemode zijn LC en SC de meest gebruikte connectoren, met daarnaast onder meer ST. Singlemode-verbindingen gebruiken vaak APC- of UPC-polijsting; kies het type dat bij je apparatuur past.
OS2 werkt met golflengtes rond 1310 en 1550 nm.
OS2 heeft een kerndiameter van 9 µm.
Singlemode LC-pigtails zijn verkrijgbaar in de webshop, in UPC- of APC-uitvoering. Op de productpagina kies je het type dat bij je apparatuur past.
OS2 glasvezelkabels en patchkabels zijn er in verschillende lengtes en connectoruitvoeringen, zoals LC-LC. Op de productpagina kies je de uitvoering die bij je verbinding past.
De OS2 singlemode patchkabel is er in vaste lengtes zoals 1, 2, 3 en 5 meter. Selecteer op de productpagina de lengte die je nodig hebt.
De OS2 singlemode patchkabel met LC-LC-connectoren is verkrijgbaar in de webshop, in UPC- of APC-uitvoering. Op de productpagina kies je connector en lengte.
Ja, prefab OS2 glasvezel lever je op maat met fabrieksconnectoren (zoals LC of SC). De gewenste lengte en connector kies je op de productpagina.
De prefab OS2 haspel komt voorgemonteerd en op lengte uit de fabriek, klaar om aan te sluiten. Op de productpagina kies je de gewenste lengte en connector.
Prefab singlemode glasvezel lever je op maat met fabrieksconnectoren, in indoor- en outdoor-uitvoering. Op de productpagina kies je de lengte en connector.
Singlemode pigtails vind je in de webshop in verschillende connectoren zoals LC en SC. Op de productpagina kies je de uitvoering die bij je lasverbinding past.
Ja, voor een verbinding van meer dan een kilometer is OS2 singlemode de juiste keuze: de lage demping maakt zulke lange afstanden mogelijk.
OS2 singlemode past bij lange afstanden en hoge snelheden. Voor korte verbindingen binnen een gebouw is multimode vaak voldoende.
Plaats een passende transceiver (SFP/SFP+) in de switch, verwijder de stofkapjes en steek de LC-connector van de patchkabel in de module tot hij klikt. Reinig de connector voor het aansluiten voor een storingsvrije verbinding.
Een glasvezel patchkabel gebruik je om twee glasvezelpoorten te verbinden, bijvoorbeeld tussen een patchpaneel en een switch met SFP-module, of tussen twee actieve apparaten.
Simplex heeft één vezel (en één connector), duplex heeft er twee. Duplex gebruik je voor verbindingen die gelijktijdig zenden en ontvangen, wat bij de meeste dataverbindingen het geval is.
Een glasvezel patchkabel is een kabel met aan beide uiteinden een glasvezelconnector (meestal LC of SC), bedoeld om bijvoorbeeld een switch met een patchpaneel of een transceiver te verbinden.
Glasvezel patchkabels hebben meestal een LC- of SC-connector, daarnaast bestaat onder meer ST. Singlemode-uitvoeringen gebruiken vaak APC- of UPC-polijsting; kies wat bij je apparatuur past.
De patchkabel moet bij de vezelsoort van de transceiver passen: een multimode-patchkabel (OM3/OM4) bij een multimode-module, een singlemode-patchkabel (OS2) bij een singlemode-module, met de juiste connector (meestal LC).
Glasvezel patchkabels zijn er in singlemode en multimode, in verschillende connectoren en lengtes. Op de productpagina kies je de uitvoering die bij je verbinding past.
Glasvezel patchkabels met LC-connector zijn verkrijgbaar in de webshop, in UPC- of APC-uitvoering. Op de productpagina kies je de gewenste lengte en uitvoering.
Glasvezel patchkabels zijn er in meerdere vezelsoorten, connectoren en lengtes. Op de productpagina kies je de uitvoering die je nodig hebt.
Singlemode glasvezel patchkabels (OS2) zijn er in verschillende connectoren en lengtes. Op de productpagina kies je de uitvoering die bij je apparatuur past.
Voor een verbinding tussen twee switches met SFP-modules kies je een duplex glasvezel patchkabel die past bij de vezelsoort van de modules (multimode of singlemode) met de juiste connector, meestal LC-LC.
De OS2 LC-LC patchkabel is verkrijgbaar in de webshop in UPC- of APC-uitvoering. Op de productpagina kies je de lengte en uitvoering.
Ja, OM3 is geschikt voor een datacenter op korte afstand: het haalt 10 Gbps tot circa 300 meter. Voor langere trajecten of hogere snelheden kies je OM4 of OM5.
Ja, OM3 is in simplex (één vezel) en duplex (twee vezels) verkrijgbaar. Duplex gebruik je voor verbindingen die gelijktijdig zenden en ontvangen.
OM3 werkt voor 10 Gbps tot ongeveer 300 meter.
OM3 gebruik je voor multimode glasvezel (aqua) voor 10 Gbps tot circa 300 meter. OM3 werkt ook voor apparaten waar OM2 of OM1 van toepassing zijn, voor hogere standaarden zal je wel helaas naar OM4 moeten gaan.
OM3 is een multimode glasvezel (aqua) voor 10 Gbps tot circa 300 meter.
OM3 multimode heeft een demping van ongeveer 3 dB/km bij 850 nm en circa 1 dB/km bij 1300 nm. Die waarde past bij de kortere afstanden waarvoor multimode bedoeld is.
Voor OM3 multimode gebruik je meestal een LC- of SC-connector, daarnaast bestaat onder meer ST. Kies het connectortype dat bij je apparatuur of patchpaneel past.
OM3 heeft een aqua (lichtblauwe) mantel. Aan die kleur herken je OM3-multimode glasvezel.
OM3 multimode haalt 10 Gbps tot ongeveer 300 meter. Voor langere multimode-trajecten kies je OM4.
OM3 glasvezelkabels en patchkabels zijn er in verschillende lengtes en connectoruitvoeringen, zoals LC-LC. Op de productpagina kies je de gewenste optie.
Ja, prefab OM3 glasvezel lever je op maat met fabrieksconnectoren. De lengte en het connectortype kies je op de productpagina.
Voor 10 Gbps tot ongeveer 300 meter is OM3 voldoende. Zijn de trajecten in je serverruimte langer of wil je marge, dan kies je OM4 (tot circa 400 meter).
OM3 multimode past bij kortere afstanden. Voor langere trajecten tussen gebouwen kies je singlemode (OS2).
De OM3 patchkabel met LC-LC-connectoren is verkrijgbaar in de webshop. Op de productpagina kies je de connectoruitvoering en lengte.
De OM3 multimode patchkabel is er in vaste lengtes zoals 1, 2, 3 en 5 meter. Selecteer op de productpagina de lengte die past.
De OM3 LC-LC multimode patchkabel is verkrijgbaar in de webshop. Op de productpagina kies je de lengte en uitvoering.
De OM3 patchkabel is los en per set verkrijgbaar in verschillende lengtes. Op de productpagina kies je de gewenste uitvoering.
OM4 glasvezelkabels en patchkabels zijn er in verschillende lengtes en connectoruitvoeringen, zoals LC-LC. Op de productpagina kies je de gewenste optie.
Ja, prefab OM4 glasvezel lever je op maat met fabrieksconnectoren. De lengte en connector kies je op de productpagina.
Voor 40 Gbps over korte datacenterafstanden is OM4 doorgaans genoeg. Wil je met minder vezels hogere capaciteit halen via SWDM, dan biedt OM5 voordeel.
OM5 is de moeite waard boven OM4 als je met SWDM hoge capaciteit zoals 100 Gbps wilt halen met minder vezels. Voor reguliere 10 of 40 Gbps geeft OM4 vaak al voldoende prestaties.
De OM4 patchkabel met LC-LC-connectoren is verkrijgbaar in de webshop. Op de productpagina kies je de connectoruitvoering en lengte.
De OM4 multimode patchkabel is er in vaste lengtes zoals 1, 2, 3 en 5 meter. Op de productpagina selecteer je de gewenste lengte.
De OM4 LC-LC multimode patchkabel is verkrijgbaar in de webshop. Op de productpagina kies je de lengte en uitvoering.
De OM4 patchkabel is los en per set verkrijgbaar in verschillende lengtes. Op de productpagina kies je de gewenste uitvoering.
OM5 haalt vergelijkbare snelheden als OM4 voor reguliere toepassingen en ondersteunt met SWDM hogere capaciteit (zoals 100 Gbps) over korte afstanden door meerdere golflengtes te combineren.
OM5 glasvezelkabels en patchkabels zijn er in verschillende lengtes en connectoruitvoeringen, zoals LC-LC. Op de productpagina kies je de gewenste optie.
De OM5 patchkabel met LC-LC-connectoren is verkrijgbaar in de webshop. Op de productpagina kies je de connectoruitvoering en lengte.
De OM5 multimode patchkabel is er in vaste lengtes zoals 1, 2, 3 en 5 meter. Selecteer op de productpagina de lengte die je zoekt.
De OM5 LC-LC multimode patchkabel is verkrijgbaar in de webshop. Op de productpagina kies je de lengte en uitvoering.
De OM5 patchkabel is los en per set verkrijgbaar in verschillende lengtes. Op de productpagina kies je de gewenste uitvoering.
Buiten glasvezel is op maat per meter te bestellen, naast hele rollen en prefab kabel. Op de productpagina kies je de vorm en lengte die je nodig hebt.
Outdoor glasvezel snijd je op maat per meter af voor een buitentraject met bekende lengte. Op de productpagina kies je de lengte en uitvoering.
Tussen twee gebouwen leg je outdoor glasvezel, bij voorkeur door een mantelbuis of ingegraven op voldoende diepte. Houd de minimale buigstraal aan en monteer de vezels aan beide kanten af op een patchpaneel of aansluitdoos.
Ja, outdoor glasvezel kun je ingraven of door een mantelbuis trekken. Een buis biedt extra bescherming tegen graafschade en maakt later vervangen of bijtrekken eenvoudiger.
Outdoor glasvezel is UV- en waterbestendig omdat de kabel buiten wordt blootgesteld aan zon, regen en vocht. De beschermende mantel en gelvulling houden de vezels jarenlang betrouwbaar.
Een outdoor haspel gebruik je om in één keer een buiten- of ondergronds traject te bekabelen door de gewenste lengte af te rollen, bijvoorbeeld langs een gevel of tussen gebouwen.
Een outdoor rol van een kilometer gebruik je voor lange buitentrajecten, zoals bekabeling over een bedrijventerrein, zodat je in één keer zonder lassen onderweg legt.
Een glasvezel haspel voor buiten is een rol outdoor glasvezel met een UV- en waterbestendige opbouw, geschikt voor trajecten langs gevels, ondergronds of tussen gebouwen.
Loose tube outdoor glasvezel heeft de vezels los in met gel gevulde buisjes liggen. Die opbouw beschermt de vezels tegen vocht en trekkrachten, wat ideaal is voor buiten- en ondergrondse trajecten.
Een outdoor glasvezel rol van 500 meter is een halve-kilometer haspel buitenkabel voor middellange trajecten, bijvoorbeeld over een bedrijfsterrein.
Een glasvezel rol van een kilometer of meer is een grote haspel voor lange trajecten, zoals bekabeling over een campus of bedrijventerrein.
Glasvezel haspels zijn er in diverse lengtes, van korte op-maat-stukken tot rollen van 500 meter of een kilometer en meer. Prefab kabels lever je op de exact gewenste lengte. De beschikbare lengtes staan op de productpagina.
Grote outdoor glasvezel rollen zijn er onder meer in 500 meter en een kilometer voor lange trajecten. Op de productpagina kies je de roluitvoering.
Outdoor glasvezel is verkrijgbaar op haspel, onder meer in rollen van 500 meter en een kilometer. Op de productpagina kies je de gewenste lengte.
De outdoor glasvezel rol van een kilometer is bedoeld voor lange buitentrajecten. De roluitvoering kies je op de productpagina.
De outdoor glasvezel rol van 500 meter past bij middellange buitentrajecten. Op de productpagina kies je deze roluitvoering.
Ja, voor een lang ondergronds traject tussen locaties bestel je een rol van een kilometer. Zo leg je de hele verbinding in één keer, zonder lassen onderweg.
Voor een traject tot een halve kilometer is een rol van 500 meter voldoende. Wordt de afstand groter of wil je meerdere trajecten dekken, dan kies je een rol van een kilometer.
Voor een ondergrondse verbinding tussen twee gebouwen kies je een outdoor (loose tube) glasvezel haspel met een lengte die het traject dekt, en bij voorkeur singlemode (OS2) voor afstand. Leg de kabel in een mantelbuis.
Voor lange trajecten is een grote rol per meter vaak voordeliger en leg je de verbinding in één keer zonder lassen onderweg. Voor een kort traject is glasvezel op maat per meter handiger.
Grote outdoor rollen gebruik je voor lange buitentrajecten, zoals het bekabelen van een campus, bedrijventerrein of een ondergrondse verbinding tussen gebouwen.
Een rol van 500 meter is geschikt voor een buitentraject tot een halve kilometer, bijvoorbeeld over een bedrijfsterrein. Is de afstand langer, kies dan een rol van een kilometer.
Een rol van 500 meter dekt buitentrajecten tot een halve kilometer, bijvoorbeeld over een bedrijfsterrein. Is je afstand langer, kies dan een rol van een kilometer.
Een outdoor rol van 500 meter gebruik je om in één keer een middellang buitentraject te leggen, bijvoorbeeld over een bedrijfsterrein. Je rolt de gewenste lengte af en werkt zo zonder lassen onderweg.
Buiten glasvezel is onder meer verkrijgbaar als rol van 500 meter voor middellange trajecten. Op de productpagina kies je de roluitvoering.
Trek glasvezel met een trekkous of trekoog en zonder de minimale buigstraal te overschrijden. Bij een prefab kabel bescherm je de voorgemonteerde connectoren met een trekhuls zodat ze niet beschadigen.
Bij prefab glasvezel zijn de connectoren al in de fabriek gemonteerd en getest. Daardoor sluit je op locatie direct aan zonder lasapparaat, wat tijd bespaart en zorgt voor een laagdempende verbinding.
Een prefab haspel is voorgemonteerd zodat je op locatie geen vezels meer hoeft te lassen. De fabriek brengt de connectoren aan en test ze, wat zorgt voor een betrouwbare verbinding en minder werk ter plekke.
Een prefab glasvezel haspel gebruik je om snel een kant-en-klare verbinding aan te leggen zonder te lassen. Je rolt de op maat geleverde kabel uit en sluit de voorgemonteerde connectoren aan.
Een prefab glasvezelkabel is een voorgemonteerde kabel met fabrieksmatig aangebrachte connectoren, op maat geleverd. Je hoeft niet zelf te lassen; je trekt de kabel in en sluit hem aan. Dit is vaak in praktijk fijn voor middellange afstanden waar een patchkabel te kort is maar een bulk haspel te lang of moeilijk is. Daarom bieden we ze bij Grayle in verschillende versies aan tussen de 30 en 500 meter.
Een prefab glasvezel haspel of pigtail is voorzien van vooraf gemonteerde connectoren, meestal LC of SC. Welke connector je kiest, hangt af van de apparatuur of het patchpaneel waarop je aansluit.
Glasvezel haspels zijn er in diverse lengtes, van korte op-maat-stukken tot rollen van 500 meter of een kilometer en meer. Prefab kabels lever je op de exact gewenste lengte. De beschikbare lengtes staan op de productpagina.
Prefab glasvezel is voorgemonteerd op maat te bestellen, in indoor- en outdoor-uitvoering. Op de productpagina kies je de lengte en connector.
Prefab glasvezel lever je op de exact gewenste lengte met fabrieksconnectoren. Op de productpagina kies je de uitvoering en lengte.
Voorgemonteerde (prefab) glasvezel haspels lever je op maat met fabrieksconnectoren. Op de productpagina kies je de gewenste lengte en uitvoering.
Ja. Met een prefab glasvezelkabel op maat vervalt het lassen op locatie: je trekt de kabel in en sluit de voorgemonteerde connectoren aan. Dat scheelt tijd en gereedschap, vooral bij kleinere aantallen.
Glasvezel buitenkabel is verkrijgbaar als rol, onder meer in 500 meter en een kilometer. Op de productpagina kies je de roluitvoering en lengte.
Een prefab glasvezel patchkabel is voorgemonteerd op vaste lengte met connectoren. Glasvezel op haspel lever je op maat en monteer of las je zelf. Prefab is sneller, haspel is flexibeler in lengte.
Ja, een prefab OM3 haspel is ideaal voor snelle aanleg in een serverruimte. Hij is voorgemonteerd op lengte met fabrieksconnectoren, dus je sluit direct aan zonder te lassen.
Een prefab OM3 haspel gebruik je om snel een OM3-verbinding aan te leggen zonder lassen. Je rolt de op maat geleverde kabel uit en sluit de fabrieksconnectoren aan.
Een prefab OM3 multimode glasvezel haspel is een voorgemonteerde OM3-kabel op haspel, op lengte geleverd met fabrieksconnectoren. Je sluit aan zonder te lassen.
Een prefab OM3 haspel is voorzien van vooraf gemonteerde connectoren, meestal LC of SC. Welke connector je kiest, hangt af van de apparatuur of het patchpaneel waarop je aansluit.
Een prefab OM3 haspel hebben we tussen de 30 en 400 meter op voorraad liggen, afhankelijk van de versie is dit vaak in stappen van 10 of 20 meter tot de volgende artikel in dezelfde reeks. Bekijk onze voorraad voor de opties.
Prefab OM3 glasvezel lever je op maat met fabrieksconnectoren. Op de productpagina kies je de lengte en uitvoering.
De prefab OM3 haspel is voorgemonteerd op de door jou gekozen lengte en geschikt voor 10 Gbps tot circa 300 meter. De beschikbare uitvoeringen vind je op de productpagina.
Ja, voor korte datacenterverbindingen is een prefab OM3 haspel ruim voldoende: hij haalt 10 Gbps tot circa 300 meter en is direct aansluitklaar zonder lassen.
Ja dat kan handig zijn voor een datacenter, afhankelijk van de versie OM4 en de connectortype kan dit een logische keuze zijn. Let er wel op dat prefab of multifiber kable net iets anders werkt dan een trunkkabel, voor de verschillen en projecten van dit kaliber is het altijd goed om even de specificaties telefonisch of per mail door te nemen.
Glasvezel is verkrijgbaar op maat per meter, op haspel (500 meter, 1 kilometer en meer) en als prefab kabel, in indoor- en outdoor-uitvoering. Kies de gewenste vorm en lengte op de productpagina voor de actuele prijs.
De prefab OM4 haspel is voorgemonteerd op maat en geschikt voor hogere snelheden over wat langere multimode-trajecten. Op de productpagina kies je de lengte en connector.
Ja, een prefab OM4 haspel is daarvoor een logische keuze: OM4 ondersteunt hogere snelheden over kortere afstanden en de fabrieksconnectoren maken aansluiten zonder lassen mogelijk. Bij grotere projecten met multifiber stem je de specificaties vooraf telefonisch of per mail af.
Ja, OS2 is uitstekend geschikt voor lange afstanden tussen gebouwen dankzij de lage demping van singlemode glasvezel. Voor prefab rollen bieden we vaak wel een maximum aan van 500 meter, daarboven is het vaak handiger om gewoon een bulk haspel te trekken en daarna te lassen.
Ja, dat is precies waarvoor een prefab OS2 haspel handig is. De vezels zijn al af fabriek voorzien van connectoren en getest, dus je legt de verbinding zonder lasapparaat op locatie.
Ja, glasvezel is per meter op maat te bestellen in plaats van per hele rol. Dat is praktisch voor een kort traject met een bekende lengte.
Door precies de benodigde lengte te bestellen betaal je alleen voor wat je gebruikt en houd je geen grote restrol over. Dat is voordelig en praktisch voor een traject met een bekende lengte.
Glasvezel op maat per meter bestel je voor een traject met een bekende lengte, zodat je geen hele rol hoeft te kopen. Handig voor korte of eenmalige verbindingen.
Outdoor glasvezel op maat per meter bestel je voor een buitentraject met een bekende lengte, zodat je geen hele rol hoeft te kopen. Handig voor een kort of eenmalig buitentraject.
Glasvezel per meter (op maat) betekent dat je de kabel op de gewenste lengte besteld krijgt in plaats van een hele rol. Dat is handig en voordelig voor een kort, bekend traject.
Glasvezel is er als singlemode (OS2, voor lange afstanden) en multimode (OM3/OM4/OM5, voor kortere afstanden), en als indoor- of outdoor-kabel. Kies singlemode voor afstand, multimode voor korte trajecten, en outdoor voor buiten.
Buiten glasvezel is op maat per meter te bestellen voor buitentrajecten met een bekende lengte. Op de productpagina kies je de lengte en uitvoering.
Glasvezel is verkrijgbaar op maat per meter te bestellen. Dat bieden we aan als in indoor- en outdoor-uitvoering. Kies de gewenste type en lengte op de productpagina voor de actuele prijs.
Glasvezel op maat per meter krijg je op de exact gewenste lengte geleverd, in indoor- en outdoor-uitvoering. Op de productpagina kies je het type en de lengte.
Glasvezel is per meter op maat te bestellen, in indoor- en outdoor-uitvoering. Op de productpagina kies je het type en de lengte.
Multimode glasvezel is op maat per meter te bestellen voor kortere trajecten. Op de productpagina kies je de vezelsoort en lengte.
Outdoor glasvezel snijd je op maat per meter af voor een buitentraject met bekende lengte. Op de productpagina kies je de lengte en uitvoering.
Outdoor singlemode glasvezel (OS2) is op maat per meter te bestellen voor lange buitentrajecten. De lengte kies je op de productpagina.
Singlemode glasvezel op maat per meter krijg je op de gewenste lengte, ideaal voor een bekend traject. Op de productpagina kies je de uitvoering en lengte.
Voor een kort traject is glasvezel op maat per meter doorgaans voordeliger dan een hele rol, omdat je alleen de benodigde lengte betaalt. Bij lange of meerdere trajecten is een rol vaak per meter goedkoper.
Ja, voor een kort buitentraject tussen twee panden is outdoor glasvezel op maat per meter handig: je krijgt precies de lengte die je nodig hebt, zonder een hele rol te kopen.
Trek glasvezel met een trekkous of trekoog en zonder de minimale buigstraal te overschrijden. Bij een prefab kabel bescherm je de voorgemonteerde connectoren met een trekhuls zodat ze niet beschadigen.
Ja, indoor glasvezel kun je zelf afmonteren en lassen met het juiste gereedschap (stripper, cleaver, lasapparaat) en pigtails of veldconnectoren. Voor grotere aantallen is lassen de betrouwbaarste methode.
Een indoor haspel gebruik je om binnen een gebouw een traject te bekabelen, bijvoorbeeld door een kabelgoot. Je rolt de gewenste lengte af en monteert de vezels zelf af of last ze.
Een glasvezel haspel voor binnen is een rol indoor glasvezel met een mantel die geschikt is voor gebruik binnen, bijvoorbeeld door een gebouw of een kabelgoot.
Indoor glasvezel heeft een mantel voor gebruik binnen en is vaak makkelijker af te monteren. Outdoor glasvezel heeft een UV- en waterbestendige opbouw (vaak loose tube met gel) voor buiten- en ondergrondse trajecten.
Glasvezel haspels zijn er in diverse lengtes, van korte op-maat-stukken tot rollen van 500 meter of een kilometer en meer. Prefab kabels lever je op de exact gewenste lengte. De beschikbare lengtes staan op de productpagina.
Glasvezel op haspel lever je op maat, naast vaste rollen en prefab kabel. Op de productpagina kies je de vorm, vezelsoort en lengte.
Indoor glasvezel is verkrijgbaar als rol voor trajecten binnen een gebouw. Op de productpagina kies je de roluitvoering en lengte.
Indoor glasvezel is verkrijgbaar op haspel voor trajecten binnen een gebouw. Op de productpagina kies je de gewenste lengte en vezelsoort.
Voor binnen kies je een indoor glasvezel haspel in de gewenste vezelsoort (OS2 voor afstand, OM voor korte trajecten). Met stripper, cleaver en lasapparaat monteer je de vezels zelf af.
Voor lange trajecten is een grote rol per meter vaak voordeliger en leg je de verbinding in één keer zonder lassen onderweg. Voor een kort traject is glasvezel op maat per meter goedkoper.
Grote glasvezel rollen gebruik je voor lange of meervoudige trajecten, zoals een campus of bedrijventerrein. Een rol van 500 meter past bij middellange trajecten; voor langere afstanden kies je een kilometer of meer.
Wanneer je een grootschalig project hebt zijn haspels op langere lengte's handiger en voordeliger om te gebruiken, bij Grayle bieden we die daarom ook aan.
Een glasvezel rol van een kilometer of meer is een grote haspel voor lange trajecten, zoals bekabeling over een campus of bedrijventerrein.
Ja, voor het bekabelen van een campus of bedrijventerrein is een rol van een kilometer de juiste keuze. Je legt er een lang traject mee aan zonder onderweg te hoeven lassen.
Een rol van 500 meter volstaat voor middellange of enkele kortere trajecten binnen een gebouw. Heb je in totaal meer lengte nodig, dan werk je makkelijker met een rol van een kilometer.
Met 500 meter dek je middellange trajecten of een paar korte stukken in een gebouw. Loopt de totale lengte hoger op, dan is een kilometerrol praktischer.
Een rol van 500 meter zet je in voor een middellang traject of een paar kortere stukken binnen een gebouw. Je rolt precies af wat je nodig hebt en houdt het werk overzichtelijk.
Een outdoor glasvezel rol van 500 meter is een halve-kilometer haspel buitenkabel voor middellange trajecten, bijvoorbeeld over een bedrijfsterrein. Ook kan je er zelf meerdere stukken van maken om een op maat gemaakt project op te leveren. Een 500 meter haspel is doorgaans goedkoper voor inkoop vergeleken met op maat gemaakte lengtes.
Glasvezel is onder meer verkrijgbaar als rol van 500 meter voor middellange trajecten. Op de productpagina kies je de roluitvoering en vezelsoort.
De glasvezel haspel van 500 meter past bij middellange trajecten. Op de productpagina kies je deze roluitvoering en vezelsoort.
Voor een gebouw met trajecten tot een halve kilometer is 500 meter genoeg. Verwacht je meer lengte of extra trajecten, dan bestel je beter meteen een rol van een kilometer.
Glasvezel is er als singlemode (OS1/OS2, voor lange afstanden) en multimode (OM3/OM4/OM5, voor kortere afstanden), in indoor- en outdoor-uitvoering. Kies singlemode voor afstand, multimode voor korte trajecten, en outdoor voor buiten.
Multimode-glasvezel kent OM1 tot en met OM5 (voor kortere afstanden), singlemode kent OS1 en OS2 (voor lange afstanden). Hoe hoger het OM-getal, hoe hoger de prestaties; OS2 heeft de laagste demping.
Glasvezel is er als singlemode (OS2, voor lange afstanden) en multimode (OM3/OM4/OM5, voor kortere afstanden), en als indoor- of outdoor-kabel. Kies singlemode voor afstand, multimode voor korte trajecten, en outdoor voor buiten.
Glasvezel is er als singlemode (OS1/OS2, voor lange afstanden) en multimode (OM3/OM4/OM5, voor kortere afstanden), in indoor- en outdoor-uitvoering. Kies singlemode voor afstand, multimode voor korte trajecten, en outdoor voor buiten.
Glasvezel is er als singlemode (OS1/OS2, voor lange afstanden) en multimode (OM3/OM4/OM5, voor kortere afstanden), in indoor- en outdoor-uitvoering. Kies singlemode voor afstand, multimode voor korte trajecten, en outdoor voor buiten.
Glasvezelkabel is er in singlemode en multimode, indoor en outdoor, op maat of op haspel. Op de productpagina kies je de uitvoering die bij je project past.
Glasvezelkabel is verkrijgbaar in meerdere vezelsoorten en uitvoeringen, op maat of op haspel. Op de productpagina kies je wat bij je project past.
Voor een snelle verbinding tussen gebouwen over lange afstand kies je singlemode (OS2) outdoor glasvezel. Die haalt hoge snelheden over grote afstanden en is met de juiste mantel geschikt voor buiten.
Een FTTH-aansluitdoos is een compact eindpunt voor één werkplek of woning. Een glasvezel patchpaneel monteert en ordent juist meerdere vezels in een rack of kast. Kies de aansluitdoos voor een enkel punt, het patchpaneel voor bundeling.
LC is compacter en daardoor geschikt voor hoge poortdichtheid in patchpanelen en switches. SC is groter en klikt met een push-pull-mechanisme. Onze haspels prefab zijn allemaal op LC en dat heeft normaliter ook de voorkeur voor optische transceivers en in het generaal aansluitingen maar we zien nog genoeg gebruik in andere type connectoren.
Losse glasvezel tools koop je gericht per taak. Een complete set bevat stripper, cleaver, reiniging en meer bij elkaar, voordelig als je in één keer alles nodig hebt om te prepareren en te lassen.
Glasvezel patchpanelen zijn er in 19-inch en DIN-rail uitvoering, in verschillende vezelaantallen. Op de productpagina kies je de uitvoering die bij je kast past.
Een singlemode pigtail (OS2) gebruik je voor lange-afstandsverbindingen, een multimode pigtail (OM) voor korte trajecten. De pigtail moet altijd dezelfde vezelsoort hebben als de kabel waaraan je hem last.
Een cleaning pen reinigt het connectoroppervlak in de poort met een paar klikken, ideaal voor gemonteerde connectoren. Reinigingsdoekjes gebruik je voor losse connectoruiteinden. Vaak gebruik je beide naast elkaar.
Prefab glasvezel is voorgemonteerd en getest: insteken en klaar, zonder lasapparaat. Zelf lassen vanaf een rol kost gereedschap en tijd, maar is vrijer in lengte en aantal aansluitingen. Prefab is sneller, zelf lassen veelzijdiger.
Vanaf een rol bepaal je zelf de lengte en het aantal aansluitingen, maar je hebt lasgereedschap en tijd nodig. Een prefab haspel komt kant-en-klaar met geteste connectoren. Kies een rol voor maatwerk, prefab voor snelheid.
Indoor glasvezel heeft een mantel voor gebruik binnen en is makkelijker af te monteren. Outdoor glasvezel is UV- en waterbestendig, vaak loose tube met gel, voor buiten- en ondergrondse trajecten.
Outdoor glasvezel heeft een UV- en waterbestendige opbouw (vaak loose tube met gel) voor buiten en onder de grond. Indoor glasvezel heeft een mantel voor binnengebruik en laat zich makkelijker afmonteren.
Outdoor glasvezel overbrugt veel grotere afstanden dan koper en heeft geen last van elektrische storing, ideaal voor lange buitentrajecten. Een koperen grondkabel is voordeliger en eenvoudiger af te monteren over korte afstanden tot 100 meter.
Een glasvezel patchkabel transporteert licht en haalt hoge snelheden over grote afstanden zonder storing. Een koperen patchkabel (RJ45) is goedkoper en eenvoudiger voor korte verbindingen tot 100 meter.
Een singlemode patchkabel (OS2) heeft een dunne kern voor lange afstanden met één lichtpad; een multimode patchkabel (OM3/OM4/OM5) heeft een dikkere kern voor kortere trajecten. Vezel, transceiver en patchkabel moeten van hetzelfde type zijn.
Outdoor glasvezel op maat krijg je op de exacte trajectlengte, voordelig voor een kort, bekend buitentraject. Een volledige buitenrol is handiger bij meerdere of lange trajecten en is dan per meter vaak goedkoper.
Een buitenrol van 500 meter past bij middellange trajecten; een buitenrol van een kilometer dekt lange afstanden of meerdere trajecten ineens. Kies op basis van de totale lengte die je nodig hebt.
Een buitenrol van een kilometer is bedoeld voor lange of meervoudige trajecten, terwijl 500 meter volstaat voor een middellang stuk. Kijk naar je totale benodigde lengte om te kiezen.
Een rol van een kilometer dekt lange afstanden of meerdere trajecten tegelijk; 500 meter is genoeg voor een middellang traject. De totale lengte bepaalt welke rol handiger is.
Voor een middellang traject pak je 500 meter, voor lange afstanden of meerdere trajecten een kilometer. Reken je totale lengte uit en kies daarop.
Over lange afstand wint glasvezel: het signaal verzwakt nauwelijks en is ongevoelig voor elektrische storing. Koper is alleen interessant voor korte trajecten tot 100 meter, waar het voordeliger en simpeler is.
Indoor glasvezel heeft een mantel voor gebruik binnen en is makkelijker af te monteren. Outdoor glasvezel is UV- en waterbestendig (vaak loose tube met gel) voor buiten- en ondergrondse trajecten.
Singlemode (OS2) stuurt het licht in één baan door een smalle kern en is gemaakt voor afstand; multimode (OM3/OM4/OM5) gebruikt een bredere kern met meerdere lichtpaden voor korte, voordelige trajecten. Houd vezel, transceiver en kabel in hetzelfde type.
Op maat betaal je alleen voor de lengte die je gebruikt, ideaal voor een kort traject. Een volledige rol loont bij lange of meerdere trajecten, waar de meterprijs lager uitvalt.
OM3 (aqua) haalt 10 Gbps tot circa 300 meter. OM4 (violet) haalt 10 Gbps tot circa 400 meter en heeft een lagere demping. Voor langere multimode-trajecten kies je OM4.
Voor korte verbindingen tot enkele honderden meters volstaat multimode OM3 en is het de goedkopere keuze. Singlemode OS2 reserveer je voor lange afstanden, waar de lage demping het verschil maakt.
OM4 en OM5 presteren vergelijkbaar bij reguliere snelheden, maar OM5 ondersteunt SWDM, waarbij meerdere golflengtes over één vezel lopen. Wil je met minder vezels hoge capaciteit zoals 100 Gbps halen, dan kies je OM5; anders volstaat OM4.
Je kiest OM5 boven OM4 wanneer je via SWDM veel capaciteit over weinig vezels wilt halen, bijvoorbeeld richting 100 Gbps. Voor gewone 10 of 40 Gbps biedt OM4 al genoeg en is dat de logische keuze.
Multimode zoals OM4 is voordelig en geschikt voor verbindingen tot enkele honderden meters. Singlemode OS2 heeft de laagste demping en is de keuze zodra je echt afstand moet overbruggen. Kort traject? Multimode. Lange afstand? Singlemode.
Voor lange afstand pak je singlemode (OS2) vanwege de zeer lage demping. Multimode (OM3/OM4) is bedoeld voor korte trajecten tot enkele honderden meters en is daar de voordeligere optie.
Beide haspels komen voorgemonteerd, het verschil zit in de vezel. Prefab OM3 (aqua) is bedoeld voor 10 Gbps tot circa 300 meter; prefab OM4 (violet) heeft een lagere demping en haalt hogere snelheden over een wat groter bereik. Kies OM4 als je meer marge of snelheid nodig hebt.
Een prefab kabel sluit je direct aan, zonder lassen, dankzij fabrieksconnectoren. Zelf lassen geeft je meer vrijheid in lengte en aantal, maar vraagt gereedschap en ervaring. Prefab bespaart tijd, zelf lassen geeft flexibiliteit.
Een prefab haspel is voorgemonteerd en getest en dus snel klaar. Losse glasvezel op rol last je zelf, wat flexibeler is in lengte en aansluitingen maar meer werk kost. Kies op basis van tijd versus maatwerk.
Ja, een media converter heeft een eigen voeding nodig om een signaal om te zetten, ook bij Grayle hebben alle media converters voeding nodig om te functioneren.
Plaats aan beide uiteinden van het glasvezeltraject een media converter: sluit je koperapparatuur aan op de RJ45-poort en verbind de glasvezelpoorten via de glasvezelkabel. Zo verleng je het netwerk over een grote afstand.
Ja, je zet media converters doorgaans in paren in: aan elke kant van het glasvezeltraject één. De koperpoort sluit je aan op je apparatuur, de glasvezelpoorten verbind je met elkaar.
Of een media converter jumbo frames ondersteunt, hangt af van het model. Wil je grote frames doorzetten, controleer dan in de specificaties of de converter dat ondersteunt.
Een media converter gebruik je wanneer je een koperverbinding over glasvezel wilt voortzetten, bijvoorbeeld om de 100 meter-grens van koper te overbruggen of een verbinding tussen gebouwen te maken.
Je hebt een media converter nodig zodra een koperverbinding niet ver genoeg reikt of je twee locaties over glasvezel wilt koppelen, bijvoorbeeld voorbij de 100 meter die koper haalt. Twijfel je welke past, bekijk dan de opties bij Grayle.
Een glasvezel media converter koppelt een koperverbinding (RJ45) aan een glasvezelverbinding. Zo verleng je een netwerk over glasvezel, bijvoorbeeld over een afstand die koper niet haalt.
Een media converter met SFP-slot heeft geen vaste glasvezelpoort, maar een slot waarin je zelf een SFP-module steekt. Zo kies je de gewenste afstand en vezelsoort door de juiste transceiver te plaatsen.
Een media converter zet alleen het medium om tussen koper en glasvezel, zonder het netwerkverkeer te schakelen. Een switch verbindt meerdere apparaten en stuurt het verkeer tussen poorten. Een converter is dus een mediabrug, geen netwerkknooppunt.
Een media converter zet het elektrische signaal van koper (RJ45) om naar een optisch signaal voor glasvezel en omgekeerd. Daarmee verbind je koper- en glasvezeltrajecten met elkaar.
Media converters zijn er voor verschillende snelheden, van gigabit tot 10 Gbps. Kies een converter die past bij de snelheid van je netwerk en apparatuur.
Een 10G media converter met SFP+-slot zet 10 Gbps koper om naar glasvezel, waarbij je zelf de transceiver kiest. In de webshop van Grayle stel je de converter met de gewenste module samen.
Een gigabit media converter met SFP-slot geeft je vrije keuze in vezelsoort en afstand. Bij Grayle vind je zowel de converter als de bijpassende SFP-module.
Een glasvezel media converter koppelt koper aan glasvezel om afstand te overbruggen. In het assortiment van Grayle kies je op de productpagina de snelheid en uitvoering die past.
Voor een glasvezeltraject zet je aan beide kanten een media converter in. Bij Grayle kies je op de productpagina de uitvoering die bij je afstand en snelheid past.
Media converters zijn er met vaste poort of SFP-slot, in gigabit tot 10 Gbps. Op de productpagina van Grayle kies je de uitvoering die je nodig hebt.
Voor een koperverbinding die via glasvezel over een lange afstand moet, kies je een media converter met een glasvezelpoort of SFP-slot die bij de gewenste afstand en snelheid past, bijvoorbeeld singlemode voor lange trajecten.
Een enkele lasverbinding duurt met een fusion splicer doorgaans enkele seconden voor het lassen zelf, plus tijd voor strippen, clieven en het krimpen van de lasmantel. In de praktijk reken je enkele minuten per las om ervoor te zorgen dat alles netjes afgewerkt is.
Strip en reinig beide vezels, maak met een cleaver een rechte breuk, leg de vezels in het lasapparaat en start de lascyclus. Het apparaat lijnt de vezels uit en smelt ze samen; daarna bescherm je de las met een lasmantel.
Het aantal lassen per accu verschilt per lasapparaat; veel modellen halen enkele honderden lascycli (lassen plus krimpen) op één lading. De exacte capaciteit staat in de specificaties.
Een lasapparaat gebruik je om glasvezels permanent met lage demping te verbinden, bijvoorbeeld bij het afmonteren van binnenkomende vezels op pigtails of het verbinden van twee kabels.
Een glasvezel lasapparaat (fusion splicer) smelt twee glasvezels precies op elkaar tot één doorlopende vezel. Zo maak je een verbinding met zeer lage demping, wat nodig is voor betrouwbare glasvezeltrajecten.
Een fusion splicer haalt een zeer lage lasdemping, doorgaans een fractie van een dB per las. De exacte waarde hangt af van het apparaat, de vezel en de kwaliteit van de breuk.
Een core-alignment lasapparaat lijnt de vezelkernen zelf nauwkeurig uit voor de laagste lasdemping, ideaal voor singlemode. Een cladding-alignment apparaat lijnt op de mantel uit, is voordeliger en geschikt voor minder kritisch werk.
Glasvezel lasapparaten hebben een ingebouwd scherm om de vezels uitvergroot te tonen tijdens het uitlijnen en lassen. De schermgrootte verschilt per model en staat in de specificaties.
Voor het lassen strip je de coating, reinig je de vezel, en maak je met een cleaver een nette, rechte breuk. Een schone, recht afgebroken vezel is bepalend voor een lage lasdemping.
Een fusion splicer smelt vezels samen tot een laagdempende verbinding, voor singlemode en multimode. Bij Grayle kies je op de productpagina het model dat bij je gebruiksintensiteit past.
Een fusion splicer voor singlemode en multimode verwerkt beide vezelsoorten. In het assortiment van Grayle kies je het model dat bij je werk past.
Een glasvezel lasapparaat is er los of in een set met accu, koffer en cleaver. Bij Grayle kies je op de productpagina de samenstelling die bij je gebruik past.
Een lasapparaat met accu en koffer is klaar voor gebruik op locatie. In het assortiment van Grayle vind je deze sets op de productpagina.
Een lasmachine met bijgeleverde cleaver bevat meteen het gereedschap voor de nette breuk. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste set.
Voor dagelijks veel singlemode lassen kies je een professioneel core-alignment lasapparaat: dat lijnt de vezelkernen nauwkeurig uit voor de laagste demping en is gebouwd op intensief gebruik.
Voor incidenteel gebruik volstaat een eenvoudiger (cladding-alignment) lasapparaat. Voor dagelijks werk en singlemode kies je een robuuster core-alignment model met hogere snelheid en lagere lasdemping.
Strip en clieve zowel de binnenkomende vezel als de kale kant van de pigtail, leg ze in het lasapparaat en las ze samen. Bescherm de las met een lasmantel en leg die in de splice-houder van het patchpaneel.
In een patchpaneel zorgt een pigtail ervoor dat losse binnenkomende vezels op nette, aansluitbare poorten uitkomen: je last de kale kant vast en klikt de connector in het paneel. Grayle levert de pigtails die hierop aansluiten.
Een pigtail gebruik je om binnenkomende vezels in een patchpaneel af te monteren: je last de kale kant aan de vezel en klikt de connector in het paneel. Zo komen losse vezels netjes op aansluitbare poorten uit.
Een glasvezel pigtail is een korte vezel met aan één kant een gemonteerde connector en aan de andere kant een kale vezel. De kale vezel las je vast aan de binnekomende bulk haspel waar vezels uitkomen. Wanneer de connector gelasd is kan je die aansluiten om een verbinding te vormen.
Een pigtail heeft één connector en een kale vezel om aan te lassen; een patchkabel heeft aan beide uiteinden een connector. Een pigtail gebruik je om vezels af te lassen, een patchkabel om twee poorten te verbinden.
Een prefab glasvezel haspel of pigtail is voorzien van vooraf gemonteerde connectoren, meestal LC of SC. Welke connector je kiest, hangt af van de apparatuur of het patchpaneel waarop je aansluit.
Een glasvezel pigtail las je aan een binnenkomende vezel om hem op een connector uit te laten komen. Bij Grayle kies je op de productpagina de vezelsoort en het connectortype (LC of SC).
Een LC-pigtail geeft een compacte aansluiting met veel poorten per paneel. In het assortiment van Grayle kies je de singlemode- of multimode-uitvoering.
Een set OM3-pigtails is bedoeld voor multimode-trajecten over korte afstand. Bij Grayle kies je op de productpagina het connectortype dat bij je paneel past.
Voor een twaalfvezel kabel heb je twaalf pigtails nodig: één per vezel. Elke vezel las je aan een eigen pigtail, die je vervolgens in het patchpaneel klikt.
Kies pigtails die passen bij je vezelsoort (singlemode of multimode) en het connectortype van je patchpaneel (vaak LC of SC). Voor singlemode met lage reflectie gebruik je APC-pigtails.
Glasvezel organiseer je met een patchpaneel met splice-houder voor de lassen, voldoende buigstraal voor de vezels, en kabelmanagement voor de patchkabels. Zo houd je de vezels beschermd en overzichtelijk.
Hoeveel vezels in een glasvezel patchpaneel passen, hangt af van het model; gangbaar zijn 12, 24 of meer aansluitingen per paneel. Het exacte aantal staat in de specificaties.
Een DIN-rail glasvezelmodule monteer je op een DIN-rail in plaats van in een 19-inch rack. Dat is handig in schakelkasten of kleine behuizingen waar geen rack beschikbaar is, maar het is ook mogelijk om een Din rail glasvezelmodule aan te sluiten in een patchkast of serverkast met een dinrail module.
Een glasvezel patchpaneel gebruik je om binnenkomende vezels netjes af te monteren en te ordenen, en om patchkabels aan te sluiten richting switches of apparatuur.
Een DIN-rail glasvezel patchpaneel is een module die je op een DIN-rail klikt in plaats van in een 19-inch rack, ideaal voor schakelkasten of kleine behuizingen zonder rack. Grayle voert deze DIN-rail-uitvoeringen naast de rackmodellen.
Een glasvezel patchpaneel is een paneel in een 19-inch rack waarin binnenkomende vezels worden afgemonteerd op connectoren. Het ordent de vezels en biedt aansluitpunten voor patchkabels.
Een DIN-rail glasvezelmodule klik je op een rail in een schakelkast of kleine behuizing. Bij Grayle kies je op de productpagina het vezelaantal en connectortype.
Een DIN-rail glasvezelbox neemt de vezels op buiten een 19-inch rack. In het assortiment van Grayle kies je de uitvoering die past.
Een 19-inch glasvezel patchpaneel monteer je in het rack om vezels af te monteren en te ordenen. Bij Grayle kies je op de productpagina het vezelaantal.
Een glasvezel patchpaneel voor 24 vezels biedt ruimte voor grotere trajecten. In het assortiment van Grayle kies je de rack- of DIN-rail-uitvoering.
Een glasvezel patchpaneel monteert en ordent binnenkomende vezels op aansluitbare poorten. Bij Grayle kies je op de productpagina het model en vezelaantal.
Kies een glasvezel patchpaneel met genoeg poorten voor je vezels, een ingebouwde splice-houder en het juiste connectortype (LC of SC). Voor een 19-inch kast neem je een rackmodel, anders een DIN-rail of wandmodule.
Strip en clieve de vezel netjes, schuif hem in de veldmonteerbare connector en klem die volgens de instructie dicht. Reinig daarna het connectoroppervlak en controleer de verbinding. Voor grote aantallen is lassen vaak betrouwbaarder.
Een vuile glasvezelconnector maak je schoon met speciaal reinigingsgereedschap zoals een cassettereiniger of cleaning pen, nooit met je vingers of een gewone doek, omdat stof en vet de lichtoverdracht verstoren. Grayle voert het reinigingsgereedschap dat hiervoor geschikt is.
Reinigen is nodig omdat een enkel stofdeeltje of vetvlekje op het eindvlak het licht al blokkeert of verstrooit, wat demping en verbindingsfouten geeft. Even reinigen vóór het koppelen voorkomt dat; het juiste reinigingsgereedschap vind je bij Grayle.
Een glasvezelconnector koppelt een glasvezelkabel aan apparatuur of aan een andere vezel. Veelgebruikte types zijn LC en SC; de connector zorgt voor een nauwkeurige uitlijning van de vezelkernen.
Kies APC in plaats van UPC waar lage terugkaatsing belangrijk is, bijvoorbeeld bij singlemode-verbindingen voor signaalgevoelige toepassingen. APC heeft een schuine polijsting van 8 graden; combineer APC alleen met APC.
UPC en APC verwijzen naar de polijsting van het connectoroppervlak. UPC is recht gepolijst; APC heeft een hoek van 8 graden die terugkaatsing sterker onderdrukt. APC herken je aan de groene behuizing en gebruik je waar lage reflectie belangrijk is.
Een veldmonteerbare LC-connector plaats je zonder lasapparaat ter plaatse op de vezel: je clieve de vezel en klemt hem in de connector. Dat is handig voor reparaties of kleine aantallen. Grayle voert veldmonteerbare connectoren in de gangbare types.
Een veldmonteerbare glasvezelconnector zet je ter plaatse op de vezel zonder lasapparaat. Je splitst en klemt de vezel in de connector, wat handig is voor reparaties of kleine aantallen op locatie.
LC is een kleine connector die veel poorten per paneel mogelijk maakt. SC is groter met een push-pull-vergrendeling. ST heeft een bajonetsluiting en is ouder. LC en SC zijn vandaag het meest gangbaar.
Voor glasvezelkabel zijn LC en SC de meest gebruikte connectoren, daarnaast zijn er nog andere aansluitingen die minder vaak voorkomen zoals ST, E2000, MPO, MTRJ en FC. Singlemode-verbindingen gebruiken vaak APC- of UPC-polijsting; zorg hierbij dat de patchkabel versie aansluiten bij de vereisten van het apparatuur.
Een glasvezelconnector koppelt de vezel aan apparatuur of een andere vezel, meestal in LC of SC. Bij Grayle kies je op de productpagina het type en de polijsting (UPC of APC).
Een LC-connector is compact en maakt veel poorten per paneel mogelijk. In het assortiment van Grayle kies je de UPC- of APC-uitvoering.
Een LC/UPC-connector is recht gepolijst en geschikt voor de meeste dataverbindingen. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste uitvoering.
Een SC/APC-connector heeft een schuine polijsting voor lage terugkaatsing, gebruikelijk bij singlemode. In het assortiment van Grayle vind je de SC-connectoren in APC en UPC.
Een SC/APC-veldconnector plaats je zonder lasapparaat op de vezel, met lage terugkaatsing. Bij Grayle kies je op de productpagina de veldmonteerbare uitvoering.
Voor een singlemode-verbinding met APC-polijsting kies je een APC-connector (vaak LC/APC of SC/APC, herkenbaar aan de groene behuizing). Combineer APC alleen met APC, nooit met UPC.
Leg de gestripte en gereinigde vezel in de cleaver, klem hem vast en bedien het mes volgens de instructie. De cleaver kerft en breekt de vezel haaks af, zodat het eindvlak vlak en loodrecht is.
Een cleavermes gaat een groot aantal breuken mee, vaak vele duizenden, voordat je het mes draait of vervangt. Het exacte aantal staat in de specificaties van de cleaver.
Een rechte breukhoek is belangrijk omdat de vezels bij het lassen perfect tegen elkaar moeten aansluiten. Een scheve breuk geeft een spleet of hoek, wat de lasdemping verhoogt.
Voor het lassen moet je cleaven om een vlak, loodrecht vezeleinde te krijgen. Alleen met zo'n nette breuk smelten de vezels goed samen tot een laagdempende las.
Een cleaver gebruik je om glasvezels haaks af te breken vóór het lassen of het plaatsen van een veldmonteerbare connector. De nette breuk zorgt voor lage demping en dat er bij het lassen een goede verbinding plaatsvindt.
Een glasvezel cleaver is gereedschap dat een glasvezel haaks en vlak afbreekt. Een nette, rechte breuk is voorwaarde voor een laagdempende lasverbinding.
Een fiber cleaver breekt de vezel haaks af voor een lage lasdemping. Bij Grayle kies je op de productpagina tussen standaard- en precisie-uitvoeringen.
Een glasvezel cleaver geeft de nette, haakse breuk die het lassen vraagt. In het assortiment van Grayle kies je het model dat bij je werk past.
Een cleaver met opvangbakje verzamelt de afgebroken vezelresten veilig. Bij Grayle kies je op de productpagina de uitvoering met opvangbakje.
Een high-precision cleaver geeft een zeer consistente breukhoek, belangrijk bij singlemode. In het assortiment van Grayle vind je de precisie-uitvoeringen.
Een precisiecleaver levert de consistente, haakse breuk die lage lasdemping mogelijk maakt. Bij Grayle kies je op de productpagina het gewenste precisiemodel.
Voor de nette breuk die nodig is voor lage lasdemping kies je een precisiecleaver. Die geeft een consistente, haakse breukhoek, wat bij singlemode extra belangrijk is.
Gebruik een glasvezel stripper die de juiste laag verwijdert: eerst de buitenmantel, dan de coating rond de vezel. Werk rustig zodat de kwetsbare vezel niet beschadigt, en reinig hem daarna.
Glasvezel gereedschap gebruik je om vezels te strippen, te clieven, te reinigen en te lassen of af te monteren. Elk onderdeel zorgt voor een nette, laagdempende verbinding.
Een glasvezel gereedschapsset bevat doorgaans een stripper, een cleaver, reinigingsgereedschap en een kevlarschaar, aangevuld met een lasapparaat voor permanente verbindingen. Bij Grayle stel je een set samen of kies je een complete set op de productpagina.
Een glasvezel stripper verwijdert de coating en mantel van een vezel zonder het glas te beschadigen. Een schone strip is de eerste stap naar een goede las of connector, als de coating en mantel niet juist verwijdert zijn dan wordt het lastiger om de kabel juist te lassen.
Om glasvezel te lassen heb je een stripper, cleaver, reinigingsgereedschap en een lasapparaat nodig, meestal aangevuld met een kevlarschaar en pigtails. Grayle biedt deze onderdelen los en als complete lasset aan.
Voor glasvezelwerk gebruik je een stripper, cleaver en reinigingsgereedschap om te prepareren, plus een lasapparaat en soms een kevlarschaar en pigtails om af te monteren. In het assortiment van Grayle vind je alles hiervoor.
Glasvezel gereedschap loopt van strippers en cleavers tot kevlarscharen en reinigingsmiddelen. Bij Grayle kies je op de productpagina losse tools of een complete set.
Een glasvezel gereedschapsset bundelt de tools voor prepareren en afmonteren. In het assortiment van Grayle kies je de set die bij je werk past.
Een glasvezel mantelstripper verwijdert de buitenmantel en coating zonder het glas te raken. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste stripper.
Een glasvezel stripper is de eerste tool voor een schone las of connector. In het assortiment van Grayle vind je de strippers los of in een set.
Een kevlarschaar knipt de sterke aramidevezels in glasvezelkabel netjes door. Bij Grayle kies je op de productpagina de losse schaar of een set.
Een kevlarschaar is gemaakt om de taaie kevlarvezels in de kabelmantel door te knippen. In het assortiment van Grayle vind je de schaar los en in gereedschapssets.
Minimaal heb je een stripper, cleaver en reinigingsgereedschap nodig om te prepareren, en een lasapparaat om te verbinden; een kevlarschaar maakt het werk makkelijker. Grayle biedt deze basis los en als complete set aan.
Bevestig de aansluitdoos op de muur, breng de glasvezel met voldoende buigstraal naar binnen, en monteer de vezel af op de connector in de doos (lassen op een pigtail of een veldconnector). Sluit de doos en label de aansluiting.
Een FTTH-aansluitdoos is doorgaans bedoeld voor een klein aantal vezels, vaak één tot enkele. Het exacte aantal hangt af van het model en staat in de specificaties.
In huis of kantoor gebruik je een FTTH-doos als afgewerkt eindpunt waar de glasvezel binnenkomt en op een connector uitkomt, zodat je er met een patchkabel op aansluit. De FTTH-aansluitdozen vind je in de webshop van Grayle.
Een FTTH-aansluitdoos gebruik je om glasvezel netjes binnen te brengen op een werkplek of in een woning, als afgewerkt eindpunt waarop je met een patchkabel aansluit.
Een FTTH-aansluitdoos is het punt waar de glasvezel een woning of pand binnenkomt en op een connector uitkomt. Vanaf daar sluit je met een patchkabel je apparatuur aan.
Een glasvezel wandcontactdoos (FTTH-aansluitdoos) is het punt waar de glasvezel het pand of de werkplek binnenkomt, het advies is om hier een wandcontactdoos aan te sluiten en vanaf hier de patchkabel richting het apparatuur te sturen. Dit doen we om breuk in de lange kabel te voorkomen en reperatie te versimpelen. Een patchkabel vervangen is makkelijker dan de backbone kabel opnieuw te lassen.
Een FTTH-aansluitdoos vormt het afgewerkte eindpunt waar glasvezel binnenkomt. Bij Grayle kies je op de productpagina de opbouw- of inbouwuitvoering.
Een FTTH-doos brengt de glasvezel netjes binnen op een connector. In het assortiment van Grayle kies je de uitvoering die bij je situatie past.
Een opbouw-aansluitdoos monteer je op de muur zonder breekwerk. Bij Grayle kies je op de productpagina de opbouwuitvoering.
Een glasvezel wandcontactdoos (FTTH-aansluitdoos) is het afgewerkte eindpunt waar de vezel binnenkomt op een connector. In het assortiment van Grayle kies je de opbouw- of inbouwuitvoering.
Kies een FTTH-aansluitdoos die past bij je connectortype en het aantal vezels, met genoeg ruimte voor de buigstraal en eventueel een splice-houder. Voor een nette werkplek neem je een compacte opbouw- of inbouwdoos.
Schuif de SFP-module met het lipje dicht in het SFP-slot van de switch tot hij vastklikt. Verwijder daarna het stofkapje en sluit de glasvezelkabel aan. We hebben liever dat het stofkapje erop blijft als er nog geen kabel aangesloten is, zodat er geen vuil kan ontstaan tijdens installeren.
De transceiver moet passen bij je vezelsoort en afstand: multimode-modules (vaak 850 nm) voor OM-vezels over korte afstand, singlemode-modules (1310/1550 nm) voor OS2 over lange afstand. Controleer ook of de module bij je switchpoort past.
Niet elke transceiver werkt in elke switch; sommige merken accepteren alleen gecodeerde modules. Controleer de compatibiliteit met je switchmerk voordat je een transceiver kiest.
Een glasvezel transceiver gebruik je om een switch of media converter op glasvezel aan te sluiten. De module bepaalt de snelheid, de vezelsoort en de maximale afstand van de verbinding.
BiDi (bidirectioneel) betekent dat een transceiver zenden en ontvangen over één vezel doet in plaats van twee, door twee golflengtes te gebruiken. Zo bespaar je vezels. BiDi-modules gebruik je altijd in paren met omgekeerde golflengtes.
Een glasvezel transceiver is een module (zoals een SFP) die je in een switch of media converter steekt om een glasvezelverbinding te maken. De transceiver zet het elektrische signaal om naar licht en terug.
SFP ondersteunt tot 1 Gbps, SFP+ tot 10 Gbps, en QSFP bundelt meerdere kanalen voor 40 Gbps of meer. Ze verschillen in snelheid en formaat; kies de module die bij je switchpoort en snelheid past.
Een 1G-transceiver (SFP) ondersteunt 1 Gbps; een 10G-transceiver (SFP+) ondersteunt 10 Gbps. De keuze hangt af van de snelheid van je netwerk en of je switchpoort SFP of SFP+ is.
De afstand en snelheid hangen af van de SFP-module: multimode-modules halen doorgaans enkele honderden meters, singlemode-modules tientallen kilometers. De exacte waarden staan in de specificaties van de module.
De connector hangt af van de transceiver: de meeste SFP- en SFP+-modules gebruiken een LC-connector (duplex). Controleer de specificatie van de transceiver voor het juiste connectortype en de vezelsoort.
Bij OM3 hoort een multimode-transceiver op 850 nm, als SFP of SFP+ voor korte afstand. Let op dat de snelheid en het connectortype (meestal LC) kloppen. In het assortiment van Grayle vind je de multimode-modules hiervoor.
Voor OM3 multimode kies je een multimode-transceiver op 850 nm, in SFP of SFP+ afhankelijk van de gewenste snelheid. Bij Grayle kies je op de productpagina de module die op je OM3-vezel aansluit.
Bij OS2 singlemode glasvezel hoort een singlemode-transceiver op 1310 of 1550 nm. Die haalt lange afstanden; kies de module op de gewenste afstand en snelheid.
Multimode-vezels (OM3/OM4/OM5) combineer je met multimode-transceivers (850 nm); singlemode (OS2) met singlemode-transceivers (1310/1550 nm). Stem altijd de vezelsoort, snelheid en het connectortype op elkaar af.
Een glasvezel transceiver sluit je switch of media converter op glasvezel aan, in SFP of SFP+, multimode of singlemode. Bij Grayle kies je op de productpagina de module die bij je vezel en afstand past.
Een 1G multimode SFP-module (850 nm) is bedoeld voor korte trajecten over OM-vezel. In het assortiment van Grayle kies je de module die bij je switch past.
SFP-modules zijn er in multimode en singlemode, voor uiteenlopende afstanden en snelheden. Bij Grayle kies je op de productpagina de module die je nodig hebt.
Een 10G singlemode SFP+ (1310/1550 nm) haalt 10 Gbps over lange afstand. In het assortiment van Grayle kies je de module op het gewenste bereik.
Een 10G SFP+ transceiver is er in multimode en singlemode. Bij Grayle kies je op de productpagina de uitvoering die bij je vezel en afstand past.
Voor 10 Gbps over singlemode glasvezel tussen twee gebouwen kies je een SFP+ singlemode-transceiver (1310 of 1550 nm) met een bereik dat de afstand dekt. Plaats aan beide zijden dezelfde type module.
Een schoon eindvlak is cruciaal omdat een enkel stofje of vetvlekje het licht al blokkeert of verstrooit, met demping en verbindingsfouten tot gevolg. Even reinigen vóór het koppelen lost dat op; het reinigingsgereedschap hiervoor vind je bij Grayle.
Bij een vuile glasvezelverbinding blokkeert of verstrooit stof of vet het licht. Dat geeft demping, signaalverlies en verbindingsfouten. Reinigen voor het koppelen voorkomt dat.
Een fiber cleaning pen reinigt het eindvlak van een glasvezelconnector met een paar klikken, ook in een poort. Het is een snelle, droge manier om stof en vet te verwijderen, daarom heeft een pen altijd ons voorkeur, hou wel rekening ermee dat er voor verschillende connectoren ook verschillende soorten pennen zijn.
Om glasvezel te reinigen gebruik je een cassettereiniger, reinigingspennetjes of reinigingsdoekjes die speciaal voor connectoren zijn gemaakt. Die verwijderen stof en vet zonder het eindvlak te beschadigen.
Een fiber cleaning pen reinigt het eindvlak met een paar klikken, ook in een poort. Bij Grayle kies je op de productpagina de pen die bij je connectortype past.
Een glasvezel reiniger verwijdert stof en vet van het eindvlak zonder het te beschadigen. In het assortiment van Grayle kies je tussen pennen, doekjes en cassettereinigers.
Een glasvezel reinigingsset bundelt de middelen om connectoren stof- en vetvrij te houden. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste set.
Een reinigingsset met doekjes is handig voor het schoonmaken van connectoren en eindvlakken. In het assortiment van Grayle kies je de set die past.
Een LC cleaning pen reinigt het eindvlak van LC-connectoren met een paar klikken, ook in een poort. Bij Grayle kies je op de productpagina de pen voor het LC-formaat.
Om glasvezelconnectoren stof- en vetvrij te houden gebruik je speciaal reinigingsgereedschap, zoals een cassettereiniger of reinigingspennetjes. Die verwijderen deeltjes zonder het eindoppervlak te beschadigen.
Je prepareert de vezel met stripper, cleaver en reiniging, verbindt hem met een lasapparaat, en monteert af met pigtails, een patchpaneel en connectoren. Zo loopt het traject van kabel tot aansluitpunt. Bij Grayle vind je het volledige gereedschap en de accessoires hiervoor.
Glasvezel accessoires en gereedschap gebruik je om vezels te prepareren, te lassen en af te monteren, van stripper en cleaver tot pigtails, patchpanelen en connectoren. In het assortiment van Grayle vind je de hele keten.
Om te lassen en af te monteren heb je prepareergereedschap (stripper, cleaver, reiniging), een lasapparaat en afmonteeraccessoires zoals pigtails, patchpanelen en connectoren nodig. Grayle biedt deze onderdelen los en als set aan.
Voor het zelf aanleggen van glasvezel gebruik je een stripper, cleaver en reiniging om te prepareren, een lasapparaat om te verbinden, en pigtails, panelen en connectoren om af te monteren. Bij Grayle vind je het volledige gereedschap hiervoor.
Het glasvezel gereedschap loopt van strippers, cleavers en reiniging tot lasapparaten, en de accessoires van pigtails en patchpanelen tot connectoren. In het assortiment van Grayle vind je alles voor de complete keten.
Bij een glasvezelinstallatie horen prepareergereedschap (stripper, cleaver, reiniging), een lasapparaat, en afmonteeraccessoires zoals pigtails, patchpanelen en connectoren. Bij Grayle vind je deze onderdelen bij elkaar.
Glasvezel gereedschap en accessoires lopen van strippers en cleavers tot pigtails, panelen en connectoren. Bij Grayle kies je op de productpagina losse artikelen of een complete set.
Een glasvezel installatieset bundelt gereedschap en accessoires voor een compleet traject. In het assortiment van Grayle kies je de samenstelling die past.
Glasvezel toebehoren omvat gereedschap en accessoires om te prepareren, lassen en afmonteren. Bij Grayle kies je op de productpagina de losse artikelen of een set.
Voor lassen, reinigen en afmonteren gebruik je een stripper, cleaver en reinigingsgereedschap, een lasapparaat, en accessoires zoals pigtails, patchpanelen en connectoren. Grayle biedt dit los en als complete installatieset aan.
Een cleaver met automatische mesrotatie draait het mes zelf naar een verse positie, wat consistente breuken geeft bij veel gebruik. Een handmatige cleaver is voordeliger maar vraagt dat je het mes zelf op tijd draait.
Een core-alignment lasapparaat lijnt de vezelkernen zelf nauwkeurig uit voor de laagste lasdemping, ideaal voor singlemode en intensief gebruik. Een cladding-alignment apparaat lijnt op de mantel uit, is voordeliger en geschikt voor minder kritisch werk.
Een fusion splicer smelt de vezels samen voor een permanente, laagdempende verbinding, ideaal bij grotere aantallen. Een mechanische splice klemt de vezels zonder lassen, sneller en zonder apparaat maar met iets hogere demping; handig voor reparaties.
Een media converter met vaste glasvezelpoort is kant-en-klaar voor één vezelsoort en afstand. Een model met SFP-slot laat je zelf de transceiver kiezen, wat flexibeler is voor verschillende afstanden en vezels.
Een media converter zet alleen koper om naar glasvezel voor één verbinding. Een glasvezel switch schakelt meerdere verbindingen en heeft meer poorten en functies. Kies een converter voor een enkele mediabrug, een switch voor een netwerkknooppunt.
SFP ondersteunt tot 1 Gbps, SFP+ tot 10 Gbps. Ze hebben hetzelfde formaat, maar de poort en module moeten de gewenste snelheid ondersteunen. Zorg daarnaast ervoor dat het de juiste versie is tussen single mode en multimode.
Singlemode (OS2) heeft een dunne kern voor lange afstanden met één lichtpad; multimode (OM3/OM4/OM5) heeft een dikkere kern voor kortere afstanden. Kies singlemode voor afstand, multimode voor korte, voordelige trajecten. Vezel, transceiver en patchkabel moeten van hetzelfde type zijn.
Een UPC-connector is recht gepolijst en geschikt voor de meeste dataverbindingen. Een APC-connector heeft een schuine polijsting van 8 graden die reflecties sterker onderdrukt, wat van belang is bij bijvoorbeeld signaalgevoelige of langere verbindingen. Meng UPC en APC nooit binnen één verbinding.
Een pigtail las je vast aan de vezel voor een betrouwbare, laag-dempende verbinding, ideaal bij grotere aantallen. Een veldmonteerbare connector zet je zonder lasapparaat ter plaatse, handig voor reparaties of kleine aantallen.
Sluit de C13-connector van de powercord aan op de C14-inlet van het apparaat en het andere uiteinde op de PDU. Gebruik een kabel die net lang genoeg is, zodat het rack overzichtelijk blijft. De passende powercords hiervoor vind je bij Grayle.
Een powercord gebruik je om apparatuur van stroom te voorzien, bijvoorbeeld een server of switch aansluiten op een PDU of op een wandcontactdoos. In het assortiment van Grayle vind je powercords in verschillende uitvoeringen en lengtes.
C13 en C14 zijn gestandaardiseerde voedingskoppelingen (IEC 60320). C14 is de mannelijke inlet op apparatuur of een PDU, C13 de vrouwelijke connector op de kabel. Een C13-C14 powercord verbindt die twee. De C13-C14 powercords van Grayle vind je in de webshop.
Een powercord is een voedingskabel waarmee je apparatuur op het net of op een PDU aansluit. In een rack lopen powercords meestal van de apparatuur naar de PDU. De powercords hiervoor vind je bij Grayle.
Een powercord verbindt apparatuur met het net of een PDU. Een jumper is een korte powercord tussen apparaat en PDU in een rack. Een PoE-injector voegt voeding toe aan een netwerkkabel om bijvoorbeeld een camera te voeden. Alle drie vind je in het assortiment van Grayle.
Powercords zijn er in diverse lengtes, van korte jumpers van een halve meter tot 15 meter. Doorgaans heeft een standaard powercord 1.8 meter. Hou rekening dat langere kabel vaak een dikkere koperaderdraad nodig heeft, daardoor wordt de kabel ook zwaarder.
Kies de powercord op de aansluiting van je apparatuur en de PDU: voor een C14-inlet gebruik je een C13-connector. Controleer ook of je een randaarde-stekker of een PDU-aansluiting aan de andere kant nodig hebt. Bij Grayle kies je op de productpagina de passende uitvoering.
Powercords zijn er met onder meer een randaarde-stekker (voor het stopcontact) en IEC-koppelingen zoals C13/C14 (voor apparatuur en PDU's). Kies het type dat bij beide aansluitpunten past. In het assortiment van Grayle vind je deze uitvoeringen.
Een C13-C14 voedingskabel verbindt apparatuur of een PDU met een C14-inlet. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste lengte.
Een powercord voorziet je apparatuur van stroom via het net of een PDU, in C13-C14 of randaarde-uitvoering. In het assortiment van Grayle kies je de uitvoering en lengte die past.
Een C13-C14 powercord van 1 meter is handig voor een korte verbinding naar de PDU. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste lengte.
Een powercord sluit apparatuur aan op het net of een PDU. In het assortiment van Grayle kies je tussen C13-C14 en randaarde-uitvoeringen in diverse lengtes.
Een powercord met randaarde-stekker naar C13-connector sluit apparatuur aan op een gewoon stopcontact. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste lengte.
Voor een server met C14-inlet sluit je een powercord met een C13-connector aan op de server en de passende connector op de PDU. In een rack is daarvoor een korte C13-C14 jumper het handigst. Bij Grayle vind je zowel de powercords als de jumpers hiervoor.
Plaats een PoE-injector tussen de switch en het apparaat: de injector voegt voeding toe aan de netwerkkabel, zodat het access point of de camera over één kabel data en stroom krijgt. Of gebruik een PoE-switch. De PoE-injectoren hiervoor vind je bij Grayle.
Dat hangt af van het type: een PoE-injector levert tot 15,4 W, PoE+ tot 30 W en PoE++ tot 60 of 90 W. Kies een injector die past bij het vermogen van je apparaat. In het assortiment van Grayle vind je alle drie de uitvoeringen.
Een PoE-injector werkt over de gangbare netwerkkabelafstand van maximaal 100 meter kanaallengte, net als een gewone Ethernet-verbinding. Over die afstand levert hij data én voeding. De PoE-injectoren van Grayle vind je in de webshop.
Een PoE-injector gebruik je om een enkel apparaat via de netwerkkabel van stroom te voorzien, bijvoorbeeld een camera of access point op een plek zonder stopcontact. De PoE-injectoren hiervoor vind je bij Grayle.
Een injector gebruik je als je maar één of enkele apparaten van PoE wilt voorzien en je bestaande switch geen PoE heeft. Voor meerdere PoE-apparaten is een PoE-switch doorgaans praktischer. In het assortiment van Grayle vind je de PoE-injectoren voor deze losse aansluitingen.Een injector gebruik je als je maar één of enkele apparaten van PoE wilt voorzien en je bestaande switch geen PoE heeft. Voor meerdere PoE-apparaten is een PoE-switch doorgaans praktischer.
802.3af, 802.3at en 802.3bt zijn de PoE-normen: 802.3af is PoE (tot 15,4 W), 802.3at is PoE+ (tot 30 W) en 802.3bt is PoE++ (tot 60 of 90 W). Hoe hoger de norm, hoe meer vermogen per poort. Bij Grayle kies je op de productpagina de injector in de gewenste norm.
Een PoE-injector voegt voeding toe aan een netwerkkabel, zodat een apparaat als een camera of access point zowel data als stroom over één kabel krijgt. Handig waar geen stopcontact bij het apparaat zit, controleer wel altijd hoeveel vermogen het eindapparaat nodig heeft en of de injector en patchkabel hierop aansluiten.
PoE (802.3af) levert tot 15,4 W, PoE+ (802.3at) tot 30 W en PoE++ (802.3bt) tot 60 of 90 W per poort. Kies het niveau op basis van het vermogen dat je apparaat nodig heeft. In het assortiment van Grayle vind je de injectoren in elk niveau.
Een gigabit PoE-injector levert data en voeding over één kabel op gigabitsnelheid. Bij Grayle kies je op de productpagina de PoE-, PoE+- of PoE++-uitvoering.
Een gigabit PoE+ injector levert tot 30 W per poort, geschikt voor zwaardere apparaten. In het assortiment van Grayle kies je de uitvoering die past.
Een PoE-injector voedt een enkel apparaat via de netwerkkabel. Bij Grayle kies je op de productpagina tussen PoE, PoE+ en PoE++.
Een PoE++ injector van 90 W voedt zware apparatuur zoals PTZ-camera's. In het assortiment van Grayle kies je de PoE++-uitvoering.
Een PoE++ injector levert tot 60 of 90 W per poort voor apparatuur met een hoog vermogen. Bij Grayle kies je op de productpagina het gewenste model.
Een powercord voorziet apparatuur van stroom, een PoE-injector voedt een apparaat via de netwerkkabel. Beide vind je in het assortiment van Grayle; op de productpagina kies je de gewenste uitvoering.
Kies een PoE-injector waarvan het vermogen past bij je apparaat (PoE, PoE+ of PoE++), met de juiste snelheid (bijvoorbeeld gigabit). Zo voorzie je een camera of access point op afstand van data en stroom over één kabel.
Korte jumpers gebruik je om apparatuur netjes en zonder overtollige kabellengte op de PDU aan te sluiten. In een vol rack wil je voorkomen dat er veel overtollige kabel aanwezig is.
Een powercord-jumper gebruik je om een apparaat kort en strak op de PDU aan te sluiten, zonder dat er overtollige kabellengte in het rack achterblijft. De jumpers hiervoor vind je bij Grayle.
Een korte C13-naar-C14 jumper is een compacte voedingskabel die een apparaat op korte afstand met de PDU verbindt. Door de beperkte lengte blijft een vol rack overzichtelijk. In het assortiment van Grayle vind je deze jumpers.
Een powercord-jumper is een korte voedingskabel, vaak C13 naar C14, om apparatuur kort op een PDU aan te sluiten. De beperkte lengte houdt een vol rack overzichtelijk.
Powercord-jumpers zijn er in korte lengtes, vaak vanaf circa een halve meter. Kies de lengte zodat de kabel net van het apparaat naar de PDU reikt.
Een C13-C14 jumper van 0,5 meter sluit een apparaat kort op de PDU aan. Bij Grayle kies je op de productpagina de losse kabel of een set.
Een C13-C14 jumper is een korte voedingskabel voor een nette PDU-aansluiting. In het assortiment van Grayle kies je de gewenste lengte, los of per set.
Een korte voedingskabel (powercord-jumper) verbindt apparatuur strak met de PDU. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste lengte.
Een powercord-jumper sluit apparatuur kort op de PDU aan zonder overtollige kabel. In het assortiment van Grayle kies je de losse jumper of een set.
Een set powercord-jumpers is handig om meerdere apparaten net op de PDU aan te sluiten. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste setgrootte en lengte.
Ja, korte powercord-jumpers houden een vol rack overzichtelijk: je sluit elk apparaat met precies genoeg lengte op de PDU aan, zonder opgerolde overtollige kabels.
Een PoE-injector voorziet één apparaat van voeding via de netwerkkabel; een PoE-switch voedt meerdere apparaten tegelijk vanuit één centraal punt. Voor één of enkele apparaten kies je een injector, voor veel apparaten een PoE-switch.
Een PoE+ injector levert tot 30 W, een PoE++ injector tot 60 of 90 W per poort. Kies PoE++ voor apparatuur met een hoog vermogen, zoals PTZ-camera's of krachtige access points.
Een C13-connector is bedoeld voor apparatuur tot 10 A; een C19-connector is groter en geschikt voor apparatuur met een hoger vermogen, tot 16 A. Kies de connector die bij de inlet en het vermogen van je apparaat past.
Een randaarde-stekker sluit aan op een gewoon stopcontact; een C14-aansluiting hoort bij apparatuur en PDU's. Vaak heeft een powercord een randaarde-stekker aan de ene en een C13-connector (voor een C14-inlet) aan de andere kant.
Een standaard powercord is de langere kabel die apparatuur met een stopcontact of PDU verbindt; een jumper is de korte variant tussen apparaat en PDU in een rack, om overtollige lengte te vermijden. Beide vind je in het assortiment van Grayle.
Een PoE-injector voedt een apparaat via de netwerkkabel, zodat je bij het apparaat geen stopcontact nodig hebt. Een losse voeding sluit je rechtstreeks aan, maar vereist een stopcontact ter plekke. PoE is handig op afgelegen montageplekken.
Het verschil zit in de lengte en het doel: een powercord overbrugt de afstand naar een stopcontact of PDU, terwijl een jumper kort is en apparatuur strak op de PDU in het rack aansluit. In het assortiment van Grayle vind je beide.
Voor een punch-down Cat5e-keystone heb je een punch-downtool nodig. Kies je een toolless keystone, dan klem je de aders zonder gereedschap dicht.
Leg de ader in de gekleurde sleuf, zet de punch-downtool er recht op met het mesje naar de buitenkant, en druk tot je de klik voelt. De tool drukt de ader in het contact en snijdt het overtollige deel af.
Een punch-downtool gebruik je om installatiekabel af te monteren op keystones en patchpanelen: je drukt elke ader in het contact en snijdt het uiteinde gelijk af.
Het mesje van een punch-downtool snijdt de overtollige ader gelijk af op het moment dat je de ader in het contact drukt. Zo houd je een nette aansluiting zonder uitstekende draadjes.
110 en KRONE zijn twee typen punch-downcontacten. Een 110-tool past op 110-contacten (gangbaar op veel patchpanelen en keystones), een KRONE-tool op KRONE-contacten. Kies het mesje dat bij jouw contacttype hoort; sommige tools hebben verwisselbare messen.
Een punch-downtool is gereedschap waarmee je netwerkaders in de LSA/IDC-contacten van een keystone of patchpaneel drukt. Een mesje snijdt daarbij meteen het overtollige uiteinde van de ader af.
Het type punch-down moet bij het contact passen: 110 voor 110-contacten, KRONE voor KRONE-contacten. Veel keystones en patchpanelen gebruiken 110; controleer het type voordat je het mesje kiest.
110-inslaggereedschap monteert aders af op de gangbare 110-contacten van keystones en patchpanelen. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste uitvoering.
Een KRONE punch-downtool monteert aders af op KRONE-contacten. In het assortiment van Grayle kies je op de productpagina de gewenste uitvoering.
Een KRONE-tool is bedoeld voor het afmonteren op KRONE-contacten. Bij Grayle kies je op de productpagina het gewenste model.
LSA-inslaggereedschap (KRONE) drukt aders in de LSA-contacten van keystones en patchpanelen. In het assortiment van Grayle kies je de gewenste uitvoering.
Een punch-downtool monteert installatiekabel af op keystones en patchpanelen. Bij Grayle kies je op de productpagina tussen 110- en KRONE-uitvoeringen.
Om keystones en patchpanelen netjes af te monteren heb je een punch-downtool nodig met het juiste mesje (meestal 110). Een model met afsnijfunctie zorgt dat de aders meteen gelijk worden afgesneden.
Een krimptang gebruik je om een RJ45- of telefoonconnector op een kabel vast te zetten. De tang drukt de contacten in de aders en klemt de connector vast voor een betrouwbare verbinding. Afhankelijk van de versie van de krimptang snijdt die ook bij doorsteek stekkers de uiteindes eraf. Let er ook op welke categorie kabel en connector de krimptang kan verwerken.
Een doorsteek-krimptang is gemaakt voor pass-through-connectoren: hij krimpt de connector én snijdt in dezelfde beweging de uitstekende aders gelijk af. Dat maakt nette montage sneller en eenvoudiger.
Met een RJ45-krimptang krimp je RJ45-netwerkconnectoren (8P8C). Veel krimptangen hebben daarnaast een opening voor telefoonconnectoren zoals RJ11/RJ12.
Bij doorsteek- (pass-through) connectoren hoort een doorsteek-krimptang met ingebouwd mesje, die de uitstekende aders in één beweging afsnijdt; een gewone krimptang kan dat niet. De doorsteek-krimptangen hiervoor vind je bij Grayle.
Voor een Cat5e RJ45-connector gebruik je een standaard RJ45-krimptang (8P8C). Werk je met doorsteekconnectoren, kies dan een doorsteek-krimptang.
Een doorsteek-krimptang krimpt pass-through-connectoren en snijdt de uitstekende aders meteen af. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste uitvoering.
Een netwerk-krimptang zet RJ45-connectoren op de kabel. In het assortiment van Grayle kies je tussen standaard-, doorsteek- en professionele uitvoeringen.
Een professionele netwerk-krimptang is gemaakt op intensief gebruik met een stevige matrijs. Bij Grayle kies je op de productpagina het gewenste model.
Een RJ45 doorsteek-krimptang krimpt pass-through-connectoren en snijdt de aders gelijk af. In het assortiment van Grayle kies je de gewenste uitvoering.
Een RJ45-krimptang (8P8C) zet netwerkconnectoren op de kabel, vaak met een opening voor RJ11/RJ12. Bij Grayle kies je op de productpagina het model dat past.
Voor doorsteek-RJ45-connectoren heb je een doorsteek-krimptang nodig: die krimpt de connector en snijdt de aan de voorkant uitstekende aders in dezelfde beweging gelijk af. Een gewone krimptang mist die afsnijfunctie. De doorsteek-krimptangen hiervoor vind je bij Grayle.
De eenvoudigste testers kunnen dit testen door elk paar door te lopen. Sluit beide uiteinden van de kabel op de tester (en de remote-eenheid) aan en start de test. De tester toont per ader welke verbinding klopt en welke ontbreekt of verwisseld is, zodat je de fout opspoort.
Een netwerktester gebruik je om na het afmonteren te controleren of een kabel correct is bedraad, zodat je fouten opspoort voordat de verbinding in gebruik gaat. De netwerktesters hiervoor vind je bij Grayle.
Een netwerktester controleert of een netwerkkabel correct is aangesloten. Een eenvoudige tester toont per ader de doorverbinding; een gecertificeerde tester meet ook of de verbinding aan de normwaarden voldoet.
Een doorbeltester controleert alleen of de aders correct doorverbonden zijn. Een gecertificeerde tester meet daarnaast of de verbinding voldoet aan de normwaarden voor snelheid en demping, wat nodig is voor een gecertificeerde oplevering.
Een kabeltester meet of alle aders op de juiste positie doorverbonden zijn en spoort onderbrekingen of verwisselde aders op. Geavanceerde testers meten ook lengte, demping en prestaties.
Een kabeltester met afstandsmeting geeft ook de kabellengte en de plaats van een onderbreking aan. Bij Grayle kies je op de productpagina het model dat past.
Een RJ45-kabeltester controleert of alle aders correct doorverbonden zijn. In het assortiment van Grayle kies je van eenvoudig tot uitgebreider.
Een netwerk-kabeltester spoort bedradingsfouten op na het afmonteren. Bij Grayle kies je op de productpagina het gewenste model.
Een netwerktester controleert of een kabel correct is bedraad. In het assortiment van Grayle kies je van een eenvoudige doorverbindingstester tot een uitgebreider model.
Een RJ45-doorbeltester laat per ader zien of de verbinding klopt, ideaal voor een snelle check. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste uitvoering.
Om snel te controleren of gekrimpte kabels correct bedraad zijn, volstaat een eenvoudige doorverbindingstester: die laat per ader zien of de verbinding klopt. Voor een gecertificeerde oplevering heb je een gecertificeerde meter nodig.
Netwerk gereedschap gebruik je om datakabel te installeren en af te monteren: strippen, krimpen, punchen en testen. Van krimptang tot kabeltester vind je het in het assortiment van Grayle.
Voor krimpen, strippen en testen gebruik je minstens een krimptang, een kabelstripper en een kabeltester; bij keystones en patchpanelen komt daar een punch-downtool bij. Dit gereedschap vind je los en als set bij Grayle.
Om datakabel te installeren heb je minstens een krimptang, een kabelstripper, een punch-downtool en een kabeltester nodig, waarmee je strip, krimp, monteert en test. In het assortiment van Grayle vind je dit los of als set.
Voor netwerkinstallatie is de basis een krimptang, een kabelstripper, een punch-downtool en een kabeltester; daarmee dek je strippen, krimpen, afmonteren en testen af. Bij Grayle kies je de losse tools of een complete set.
Netwerk-installatiegereedschap loopt van krimptang en stripper tot punch-downtool en tester. Bij Grayle kies je op de productpagina losse tools of een set.
Netwerk gereedschap omvat testers en installatiegereedschap om datakabel te verwerken. In het assortiment van Grayle kies je losse artikelen of een complete set.
Als monteur heb je minimaal een krimptang, een kabelstripper en een kabeltester nodig om te krimpen, strippen en testen; werk je ook met keystones en patchpanelen, voeg dan een punch-downtool toe. Bij Grayle vind je deze tools los en als set.
Bundel kabels met klittenband in plaats van strakke tiewraps. Klittenband houdt de bundel bijeen zonder de kabels te knellen, dat voorkomt onnodige druk op kleine oppervlakte waardoor de aders niet beschadigt worden.
Strakke tiewraps kunnen datakabel vervormen, wat de geometrie van de aderparen verstoort en de prestaties verlaagt. Gebruik daarom klittenband of trek tiewraps niet te strak aan.
Klittenband knelt de kabel niet en is herbruikbaar, zodat de aderparen hun vorm en prestaties houden en je een bundel makkelijk aanpast zonder te knippen. Het klittenband hiervoor vind je in het assortiment van Grayle.
Klittenband gebruik je om patchkabels te bundelen in een patchkast. Het is herbruikbaar en knelt de kabels niet, zodat je bundels makkelijk aanpast zonder de kabels te beschadigen.
Klittenband is herbruikbaar en knelt de kabel niet, terwijl een kunststof bindband (tiewrap) vaster en eenmalig is en bij te strak aantrekken de kabel kan knellen. Beide vind je in het assortiment van Grayle.
Klittenband is er in verschillende breedtes, doorgaans van circa 10 tot 25 mm, los of op rol. Een bredere band houdt zwaardere bundels steviger bijeen.
Bindband op rol knip je op de gewenste lengte voor je bundels. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste breedte, los of op rol.
Herbruikbare kabelbinders houden bundels bijeen en pas je makkelijk aan zonder te knippen. In het assortiment van Grayle kies je de gewenste breedte.
Klittenband kabelbinders knellen de kabel niet en zijn herbruikbaar. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste breedte, los of op rol.
Klittenband voor kabels bundelt patchkabels zonder ze te knellen. In het assortiment van Grayle kies je de gewenste breedte.
Klittenband op rol van 20 mm knip je op maat voor middelgrote bundels. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste breedte.
Klittenband is herbruikbaar en beschadigt de kabel niet, ideaal voor bundels die je vaak aanpast. Een kunststof tiewrap zit vaster maar is eenmalig en kan bij te strak aantrekken de kabel knellen.
Een kabelstripper gebruik je om de buitenmantel van een datakabel netjes te verwijderen, zodat je de aders kunt afmonteren op een connector, keystone of patchpaneel.
Een kabelstripper verwijdert de buitenmantel van een kabel zonder de aders te beschadigen. Voor netwerkkabel gebruik je vaak een ronde stripper die de mantel rondom op de juiste diepte insnijdt.
Een ronde kabelstripper snijdt de mantel rondom op een instelbare diepte zonder de aders te raken, wat veilig en consistent is. Een mesje is veelzijdiger maar vraagt meer handigheid om de aders niet te beschadigen.
Voor datakabel gebruik je een kabelschaar die de aders en mantel netjes doorknipt zonder ze te pletten. Voor glasvezel met aramidevezels is een speciale kevlarschaar nodig.
Voor netwerkkabel zijn er ronde mantelstrippers, striptangen en kabelscharen. De stripper verwijdert de mantel, de schaar knipt de kabel; samen bereid je de kabel voor op afmontage.
Een kabelstripper verwijdert de buitenmantel zonder de aders te raken. Bij Grayle kies je op de productpagina tussen ronde strippers, striptangen en scharen.
Een netwerk-kabelschaar knipt aders en mantel netjes door zonder ze te pletten. In het assortiment van Grayle kies je het gewenste gereedschap.
Een ronde UTP-kabelstripper snijdt de mantel rondom op instelbare diepte in. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste stripper.
Een strippertang verwijdert de mantel en helpt bij het voorbereiden van de aders. In het assortiment van Grayle kies je het gewenste model.
Om de buitenmantel van datakabel netjes te verwijderen gebruik je een ronde kabelstripper, die de mantel rondom insnijdt op een instelbare diepte zonder de aders te raken.
Een netwerk-toolbox gebruik je om alle gereedschappen voor het installeren en afmonteren van datakabel bij elkaar te hebben, zodat je op locatie kunt strippen, krimpen, punchen en testen.
Een netwerk-toolbox bevat doorgaans een krimptang, een kabelstripper, een punch-downtool en een kabeltester, vaak aangevuld met een schaar, connectoren en keystones. Zo heb je alles voor strippen, krimpen, afmonteren en testen.
Een complete monteursset voor datakabel bundelt de kerngereedschappen: krimptang, kabelstripper, punch-downtool en kabeltester, vaak met een schaar en connectoren. In het assortiment van Grayle vind je deze sets.
In een netwerk-toolbox zitten doorgaans een krimptang, kabelstripper, punch-downtool en kabeltester, vaak aangevuld met een schaar, connectoren en keystones. De gevulde toolboxen hiervoor vind je bij Grayle.
Als netwerkinstallateur heb je een krimptang, kabelstripper, punch-downtool en kabeltester nodig, vaak aangevuld met een schaar en connectoren. In het assortiment van Grayle vind je deze tools los of als complete set.
Voor installeren en afmonteren kies je een set met krimptang, kabelstripper, punch-downtool en kabeltester, aangevuld met een schaar en connectoren. Bij Grayle vind je deze complete sets op de productpagina.
Een complete netwerk-toolset bundelt de gereedschappen voor installeren en testen. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste set.
Een gevulde gereedschapskoffer bevat de kerngereedschappen voor datakabel. In het assortiment van Grayle kies je de gewenste set.
Een netwerk-gereedschapsset combineert krimptang, stripper, punch-downtool en tester. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste set.
Een UTP-monteursset bevat het gereedschap om UTP-kabel af te monteren en te testen. In het assortiment van Grayle kies je de gewenste set.
Een gevulde netwerk-gereedschapskoffer bevat de tools voor installatie en test bij elkaar. Bij Grayle kies je op de productpagina de losse gereedschappen of een complete set.
Een netwerk-toolbox verzamelt het gereedschap voor strippen, krimpen, punchen en testen. In het assortiment van Grayle kies je de gewenste set.
Een complete monteurstoolbox voor datakabel bevat doorgaans een krimptang, een striptool, een punch-downtool en een kabeltester, vaak aangevuld met connectoren en keystones. Zo heb je alles voor krimpen, strippen, afmonteren en testen bij elkaar.
Een krimptang zet een connector op een kabel (voor patchkabels). Een punch-downtool drukt aders in keystones en patchpanelen (voor vaste afmontage). Je gebruikt ze dus voor verschillende montagestappen.
Losse tools koop je gericht per taak; een complete gereedschapsset bevat de meest gebruikte gereedschappen samen en is voordeliger als je in één keer alles nodig hebt om te installeren en testen.
Een doorsteek-krimptang krimpt pass-through-connectoren en snijdt de uitstekende aders meteen af. Een standaard krimptang mist die afsnijfunctie en vereist dat je de aders vooraf op lengte knipt.
Een RJ45-krimptang krimpt netwerkconnectoren (8P8C). Een coax-krimptang is gemaakt voor coaxconnectoren (zoals F- of BNC-connectoren) en heeft een andere matrijs. Gebruik voor elk type de bijbehorende tang.
Een eenvoudige doorbeltester controleert of de aders correct doorverbonden zijn, genoeg voor een snelle check. Een gecertificeerde kabeltester meet ook of de verbinding aan de normwaarden voldoet, nodig voor een gecertificeerde oplevering.
Het verschil zit in het contacttype waarop ze passen: kies een 110-tool als je apparatuur 110-contacten heeft (het meest voorkomend op keystones en patchpanelen) en een KRONE-tool voor KRONE-contacten. Twijfel je, dan is een model met verwisselbaar mes het veelzijdigst. Beide vind je bij Grayle.
Een passieve USB A-kabel werkt betrouwbaar tot ongeveer 5 meter voor USB 2.0 en circa 3 meter voor USB 3.0. Voor grotere lengtes gebruik je een actieve kabel of een verlengoplossing.
Een USB A-kabel gebruik je om randapparatuur aan te sluiten op een computer of voeding, zoals een printer, externe schijf, toetsenbord of oplader. Bekijk goed welke aansluiting de randapparatuur heeft om vervolgens de juiste kabel te kiezen, let ook op dat er verschillende snelheden en versies zijn voor USB A kabel.
USB 2.0 haalt tot 480 Mbps; USB 3.0 (type A) haalt tot 5 Gbps en is herkenbaar aan de blauwe connector. Voor snelle dataoverdracht kies je USB 3.0; voor muis of toetsenbord volstaat USB 2.0.
Voor snelle dataoverdracht kies je een USB 3.0 (of hoger) type A-kabel, die tot 5 Gbps haalt zolang je apparaat en poort dat ook aankunnen. De USB 3.0-kabels hiervoor vind je bij Grayle.
USB type A bestaat in onder meer USB 2.0 (tot 480 Mbps) en USB 3.0/3.1/3.2 (vanaf 5 Gbps). De snellere versies herken je vaak aan de blauwe kleur van de connector.
Dat hangt af van de versie: USB 2.0 type A haalt tot 480 Mbps, USB 3.0 type A tot 5 Gbps. Controleer de versie van je kabel en poort voor de werkelijke snelheid.
Een USB 3.0 type A-kabel haalt tot 5 Gbps, herkenbaar aan de blauwe connector. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste lengte.
Een USB 3.0 type A-verlengkabel overbrugt extra afstand met behoud van snelheid. In het assortiment van Grayle kies je de gewenste lengte.
Een USB A-kabel sluit randapparatuur aan op een computer of voeding. Bij Grayle kies je op de productpagina de versie en lengte die past.
Een USB A-naar-USB B-kabel is de gangbare printerkabel. In het assortiment van Grayle kies je de gewenste lengte.
Een USB A-verlengkabel geeft extra reikwijdte naar je randapparatuur. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste lengte.
Om snel gegevens naar een externe schijf te zetten kies je een USB 3.0 (of hoger) type A-kabel met tot 5 Gbps, mits de schijf en poort dat ondersteunen. De USB 3.0-kabels hiervoor vind je in het assortiment van Grayle.
Een USB C-kabel levert afhankelijk van de uitvoering tot 100 W (en met USB Power Delivery 3.1 zelfs meer). Voor het opladen van een laptop kies je een kabel die het benodigde vermogen ondersteunt.
Ja, USB C kan beeld doorsturen als de kabel en poort DisplayPort Alt Mode of Thunderbolt ondersteunen. Zo stuur je met één kabel tegelijk beeld, data en voeding.
Een USB C-kabel gebruik je voor data, opladen en beeld via één omkeerbare connector. Afhankelijk van de standaard sluit je er schijven, schermen of laptops mee aan.
USB C is de connectorvorm; USB 3.2 en Thunderbolt zijn de protocollen die erover lopen. USB 3.2 haalt tot 20 Gbps, Thunderbolt tot 40 Gbps met extra mogelijkheden voor beeld en koppeling. Thunderbolt is sneller en veelzijdiger.
Voor opladen en data kies je een USB C-kabel die zowel het gewenste vermogen (bijvoorbeeld 100 W) als de gewenste datasnelheid ondersteunt. Let op de opdruk of specificatie, want niet elke USB C-kabel kan beide volledig.
Over USB C lopen standaarden als USB 2.0, USB 3.2 (tot 20 Gbps) en Thunderbolt (tot 40 Gbps), vaak met USB Power Delivery voor voeding. De connector is gelijk; de mogelijkheden verschillen per kabel.
Dat hangt af van het protocol: USB 2.0 over USB C haalt 480 Mbps, USB 3.2 tot 20 Gbps en Thunderbolt tot 40 Gbps. Bekijk onze blog om in meer detail elk protocol in te zien.
Een USB C-laadkabel tot 100 W laadt ook laptops via USB Power Delivery. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste lengte.
Een USB C-videokabel voor 4K stuurt beeld via DisplayPort Alt Mode of Thunderbolt. In het assortiment van Grayle kies je de gewenste uitvoering.
Een USB C-kabel combineert data, opladen en beeld via één omkeerbare connector. Bij Grayle kies je op de productpagina de uitvoering die past.
Een USB C-kabel met hoog vermogen (tot 100 W) laadt zwaardere apparaten zoals laptops. In het assortiment van Grayle kies je de gewenste laadkabel.
Een USB C-naar-USB C-kabel verbindt moderne apparaten voor data, opladen en beeld. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste uitvoering en lengte.
Voor tegelijk opladen en een scherm aansturen kies je een USB C-kabel met voldoende vermogen (vaak 100 W) én ondersteuning voor DisplayPort Alt Mode of Thunderbolt. Zo lopen voeding en beeld over dezelfde kabel.
Een lange afstand met HDMI overbrug je met een actieve HDMI-kabel, of met een extender die het signaal over netwerkkabel of glasvezel verstuurt. Zo voorkom je signaalverlies over grote lengtes.
Een passieve HDMI-kabel werkt betrouwbaar tot ongeveer 5 meter op hoge resoluties. Voor langere afstanden gebruik je een actieve HDMI-kabel of een verlengoplossing.
Een HDMI-kabel gebruik je om beeld en geluid digitaal door te sturen tussen een bron (zoals een computer of speler) en een scherm of beamer.
HDMI 2.0 ondersteunt 4K op 60 Hz; HDMI 2.1 ondersteunt 4K op 120 Hz en 8K op 60Hz. Voor hoge resoluties met hoge beeldfrequentie is HDMI 2.0 al sterk maar mocht je hoger willen halen dan is HDMI 2.1 de juiste keuze.
HDMI stuurt digitaal beeld en geluid, VGA stuurt analoog beeld (oudere standaard), en USB is voor data, opladen en via USB C ook beeld. Voor moderne schermen kies je HDMI of USB C; VGA alleen voor oudere apparatuur.
Voor 4K op 120 Hz of 8K heb je een HDMI 2.1-kabel (Ultra High Speed) nodig, met een bron en scherm die dat ondersteunen; een HDMI 2.0-kabel komt tot 4K op 60 Hz. De HDMI 2.1-kabels hiervoor vind je bij Grayle.
HDMI bestaat in onder meer versie 1.4 (4K op 30 Hz), 2.0 (4K op 60 Hz) en 2.1 (4K op 120 Hz en 8K). De kabel én de apparatuur moeten de gewenste versie ondersteunen.
HDMI 2.1 haalt 4K op 120 Hz en 8K op 60 Hz, dankzij een hogere doorvoer dan HDMI 2.0. Bron en scherm moeten HDMI 2.1 wel ondersteunen om die waarden te halen.
Een actieve HDMI-kabel van 10 meter overbrugt langere afstanden zonder signaalverlies. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste lengte.
Een HDMI 2.1-kabel van 2 meter ondersteunt 4K op 120 Hz en 8K. In het assortiment van Grayle kies je de gewenste lengte.
Een HDMI 2.1-kabel (Ultra High Speed) haalt de hoogste resoluties en beeldfrequenties. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste lengte.
Een HDMI-kabel stuurt beeld en geluid digitaal tussen bron en scherm. In het assortiment van Grayle kies je tussen HDMI 2.1 en actieve uitvoeringen.
HDMI, USB en VGA dekken samen digitale en analoge beeldverbindingen. In het assortiment van Grayle kies je op de productpagina het gewenste type.
Een lange HDMI-kabel is als actieve uitvoering leverbaar om signaalverlies te voorkomen. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste lengte.
Voor 4K op 120 Hz kies je een HDMI 2.1-kabel (Ultra High Speed), waarbij ook de bron en het scherm HDMI 2.1 moeten ondersteunen; met HDMI 2.0 blijf je op 4K bij 60 Hz. De HDMI 2.1-kabels hiervoor vind je in het assortiment van Grayle.
Multimedia kabels gebruik je om beeld- en geluidsapparatuur te verbinden, zoals een laptop met een scherm of beamer. Veelgebruikte types zijn HDMI, DisplayPort, USB C en VGA.
Om een scherm op een bron aan te sluiten kies je meestal HDMI, of DisplayPort bij computers; heeft de apparatuur alleen VGA, dan gebruik je een VGA-kabel (zonder geluid). Al deze kabels vind je bij Grayle.
Voor beeld én geluid over één kabel kies je HDMI, of DisplayPort bij computers; VGA geeft alleen analoog beeld zonder geluid. In het assortiment van Grayle vind je deze kabels.
Voor 4K-beeld kies je HDMI 2.0 (4K op 60 Hz) of HDMI 2.1 (4K op 120 Hz), of DisplayPort; via USB C heb je een kabel met DisplayPort Alt Mode of Thunderbolt nodig. Deze kabels vind je bij Grayle.
Multimedia kabels omvatten HDMI en DisplayPort (digitaal beeld en geluid), USB A en USB C (data, voeding en via USB C ook beeld) en VGA (analoog beeld). Kies op basis van de aansluitingen van je apparatuur.
Een display kabel verbindt beeldapparatuur, van HDMI en DisplayPort tot USB C en VGA. Bij Grayle kies je op de productpagina het gewenste type.
Multimedia kabels dekken HDMI, DisplayPort, USB C en VGA. In het assortiment van Grayle kies je de kabel die bij je aansluitingen past.
Voor 4K-beeld kies je een HDMI 2.0-kabel (4K op 60 Hz) of HDMI 2.1 (4K op 120 Hz), of DisplayPort. Sluit je een laptop via USB C aan, gebruik dan een kabel met DisplayPort Alt Mode of Thunderbolt.
Sluit een oudere monitor aan door de VGA-kabel tussen de VGA-poort van de computer en de monitor te plaatsen en de connectoren met de schroefjes vast te zetten. Heeft je computer geen VGA-poort, dan gebruik je een adapter.
Een VGA-kabel werkt redelijk tot ongeveer 5 tot 10 meter; daarboven neemt de beeldkwaliteit af doordat het analoge signaal verzwakt. Voor lange afstanden is een digitale verbinding beter.
Een VGA-kabel gebruik je om een oudere monitor, beamer of scherm met een VGA-aansluiting van beeld te voorzien. Voor moderne schermen kies je een digitale verbinding zoals HDMI of DisplayPort.
Een VGA-kabel is een analoge beeldverbinding voor monitoren en beamers. Het is een oudere standaard met een beperkte resolutie, herkenbaar aan de blauwe 15-pins connector, dat gezegd hebbende blijven ze nodig waar oudere apparatuur nog steeds prima functioneert.
VGA wordt nog gebruikt door oudere monitoren, beamers en sommige industriële of vergaderruimte-apparatuur. Nieuwere apparatuur gebruikt digitale aansluitingen zoals HDMI of DisplayPort.
Een VGA-kabel haalt afhankelijk van de kwaliteit en lengte resoluties tot ongeveer Full HD, maar als analoge verbinding is hij gevoeliger voor kwaliteitsverlies dan digitale aansluitingen.
Een lange VGA-kabel overbrugt de afstand naar een oudere monitor of beamer. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste lengte.
Een VGA-kabel van 3 meter is een gangbare lengte voor een bureau- of vergaderopstelling. In het assortiment van Grayle kies je de gewenste lengte.
Een VGA-kabel voorziet apparatuur met een VGA-aansluiting van analoog beeld. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste lengte.
Een VGA-monitorkabel verbindt een oudere monitor met de VGA-poort van de computer. In het assortiment van Grayle kies je de gewenste lengte.
Een VGA-verlengkabel geeft extra reikwijdte naar een scherm of beamer. Bij Grayle kies je op de productpagina de gewenste lengte.
Voor oudere beeldschermen met een VGA-aansluiting is een VGA-kabel nog prima bruikbaar. Heeft je scherm en bron een digitale aansluiting, dan geeft HDMI of DisplayPort een scherper beeld.
HDMI 2.0 haalt 4K op 60 Hz; HDMI 2.1 haalt 4K op 120 Hz en 8K met meer doorvoer. Voor hoge beeldfrequenties of 8K kies je HDMI 2.1; voor regulier 4K volstaat HDMI 2.0.
HDMI is gangbaar op tv's en beeldschermen; DisplayPort is gebruikelijker op computers en ondersteunt makkelijk meerdere schermen. Beide geven hoge resoluties; kies op basis van de aansluitingen van je apparatuur.
HDMI geeft digitaal een scherp beeld met geluid, terwijl VGA analoog is, beperkt in resolutie en zonder geluid. Kies HDMI waar het kan en VGA alleen voor oudere apparatuur. Beide kabels vind je bij Grayle.
USB A is de klassieke rechthoekige connector; USB C is kleiner, omkeerbaar en kan hogere snelheden, meer vermogen en beeld aan. Steeds meer nieuwe apparatuur gebruikt USB C. Beide typen kabels vind je in het assortiment van Grayle.
Niet elke USB C-kabel kan beide volledig: een laadkabel is op vermogen gericht en haalt soms maar USB 2.0-datasnelheid. Voor data én opladen kies je een kabel die beide expliciet ondersteunt.
USB C is klein, omkeerbaar en ondersteunt hoge snelheden, veel vermogen en beeld; USB A is de klassieke rechthoekige connector die je nog op veel apparatuur vindt. Voor nieuwe apparatuur is USB C de gangbare keuze. Beide typen vind je bij Grayle.
VGA is een analoge verbinding met beperkte resolutie en zonder geluid; HDMI is digitaal en geeft een scherp beeld met geluid. Voor moderne apparatuur kies je HDMI, VGA blijft voor oudere schermen. Beide kabels vind je in het assortiment van Grayle.
Staat jouw vraag er niet tussen?
Onze specialisten denken graag met je mee. Stuur je technische vraag, en we delen onze kennis met je — vrijblijvend en op maat van jouw project.
Stel je vraag